Categorieën
AI@WORK

AI verandert meer dan alleen onze taken​

Ai verandert meer dan alleen onze taken​

Waar zit mijn meerwaarde nog?

Je opent ChatGPT en typt een vraag in over iets waar jij jaren voor gestudeerd hebt. Een paar seconden later staat er een antwoord. Niet perfect, misschien zie jij meteen drie nuances die ontbreken. Maar toch behoorlijk goed, en vooral behoorlijk snel. Dat doet iets met je. Niet noodzakelijk omdat je denkt dat AI morgen je volledige job overneemt, maar omdat je je plots afvraagt wat er gebeurt met al die kennis en ervaring die je de voorbije jaren hebt opgebouwd. Want als een machine in enkele seconden iets kan produceren waar jij vroeger uren voor nodig had, waar zit jouw meerwaarde dan nog?

In onze vorige blog hadden we het over de krimp van het heden. De periode waarin wat we weten, kunnen en gewend zijn bruikbaar blijft, wordt korter. AI verandert niets aan dat mechanisme, het duwt alleen stevig op het gaspedaal.

hans-lLMypmz1yeA-unsplash

AI zet onze houvast aan twee kanten onder druk

Tot nu toe hadden we bij verandering meestal twee vormen van houvast. Ten eerste: onze ervaring. We konden terugvallen op wat we al geleerd en gedaan hadden. Ten tweede: een min of meer voorspelbare toekomst. We konden redelijk inschatten welke kennis en vaardigheden nuttig zouden blijven. AI zet nu beide vormen van houvast onder druk.

Kijk eerst even achterom. Veel van wat we vandaag goed kunnen, hebben we opgebouwd door het jarenlang zelf te doen. Schrijven, programmeren, analyseren, vertalen, ontwerpen, diagnoses stellen, dossiers doorploegen… Je deed het opnieuw en opnieuw, werd beter en bouwde gaandeweg expertise op. Maar een deel van dat werk kan AI intussen ook. Wil dat zeggen dat al die ervaring minder waard wordt? Zeker niet. Want net dankzij die ervaring merk je wanneer AI de bal misslaat, een belangrijke nuance over het hoofd ziet of iets voorstelt waarvan jij weet: zo werkt het niet.

Je ervaring verdwijnt dus niet, maar krijgt wel een andere rol. En hoe die rol eruitziet, hangt af van hoeveel van het werk we aan AI overlaten.

Want nakijken is iets anders dan maken. Controleren is iets anders dan beslissen. En een tekst oppoetsen die een machine heeft geschreven, kan heel anders voelen dan zelf zoeken naar de juiste woorden.

Wat is nog van jou als AI meewerkt?

We praten over AI vaak alsof er maar twee opties zijn: de mens doet het werk of de machine neemt het over. Zo zwart-wit is het natuurlijk niet. In veel jobs zullen mens en AI naast elkaar werken, al kan die verdeling er heel anders uitzien. AI kan bijvoorbeeld het grootste deel van een tekst, vertaling of beeld maken, waarna iemand er de laatste hand aan legt. Of AI doet een eerste voorstel en de mens controleert. In andere gevallen stuurt een algoritme het proces en komt er pas iemand tussen als iets afwijkt. En je kan het ook omdraaien: de mens blijft zelf het werk doen en gebruikt AI vooral om mee te denken.

Hoe je die verdeling maakt, heeft gevolgen voor meer dan alleen het werkproces. Het verandert ook wat je zelf nog doet en hoe je je job ervaart. Want nakijken is iets anders dan maken. Controleren is iets anders dan beslissen. En een tekst oppoetsen die een machine heeft geschreven, kan heel anders voelen dan zelf zoeken naar de juiste woorden. 

Daarom is er bij elke AI-toepassing een vraag die minstens even belangrijk is als wat kan de technologie hier overnemen?: hoe verdelen we het werk tussen mens en machine, en waarom? Daar staan we niet altijd bewust bij stil. Een tool kan iets, dus beginnen we hem daarvoor te gebruiken. Pas gaandeweg merken we hoe daardoor ook de inhoud van onze job en onze eigen rol veranderen. En wat gebeurt er wanneer AI net die taken overneemt die we graag doen en waar we voldoening uit halen?

nii-shu-ZpbtNpPG8_4-unsplash

Automatiseren wat we graag doen

De belofte van automatisering klonk jarenlang aantrekkelijk. Laat technologie het saaie, repetitieve werk overnemen, zodat mensen meer tijd overhouden voor het interessante werk. Alleen houdt AI zich niet netjes aan die afspraak. Want generatieve AI blijkt behoorlijk goed in taken die we lang als typisch menselijk zagen, zoals schrijven, ideeën bedenken, beelden maken, analyseren, programmeren. Daardoor kan technologie plots niet alleen het werk wegnemen waar je vanaf wilde, maar ook een stuk van het werk waarvoor je ooit voor je vak koos.

Voor de ene is dat een verademing. Een programmeur die vooral complexe problemen wil oplossen, zal misschien blij zijn dat AI een deel van de code uitschrijft. Voor iemand anders verdwijnt net het leukste stuk van de job. En dan gaat de discussie niet langer alleen over efficiëntie, maar ook over zingeving: welk deel van mijn werk maakt dat ik dit werk graag doe? En hoeveel maakt het uit dat ik dat werk zélf doe?

Net doordat je er zoveel werk hebt ingestoken, voelt het resultaat ook meer als “van jou”.

Zelfgemaakt smaakt anders

Stel dat je een IKEA-kast helemaal zelf in elkaar hebt gezet. Objectief gezien is ze identiek aan de kast die iemand anders kant-en-klaar geleverd kreeg. Toch is de kans groot dat jij nét iets trotser bent op die van jou. In de psychologie heet dat het IKEA-effect: we hechten meer waarde aan dingen waarin we zelf moeite hebben gestoken. Op het werk gebeurt iets gelijkaardigs. Een presentatie waar je zelf uren aan hebt geschaafd, een analyse die je helemaal hebt opgebouwd, een tekst waarin je eindelijk de juiste formulering vond… Net doordat je er zoveel werk hebt ingestoken, voelt het resultaat ook meer als “van jou”.

Met AI verandert dat. Het eindresultaat kan uitstekend zijn, maar toch voelt het niet altijd hetzelfde. Niet noodzakelijk omdat de kwaliteit slecht is, maar omdat je minder het gevoel hebt dat jij het gemaakt hebt. Dat verklaart misschien waarom gesprekken over AI-output soms zo snel vastlopen op ja, maar het is toch niet hetzelfde. Dat kan klinken als weerstand tegen technologie, terwijl het ook over eigenaarschap kan gaan. Want misschien willen we sommige taken helemaal niet uit handen geven, ook al kan AI ze perfect overnemen.

barbara-zandoval-fhEkwsRgMNQ-unsplash

En wat moeten we straks kunnen?

We hadden het over twee vormen van houvast. Onze ervaring was de eerste. De tweede is dat we min of meer kunnen inschatten welke kennis en vaardigheden later nog nuttig zullen zijn. Ook dat wordt met AI moeilijker. Voor HR en L&D is dat geen eenvoudige oefening. Iedereen heeft het over ‘skills of the future’, maar welke zijn dat als de technologie sneller verandert dan onze opleidingsplannen? Vroeger leerde je een nieuw systeem en kon je daar vaak jaren mee verder. Nu leer je werken met een AI-model, krijg je bepaalde prompts en werkwijzen onder de knie en kort daarna verschijnt er alweer een nieuwe versie die meer kan of anders werkt.

En zelfs met de AI van vandaag is het niet eenvoudig om te bepalen welke vaardigheden belangrijk blijven. AI presteert bij sommige taken heel goed en bij andere veel minder. Daar komt bij dat AI bij sommige taken heel goed presteert en bij andere veel minder. Onderzoekers spreken over een jagged technological frontier, letterlijk een gekartelde grens. In een onderzoek bij 758 consultants bleek AI een grote meerwaarde voor taken die binnen die grens vielen. Bij een taak die buiten de mogelijkheden van AI lag, presteerden deelnemers mét AI gemiddeld 19 procent slechter dan deelnemers zonder AI. Bij de ene taak helpt AI je dus vooruit, bij een andere kan het je net de verkeerde richting uitsturen. En het vervelende is dat je vooraf niet altijd weet met welke van de twee je te maken hebt. Bovendien blijft die grens verschuiven. Probeer dan maar eens met zekerheid te zeggen: hierin moeten onze mensen de komende vijf jaar investeren…

Tegen de tijd dat je een nieuwe vaardigheid onder de knie hebt, is de technologie alweer verder geëvolueerd en ziet je job er misschien opnieuw anders uit. Mensen hebben daarom meer nodig dan nieuwe skills.

Nieuwe skills zijn niet genoeg

Voor HR en L&D lijkt de opdracht voor de hand te liggen: als jobs veranderen, moeten mensen nieuwe vaardigheden leren. Dat blijft belangrijk, maar daarmee zijn we er niet. Een opleiding leert je iets nieuws, maar geeft je niet noodzakelijk opnieuw houvast. Tegen de tijd dat je een nieuwe vaardigheid onder de knie hebt, is de technologie alweer verder geëvolueerd en ziet je job er misschien opnieuw anders uit. Mensen hebben daarom meer nodig dan nieuwe skills.

Om te beginnen moeten ze opnieuw hun plaats kunnen vinden in het werk. Een plaats waar hun expertise nog telt, ook als AI een deel van het werk overneemt. Waar ze trots kunnen zijn op wat ze maken en het gevoel houden dat het ook hún werk is. Waar ze weten waarom hun werk ertoe doet en waar ze kunnen blijven leren.

Maar zelfs die nieuwe plaats zal niet voor altijd dezelfde blijven. Technologie blijft veranderen, taken blijven verschuiven en wat vandaag houvast geeft, kan morgen opnieuw ter discussie staan. Mensen hebben dus ook een manier nodig om met die voortdurende beweging om te gaan, zonder telkens opnieuw alle houvast kwijt te raken. Dat gaat verder dan iedereen leren prompten. Vragen als wat ben ik nog waard, waar ben ik trots op, wat betekent mijn werk nog en waarop kan ik nog bouwen? hebben invloed op hoe we verandering ervaren en ermee omgaan.

En daarmee komen we bij het volgende deel van dit dossier rond ‘Versnelde verandering’: wat doet die voortdurende stroom van verandering eigenlijk met ons brein? 

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Webinar

WEBINAR – Wendbaar in verandering – 14 december

ONLINE WEBINAR

WENDBAAR IN VERANDERING

STAGILITY – STABILITEIT IN BEWEGING

De wereld verandert in een snel tempo en dat voelen we ook op de werkvloer. Waar we in 2016 nog gemiddeld twee grote veranderingen per jaar meemaakten, zijn dat er vandaag tien, mee aangewakkerd door AI. Die versnelling leidt tot een duidelijke spanning op de werkvloer. Aan de ene kant is er nood aan wendbare organisaties en meer agiliteit. Maar langs de andere kant hebben mensen, door al die veranderingen, ook meer nood aan stabiliteit.

Vaak worden die twee tegenover elkaar gezet: ofwel het een, ofwel het ander. Maar de kunst is om ze allebei te combineren: niet stabiliteit óf agiliteit, maar stagility. Dat vraagt een andere manier om naar werk te kijken.

In dit online lunchwebinar van een uur zetten we de bril van stagility op. Je krijgt inzicht in de oorzaken van de versnelling en in wat er in ons brein gebeurt wanneer die versnelling en veranderingen toenemen, aangewakkerd door AI. En je krijgt concrete technieken vanuit stagility om daarin te ondersteunen.

Dit lunchwebinar helpt HR- en L&D-professionals begrijpen waarom de vraag naar wendbaarheid vaak botst met hun stabiliteit en hoe je dat spanningsveld benut in plaats van bestrijdt.

Je leert wat er gebeurt in het brein van jouw mensen wanneer verandering in tempo toeneemt, hoe AI die versnelling nog verder aanwakkert en waarom dat vaak dieper raakt dan een kwestie van nieuwe vaardigheden alleen. Je krijgt concrete technieken om mensen daarin te ondersteunen, zodat ze wendbaar en veerkrachtig kunnen blijven, zonder zichzelf te verliezen.

Dit lunchwebinar is er speciaal voor HR- en L&D-professionals die op zoek zijn naar initiatieven om hun medewerkers te ondersteunen.

Ontdek waarom medewerkers vastlopen op verandering en versnelling en welke tips hen helpen om wendbaar en veerkrachtig te blijven.

Ben je geen HR- of L&D-professional, maar wél nieuwsgierig? Laat van je horen via hey@howswork.be. Als er nog plaatsen vrij zijn, reserveren we er graag eentje voor jou.

De meeste verandertrainingen behandelen verandering als een afgebakend probleem: er is een verandering, je leert ermee omgaan, en je bent klaar. Dat werkte toen verandering nog een uitzondering was. Vandaag is het de constante, en dan raakt het dieper dan een nieuwe vaardigheid: het raakt wie je bent en of je jezelf nog herkent in je werk.

Verandering brengt bovendien vaak onduidelijkheid met zich mee: de oude manier van werken geldt niet meer en de nieuwe staat nog niet vast. En net die onduidelijkheid maakt het moeilijk om in actie te schieten. Niet omdat mensen niet willen, maar omdat ze niet goed weten waar te beginnen.

Tijdens dit online lunchwebinar kijken we eerst naar waar die versnelling vandaan komt en hoe mensen die voelen. Vervolgens duiken we in ons brein: hoe komt het dat de ene medewerker daar makkelijker doorheen gaat dan de andere? En we eindigen met concrete tips, vanuit stagility, om ondanks die onduidelijkheid toch in actie te komen en wendbaar en veerkrachtig te blijven, zonder jezelf daarbij te verliezen.

14 december 2026

We zien elkaar op maandag 14 december 2026 van 12u – 13u voor een inspirerende lunchsessie.

tot 35 personen 

We beperken de groep tot 35 personen om voldoende interactiviteit te behouden.

 Via Teams

Dit webinar wordt gegeven via Teams. De link krijg je enkele dagen voor het webinar.

Jouw expert

Katelijn Nijsmans, neurowetenschapper en expert, neemt je mee in dit thema.

SCHRIJF JE HIER IN 

Dit webinar is speciaal bedoeld voor HR- en L&D-professionals. Ben jij actief in dit domein? Dan ben je van harte welkom om je in te schrijven. Heb je een andere achtergrond maar wel interesse, stuur dan even een mailtje naar hey@howswork.be.

BLOG

In deze blog lees je wat verandermoeheid echt voedt en hoe je het brein opnieuw in beweging krijgt. 

ALLE EVENTS

WEBINAR
Online
VOLZET – WENDBAAR IN VERANDERING
26/10/2026
Teams
12u00-13u00
WEBINAR
Online
VAN PIEKEREN NAAR VEERKRACHT
16/11/2026
Teams
12u00-13u00
MASTERCLASS
Live
LEIDERSCHAP IN VERANDERING
24/11/2026
Yust, Antwerpen
14u00-17u00
WEBINAR
Online
WENDBAAR IN VERANDERING
14/12/2026
Teams
12u00-13u00
Categorieën
Lifelong Learning

Verandert alles echt sneller dan vroeger?

Verandert alles echt sneller dan vroeger?

Waarom kennis, gewoontes en ervaring steeds minder lang houvast bieden

Alweer een nieuw systeem. Een nieuwe structuur. Een andere leidinggevende. Een AI-tool die we vanaf nu allemaal moeten gebruiken. En o ja, ondertussen loopt dat vorige verandertraject natuurlijk ook nog… We horen het vaak in gesprekken met organisaties: er verandert zoveel. En het gaat alleen maar sneller. Maar is dat eigenlijk wel zo? We praten tenslotte al jaren over VUCA, BANI en learning agility. Elke generatie lijkt ervan overtuigd dat de wereld sneller draait dan vroeger. Misschien is er vandaag helemaal niet méér verandering. Misschien zijn we er gewoon wat minder goed tegen bestand? Het is een terechte vraag. Alleen: de cijfers lijken dat gevoel te bevestigen.

Dat voelt als gebrek aan wilskracht. Maar het is iets anders. Het heet beslissingsmoeheid, en het is biologie, geen karakter.

Ja, er verandert meer. Veel meer zelfs

Volgens onderzoek van Gartner maakte de gemiddelde medewerker in 2022 zo’n tien geplande organisatiebrede veranderingen per jaar mee. Denk aan herstructureringen, cultuurtrajecten of grote technologieprojecten. In 2016 waren dat er nog maar twee. Tel voor de lol eens hoeveel veranderingen er de voorbije drie jaar in jouw organisatie zijn aangekondigd. Een nieuw systeem? Een reorganisatie? Andere processen? Een nieuwe leidinggevende? Een andere manier van samenwerken? De kans is groot dat je vingers tekortkomt.

 

Toch zou het te gemakkelijk zijn om daaruit te besluiten dat al die versnelling slecht nieuws is. Want als je naar de geschiedenis van de mens kijkt, zie je net een behoorlijk indrukwekkend verhaal. We proberen al eeuwen om dingen beter, sneller en makkelijker te maken. We leven langer. We reizen sneller. Huishoudelijke taken die vroeger een groot deel van de week opslokten, kosten ons dankzij technologie een fractie van die tijd. Een brief werd een mail. Een overschrijving werd een instant betaling. Een foto ontwikkelen werd een selfie nemen. Een route zoeken werd Google Maps…

 

Wie wil er eigenlijk terug? Naar de tijd waarin je voor elke betaling naar de bank moest? Naar reizen zonder navigatie? Naar wassen zonder wasmachine? Naar werken zonder zoekfunctie? Wij alvast niét.

We omarmen die veranderingen omdat ze ons vooruithelpen, maar houden daarmee ook de versnelling in stand.

Als iets sneller kán, moét het plots ook sneller

Alleen zit er een vreemde paradox in al die vooruitgang. Zodra iets sneller of makkelijker kán, verwachten we namelijk ook dat het sneller of makkelijker gebeurt. De mail verving de brief, maar creëerde tegelijk de verwachting dat we sneller antwoorden. De smartphone maakte ons altijd bereikbaar, maar daardoor werd onbereikbaar zijn minder vanzelfsprekend. Een kalenderlink maakt een afspraak plannen makkelijker – en voor je het weet, zit je agenda nog wat voller.

 

Die verwachtingen komen bovendien niet alleen van klanten, collega’s of leidinggevenden. We hebben ze zelf ook. We vinden het doodnormaal dat een betaling onmiddellijk lukt. Dat we een pakket van magazijn tot voordeur kunnen volgen. Dat een website meteen laadt. Dat informatie altijd beschikbaar is. Ook jouw organisatie zet dus mee het tempo. Meestal met heel goede redenen. Technologie maakt samenwerken makkelijker, informatie toegankelijker en processen efficiënter. Ze creëert ruimte voor innovatie en flexibiliteit. We omarmen die veranderingen omdat ze ons vooruithelpen, maar houden daarmee ook de versnelling in stand.

Het luidste effect is niet noodzakelijk het belangrijkste

Van die versnelling voelen we één effect heel duidelijk: drukte. Fastfood, speeddaten, powernaps, podcasts op sneltempo, flitsbezorging… Voor zowat alles bestaat ondertussen een snellere variant. Onze agenda’s zitten weken vooruit vol en zelfs ontspanning proberen we zo efficiënt mogelijk in te plannen.

Maar er is nog een tweede effect. Een veel stiller effect. Onzekerheid. Want hoe sneller de wereld verandert, hoe moeilijker hij wordt om te voorspellen. Zal mijn job er over twee jaar nog hetzelfde uitzien? Welke vaardigheden heb ik straks nodig? Moet ik me bijscholen? En waarin dan? Bereid ik mijn kinderen wel voor op de juiste dingen? Dat maakt het er voor HR en L&D niet eenvoudiger op. Want hoe bepaal je waarin mensen vandaag moeten investeren als niemand precies weet wat morgen van hen verwacht wordt?

Om te begrijpen waarom dat zo hard binnenkomt, moeten we even weg van het werk. Je kinderen zijn boven. En plots wordt het stil. Niet het gewone stil, maar dát stil. Je hoeft niet eerst een grondige analyse te maken om te weten dat er mogelijk iets aan de hand is. Je staat waarschijnlijk al half recht voor je goed en wel beseft waarom… Of je partner komt thuis, doet de deur op een bepaalde manier dicht en zegt amper iets. Je weet meteen: geen goeie dag. Niemand heeft je dat verteld. Je leidt het af uit honderden eerdere momenten. En vaak weet je meteen ook wat je nu beter wel – en vooral níét – zegt.

Dat is een van de handigste dingen aan ervaring. Je hoeft niet elke dag opnieuw uit te zoeken hoe de wereld werkt. Alles wat je meemaakt, helpt je een soort model op te bouwen. Daardoor kan je situaties herkennen én voorspellen wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Je ervaring van gisteren helpt je vandaag en morgen. Maar alleen onder één voorwaarde: morgen moet nog voldoende op gisteren lijken. En laat dat nu net zijn waar het vandaag begint te wringen.

Dat roept een veel fundamentelere vraag op dan: hoe werkt die nieuwe tool? Wat betekent dit voor alles wat ik de voorbije twintig jaar heb opgebouwd?

Welkom bij de krimp van het heden

De Duitse filosoof Hermann Lübbe gaf dat fenomeen een naam: de krimp van het heden, of Gegenwartsschrumpfung. Klinkt ingewikkeld. Het idee erachter is dat gelukkig niet. Het ‘heden’ is in deze betekenis niet één moment. Het is de periode waarin wat je uit het verleden hebt geleerd nog bruikbaar is om vooruit te kijken. En die periode wordt korter. Wat vandaag nieuw is, is sneller oud. Wat vandaag werkt, moet morgen misschien alweer worden aangepast. Wat vandaag normaal voelt, kan over enkele jaren achterhaald zijn.

Op het werk zie je dat heel concreet. Een verandering is eigenlijk pas echt geland wanneer je opnieuw weet hoe alles werkt zonder er voortdurend over na te denken. Je kent het systeem, begrijpt de afspraken en hebt nieuwe gewoontes opgebouwd. Dat kost tijd. Alleen haalt de volgende verandering je soms al in voor je zover bent. Hetzelfde gebeurt met expertise. Je bent misschien twintig jaar bezig geweest om ergens bijzonder goed in te worden. Een sterke tekst schrijven, een complex dossier opbouwen, data analyseren, programmeren… En plots verschijnt er technologie die in enkele seconden iets produceert dat er op het eerste gezicht behoorlijk vergelijkbaar uitziet.

Dat roept een veel fundamentelere vraag op dan: hoe werkt die nieuwe tool? Wat betekent dit voor alles wat ik de voorbije twintig jaar heb opgebouwd? Zelfs thuis gebeurt hetzelfde. Je kind maakt huiswerk met AI. Voor je ouders was spieken duidelijk: je keek af bij je buur. Vandaag moet jij bepalen waar hulp ophoudt en vals spelen begint. Je bedenkt een regel op basis van een situatie waarvoor je zelf geen ervaring hebt. En tegen volgend schooljaar kan de technologie alweer veranderd zijn.

Misschien bedoelen we dát met ‘het gaat te snel’

En zo komen we terug bij die medewerker die zucht dat er alweer iets verandert. Het is verleidelijk om daar vooral werkdruk in te horen. Of veranderingsmoeheid. Misschien zelfs wat weerstand. Maar er kan iets anders onder zitten. Mensen krijgen steeds minder tijd om opnieuw het gevoel te krijgen: oké, ik snap hoe het hier werkt. De kennis, routines en ervaring waarop ze vertrouwen, bieden minder lang houvast. Hun kaart van de wereld is niet waardeloos geworden. Alleen moet ze steeds vaker opnieuw getekend worden. Het verschil zit dus niet alleen in hoeveel er verandert. Ook de houdbaarheid van wat we weten en kunnen, wordt korter.

Betekent dit dat ervaring straks niets meer waard is en we voortdurend achter de feiten aan zullen lopen? Gelukkig niet. Maar het vraagt wel dat we anders naar verandering kijken

Verandering vraagt ook iets anders van ons

Betekent dit dat ervaring straks niets meer waard is en we voortdurend achter de feiten aan zullen lopen? Gelukkig niet. Maar het vraagt wel dat we anders naar verandering kijken. Veel klassieke verandertrajecten vertrekken immers vanuit een vrij duidelijk eindpunt. We weten waar we naartoe willen, leggen uit waarom, leren mensen nieuwe vaardigheden aan en geven hen tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Alleen is dat eindpunt vandaag niet altijd zo helder. Soms verandert de context alweer terwijl je nog onderweg bent… Dan heb je niet alleen nood aan antwoorden, maar ook aan andere gesprekken. Wat zien we gebeuren? Wat betekent dat voor ons werk? Wat weten we al en wat nog niet? Waar maken mensen zich zorgen over? En wat kunnen we vandaag wél doen, ook al weten we niet precies hoe morgen eruitziet?

 

Dat is ook waar sensemaking belangrijk wordt: samen proberen te begrijpen wat er verandert en wat dat voor jou, je team en je organisatie betekent. Niet één keer bij de start van een verandertraject, maar telkens opnieuw. Want als de kaart sneller veroudert, heeft het weinig zin om mensen alleen maar een nieuwe kaart te geven. Je kan hen beter helpen om samen de weg te blijven zoeken.

En dan is er natuurlijk nog AI

Een van de ontwikkelingen die dat smallere heden momenteel sterk voelbaar maakt, is artificiële intelligentie. AI zet bestaande kennis en ervaring sneller ter discussie en maakt tegelijk moeilijker voorspelbaar welke vaardigheden we straks nodig zullen hebben. Dat hoeft geen reden tot pessimisme te zijn. Wel een reden om het gesprek over verandering anders te voeren. Niet alleen: wat moeten mensen bijleren? Maar ook: wat betekent dit voor ons werk, welke vragen roept het op en hoe vinden we samen onze weg in iets wat nog volop in beweging is?

Want soms gaat verandering niet alleen over nieuwe kennis of ander gedrag. Ze raakt ook aan persoonlijkere vragen: ben ik hier straks nog nodig? Is wat ik kan nog waardevol? En waarin moet ik investeren als ik niet weet wat er komt?

Die vragen laten we niet los. Deze blog is het eerste van vier stukken in ons dossier Versnelde verandering, waarin we uitzoeken wat AI aan deze versnelling verandert, waarom je brein er zoveel energie aan verliest, en hoe je richting geeft aan een ploeg terwijl je zelf ook niet alles weet.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief