Categorieën
Wellbeing

Waarom kiezen zo vermoeiend is (en wat je eraan kan doen)

Waarom kiezen zo vermoeiend is (en wat je eraan kan doen)

De onzichtbare motor achter je werkdruk

Je kent het moment wel. Je komt thuis na een lange werkdag, je opent de koelkast en je staart. Je sluit hem, opent hem opnieuw, staart nog eens. Niet omdat er niets is, maar omdat je brein even niet meer kan kiezen. Je eindigt met iets laten leveren, ook al had je alles in huis.

Dat voelt als gebrek aan wilskracht. Maar het is iets anders. Het heet beslissingsmoeheid, en het is biologie, geen karakter.

Duizenden keuzes, één batterij

Elke dag neem je ontelbaar veel beslissingen. Snoozen of opstaan, koffie of thee, wat trek je aan, wanneer open je die moeilijke mail. Sommige bronnen schatten dat we tot 35.000 keuzes per dag maken. Neem dat cijfer met een korrel zout, maar de richting klopt: je brein is de hele dag bezig met beslissen.

En dat kost energie. Niet elke beslissing evenveel, maar alles samen meer dan je denkt. Maar niet elke beslissing voelt even zwaar. Sommige merk je, andere neem je zonder het door te hebben. En daar zit een wereld van verschil.

De dingen die je voelt, en de dingen die je niet voelt

Er zijn beslissingen die je bewust neemt. Een lastige mail schrijven, een probleem oplossen, iemand feedback geven. Die voel je. Na een paar van die taken ben je moe, en dat is logisch.

En er zijn beslissingen die je brein op automatische piloot neemt. Je benen in je broekspijpen, je tanden poetsen, je schoenveters strikken. Probeer eens uit te leggen hoe je precies je veters knoopt. Moeilijk, toch? Je handen weten het, jij niet meer. Dat komt omdat die handelingen zo diep ingesleten zijn dat je brein ze heeft weggeschoven.

Dat is briljant, eigenlijk. Je brein is een machine die zichzelf voortdurend probeert te automatiseren, om ruimte te sparen voor wat echt aandacht vraagt. Op de savanne had je geen tijd om lang na te denken als er gevaar dreigde. Snel reageren was overleven. Dus alles wat vanzelf kan, gebeurt vanzelf.

"Beslissingsmoeite is geen zwakte in je karakter. Het is een brein op zijn limiet."

Wanneer de batterij leeg raakt

Die automatische piloot heeft alleen één probleem: hij weet niet altijd wanneer hij moet stoppen. Na een dag vol bewuste keuzes raakt je mentale batterij op. En dan gebeurt het: je brein gaat voor de makkelijkste optie, ongeacht of die de beste is.

Dat werd pijnlijk concreet aangetoond bij rechters. Onderzoekers volgden strafzaken over verschillende momenten van de dag. ’s Ochtends kregen verdachten vaker een mildere straf. Vlak voor de lunch zakte dat percentage bijna naar nul. Na de lunchpauze schoot het weer omhoog. Hetzelfde dossier, dezelfde rechter, ander moment, andere uitkomst. Een vermoeid brein pakt het makkelijkste pad.

En dat is precies wat er gebeurt met jou voor die koelkast. Of met de collega die om vier uur nog aan één slide zit te schaven die om negen uur een zaak van vijf minuten was. Kader naar links, dan naar rechts, dan terug. Je brein is niet meer aan het denken, het is aan het dwalen.

Wat je brein weer energie geeft

Drie dingen die écht helpen:

  1. Maak kleine keuzes onnodig. Elke mini-beslissing kost energie, dus haal er een paar uit je hoofd. Leg je outfit ’s avonds klaar. Plan je maaltijden in het weekend. Werk met vaste routines, ’s morgens én op het werk. Vaste startmoment, vaste mailmomenten, vaste rustmomenten. Niet om je leven voorspelbaar te maken, wel om ruimte te maken voor wat echt aandacht verdient. Kleine waarschuwing: houd je zélf van koken of mode, dan kost een weekmenu of outfitplanning je misschien net energie in plaats van ze te sparen. Jezelf kennen telt.
  2. Zet je moeilijke keuzes in je beste uren. Je brein presteert niet de hele dag even goed, dat weet je ondertussen. Functioneringsgesprekken, strategische knopen, moeilijke gesprekken horen thuis op momenten waarop jouw breinenergie het hoogst is. Dat klinkt simpel, maar heel weinig mensen doen het.
  3. Gun je brein echte pauzes. Even staren, een korte wandeling, niks doen. Het voelt als tijdverspilling. Het is het tegenovergestelde. Wandel tijdens je lunch, plan vijf minuten tussen twee meetings, wissel zwaar denkwerk af met lichter werk. Dat zijn geen luie momenten. Dat zijn noodzakelijke resets.

"Te veel kleine beslissingen doorschuiven naar je mensen klinkt als vertrouwen, maar is vaak iets anders: een versnipperde energie-afslag."

En als je leiding geeft

Als jij een team leidt, speelt dit net zo goed. Sterker nog, jij bent mede-verantwoordelijk voor hoeveel batterij je team op een dag verbruikt.

Te veel kleine beslissingen doorschuiven naar je mensen klinkt als vertrouwen, maar is vaak iets anders: een versnipperde energie-afslag. Iedereen die tien keer per dag moet beslissen hoe iets aangepakt wordt, is tegen vier uur ’s middags leger dan nodig. Standaardiseer wat kan. Maak duidelijke afspraken over waarvoor mensen zelf mogen beslissen en waarvoor ze moeten afstemmen. Zo maak je ruimte voor het denkwerk dat écht bij hen hoort.

En benoem het. Als iemand om vier uur ’s middags minder scherp oogt, is dat geen karakterfout. Dat is biologie. Plan de zware gesprekken dus niet op dat moment. Zo simpel.

Dit hangt trouwens nauw samen met wat we eerder schreven over de impact van piekeren op het werk. Ook daar blijkt dat mentale belasting de hele dag haar tol vraagt, en dat de beste strategie niet harder werken is, maar slimmer herstellen.

Wees mild, ook voor jezelf

Sta je ’s avonds voor je volle koelkast en weet je niet meer wat je wilt? Bestel je iets terwijl er nog drie maaltijden klaarstaan? Stel je dat ene gesprek met je medewerker alweer uit tot “ergens deze week”, terwijl je vanochtend nog vastberaden was om het vandaag te voeren? Dat is geen gebrek aan discipline. Je hebt honderden onzichtbare beslissingen al achter de rug. Op een bepaald moment heeft je brein gewoon genoeg gehad.

De boodschap die we vanuit How’s Work graag meegeven is heel simpel: beslissingsmoeheid is menselijk. Hoeft dus geen schuldgevoel op te roepen. Maar het helpt wel om te weten dat het bestaat, want eens je het herkent kan je er iets aan doen. Kleinere keuzes automatiseren, je beste uren bewust gebruiken, pauzes ernstig nemen. Dat is waar het om draait.

👉 Onze oprichtster Katelijn legt dit ook heel duidelijk uit in haar gesprek met Sven van JOE FM. Zeker het beluisteren waard!

Wil je hier met je team mee aan de slag? In de opleiding Behoud je energie bij werkdruk onderzoeken we samen met jouw organisatie hoe je de sweet spot vindt tussen gezonde druk en mentale uitputting. 


ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Emoties op het werk: hoe hou je ze in balans?

Emoties op het werk: hoe hou je ze in balans?

Sterke teams praten over emoties

“Laat je emoties thuis.” Laat ons liever beginnen met deze boutade meteen uit de weg te ruimen. Emoties zijn geen jas die je ’s ochtends aan de kapstok hangt wanneer je je werkplek binnenwandelt. Ze zitten verweven in hoe we denken, beslissen en samenwerken. De vraag is: hoe ga je er (beter) mee om?

De balans van emoties in kaart brengen

Emoties: stoorzender of stuurinstrument?

Emoties hebben lange tijd een slechte reputatie gehad. Ze werden gezien als iets dat rationeel denken in de weg staat; iets wat je best onder controle houdt om professioneel te blijven. Maar dat beeld klopt niet helemaal – we komen er straks nog op terug.

Vandaag weten we dat emoties net een cruciale rol spelen in ons functioneren, zowel privé als professioneel. Ze helpen ons om prioriteiten te stellen en beslissingen te nemen. Zo dwingt verdriet ons bijvoorbeeld tot bezinning. Omgekeerd kan boosheid je de nodige energie geven om in actie te komen.

In feite bevatten emoties waardevolle informatie. Tenminste, als je leert om ze juist te interpreteren en te reguleren. Dan hebben we het over emotionele intelligentie: het vermogen om je eigen emoties en die van anderen te herkennen, te begrijpen en er gepast naar te handelen.

Emotieregulatie is een vaardigheid

Op de werkvloer wordt soms verwacht dat mensen hun emoties “gewoon onder controle houden”. Alsof het een bewuste keuze is om kalm te blijven in een stressvolle meeting. Of om niet gefrustreerd te raken wanneer iets fout loopt. Of om geen jaloezie te voelen als je hoort dat iemand meer verdient dan jou. 

Emotieregulatie is geen kwestie van wilskracht alleen, maar van training. Je kan niet beslissen om minder stress te voelen, net zoals je niet beslist om plots een sixpack te hebben. Wat je wél kan doen, is oefenen hoe je met die stress omgaat. En zoals bij elke vaardigheid begint dat bij inzicht, gevolgd door kleine, herhaalbare acties.

Wat volgt zijn drie strategieën voor meer emotioneel evenwicht. Zeker ook handig voor wie op zoek is naar handvaten om de vicieuze cirkel van stress te doorbreken.

Wie emoties systematisch onderdrukt, merkt vaak dat ze later sterker terugkomen.

Tip #1: maak ruimte voor wat je voelt

Wanneer emoties opkomen, hebben we de neiging om ze zo snel mogelijk weg te duwen. We leiden onszelf af, rationaliseren wat er gebeurt, verdoven onszelf en/of proberen gewoon door te gaan. Dat is begrijpelijk, maar zelden effectief.

Wie emoties systematisch onderdrukt, merkt vaak dat ze later sterker terugkomen. Bovendien mis je zo de informatie die erin zit. Een eerste stap in emotieregulatie is daarom verrassend eenvoudig, maar niet per se evident: stilstaan bij wat je voelt.

Dat kan door jezelf vragen te stellen zoals:

  • Wat voel ik nu precies?
    Tip: het “emotiewiel” is een handige tool om de juiste woorden te vinden.
  • Waar komt dit gevoel vandaan?
  • Wat gebeurt er in mijn lichaam?

Bonus: zo voorkom je affectieve denkfouten

Vaak zijn emoties snel, automatisch en gebaseerd op eerdere ervaringen. Je brein probeert je zo te beschermen, maar slaat daarbij soms de bal mis. Een opmerking van een collega voelt dan plots als zware kritiek. Een mail zonder emoji lijkt afstandelijk of zelfs vijandig. Of je denkt dat het jouw schuld is als je leidinggevende slechtgezind is.

Emoties kunnen je denken dus niet alleen richting geven, ze kunnen het ook vertekenen. Zeker wanneer je emoties niet goed herkent of benoemt, bestaat het risico dat ze je interpretatie van de werkelijkheid gaan kleuren. Dat noemen we affectieve denkfouten. 

Stilstaan bij wat je voelt, creëert ruimte om die denkfouten te herkennen. Het is trouwens geen toeval dat neuroloog Steven Laureys een boek schreef over meditatie: onderzoek toont aan dat je emoties benoemen, de activiteit van de amygdala kalmeert. Je kan dan beter het onderscheid maken tussen wat je denkt en wat je voelt. Je wordt minder meegesleept en krijgt meer grip op je reactie.

Reguleren betekent niet dat je emoties onderdrukt of wegwerkt.

Tip #2: kies bewust hoe je reageert

Eens je een emotie herkent, komt de volgende stap: wat doe je ermee? Reguleren betekent niet dat je emoties onderdrukt of wegwerkt. Zoals we net aanhaalden, betekent het dat je bewust kiest hoe je ermee omgaat.

Soms houdt dat in dat je even afstand neemt van een situatie, bijvoorbeeld door een korte pauze te nemen of bewust te vertragen. Zo geef je jezelf de tijd om je fysiologische reactie (denk aan spanning of een verhoogde hartslag) te laten zakken, zodat je niet vanuit impuls handelt.

In andere gevallen kan het net helpend zijn om het gesprek aan te gaan en je emoties te delen met iemand die kan luisteren. Niet om je gelijk te halen, maar om je perspectief te verruimen: door dingen uit te spreken, merk je vaak dat je verhaal minder absoluut wordt en er meer nuance ontstaat.

Vaak onderbelicht: het belang van positieve emoties

We zijn geneigd om vooral bezig te zijn met negatieve emoties zoals stress, frustratie of onzekerheid. Terwijl positieve ervaringen minstens even cruciaal zijn voor ons welzijn. Ze dragen bij aan herstel, versterken relaties en maken ons veerkrachtiger.

Op de werkvloer kan je daar als leidinggevende bewust op inzetten door successen te benoemen, waardering uit te spreken en momenten van voldoening niet zomaar voorbij te laten gaan.

We kijken snel naar het individu (“die persoon moet beter leren omgaan met stress”), maar verliezen daarbij soms de context uit het oog.

Tip #3: evalueer de volledige context

Een vaak vergeten aspect van emotioneel evenwicht: de omgeving waarin je werkt. We kijken snel naar het individu (“die persoon moet beter leren omgaan met stress”), maar verliezen daarbij soms de context uit het oog. Terwijl die net een enorme impact heeft.

Onduidelijke verwachtingen, constante onderbrekingen of een overdaad aan prikkels zorgen ervoor dat emoties sneller oplopen en moeilijker te reguleren zijn. In zo’n omgeving is het niet realistisch om te verwachten dat mensen altijd rustig en gefocust blijven.

Daar ligt dus ook een verantwoordelijkheid voor organisaties en leidinggevenden. Denk aan duidelijke afspraken rond bereikbaarheid, realistische workloads en een cultuur waarin het oké is om aan te geven dat iets te veel wordt.

Blijven afstemmen, blijven bijsturen

Een medewerker kan wel beter leren omgaan met piekergedachten, maar als de verwachtingen continu veranderen of de werkdruk structureel te hoog ligt, bots je al snel op grenzen. Het enige dat écht werkt? Blijven praten en bereid zijn om bij te sturen.

Belangrijk om te onthouden: emoties zijn geen probleem dat je moet oplossen, maar een signaal dat je kan gebruiken. Ze vertellen je waar iets wringt, wat belangrijk voor iemand is en waar hun grenzen liggen.

Wie leert om die signalen te herkennen en er bewust mee om te gaan, krijgt niet alleen meer grip op zichzelf, maar ook op hoe die samenwerkt met anderen. En laat dat nu net zijn waar het op de werkvloer om draait.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Verzuim: kiezen tussen zorgzaamheid en verantwoordelijkheid?

Verzuim: kiezen tussen zorgzaamheid en verantwoordelijkheid?

De ongemakkelijke spagaat van leidinggevenden

Sinds 1 januari 2026 ligt er een grotere verantwoordelijkheid bij werkgevers om op te treden bij ziekteverzuim. De nadruk ligt hierbij vooral op preventie en re-integratie, maar ook op het überhaupt hebben van een beleid. Het is alleen in de praktijk niet zo’n zwart-witverhaal. Of toch?

Wit en zwart verzuim: weinig discussie

Wanneer er geen twijfel is over de legitimiteit van de afwezigheid, spreken we over zogenaamd wit verzuim. Denk maar aan iemand die een ernstige diagnose krijgt of op een andere manier serieus ziek valt. De meeste leidinggevenden weten daarbij wel ongeveer wat te doen: begrip tonen en ruimte geven voor herstel – ondersteunen dus.

Aan het andere uiterste is er zwart verzuim: situaties waarin er sprake is van misbruik of onwil. De kantjes ervan aflopen en profiteren, zeg maar. Hoewel het in de praktijk gelukkig weinig voorkomt (het gaat om slechts 5% à 10% van alle verzuim), gaat er toch veel aandacht naartoe. Maar ook hier is het duidelijk wat moet gebeuren: begrenzen.

Het héél grote grijze gebied ertussen

Ongeveer 60% van het verzuim situeert zich ergens tussen die twee uitersten. Bij grijs verzuim gaat het over mensen die zich simpelweg niet top voelen. Je hebt het zelf ongetwijfeld ook al eens meegemaakt: oververmoeid omdat je hebt liggen piekeren ‘s nachts, nekpijn die ineens opduikt… Of voor vrouwen: last van je maandstonden. 

Meestal gaan mensen dan toch gewoon werken. Maar sommigen melden zich op zo’n dag wél ziek. Voor leidinggevenden is het niet altijd duidelijk wat ze in dit geval best doen: ondersteunen, of toch begrenzen? Het is flou, en dat maakt het zo moeilijk. 

We zijn natuurlijk ook nooit “100% gezond”, dus wanneer zijn mensen dan volledig arbeidsongeschikt? De arbeidscontext speelt alleszins een bepalende rol in iemands beslissing om zich ziek te melden: is er voldoende aandacht voor belasting, zijn de prioriteiten duidelijk en de verwachtingen realistisch?

Een veelgemaakte denkfout is dat leidinggevenden moeten kiezen tussen zorgzaamheid en verantwoordelijkheid. Beide kunnen tegelijk bestaan.

Damned if you do, damned if you don’t

Als leidinggevenden iemand ondersteunen wanneer ze eigenlijk beter zouden begrenzen, voelen ze zich een ‘softie’. De impact op het team is ook niet min: het kan een onrechtvaardigheidsgevoel aanwakkeren. Omgekeerd, wanneer ze iemand begrenzen die eigenlijk wat ondersteuning nodig heeft? Dan zijn ze weer ‘te hard’. Je merkt het: niet gemakkelijk.

Twijfels steken ook al snel de kop op: “Mag ik dit wel zeggen?”, of “Is dit eigenlijk juridisch correct?”. Grijs verzuim creëert voor leidinggevenden een stevig spanningsveld. Het helpt natuurlijk niet dat er een objectieve houvast ontbreekt: signalen zijn niet altijd zichtbaar, klachten zijn niet meetbaar. Wat helpt er dan wel?

Beleid is noodzakelijk, maar niet voldoende

Organisaties investeren terecht in verzuimbeleid. Procedures rond ziekmelding, opvolging en re-integratie bieden duidelijkheid en rechtszekerheid. Maar een policy alleen volstaat niet om de verzuimdrempel effectief te verhogen.

Wat in de praktijk vaak het grootste verschil maakt, is hoe leidinggevenden hier dagelijks mee omgaan. De manier waarop ze reageren op twijfel, of ze signalen tijdig opvangen, hoe ze hun verwachtingen overbrengen: het bepaalt allemaal mee hoe medewerkers hun eigen belastbaarheid inschatten – lees: of ze zich al dan niet ziek melden.

Let op: mensen moeten zich niet forceren om te (komen) werken. Dan zit je met zogenaamd roze verzuim, oftewel presenteïsme. Dat is ook niet de bedoeling, integendeel. Herstel is belangrijk. Maar misschien kan er wel een context gecreëerd worden waarbij werken ook op moeilijke dagen nog haalbaar voelt.

Werkbaarheid kan je samen creëren

Ondersteunen én begrenzen: geen tegenstelling

Een veelgemaakte denkfout is dat leidinggevenden moeten kiezen tussen zorgzaamheid en verantwoordelijkheid. Beide kunnen tegelijk bestaan: je kan begrip tonen voor klachten én een gesprek voeren over wat wel nog mogelijk is. Openheid, duidelijkheid en nuance helpen trouwens om de verzuimdrempel te laten stijgen.

Kortom: werkbaarheid kan je samen creëren. Tijdelijk de taken, prioriteiten of het tempo aanpassen, maakt dat mensen zich gesteund voelen én aan boord blijven. Maar zorg er in de eerste instantie voor dat ieders energiebronnen en -eisen zo goed mogelijk in balans zijn. Zo blijft de werkdruk van de rest van het team ook beter onder controle.

Preventie is het sleutelwoord (zoals altijd, toch?)

De moeilijkste gesprekken zijn vaak de belangrijkste gesprekken. Het is belangrijk dat leidinggevenden signalen durven benoemen, ook wanneer ze nog vaag zijn. Wachten tot het “ernstig genoeg” is, werkt vaak averechts. Benoemen wat je ziet (zonder te “diagnosticeren”) en het gesprek openen, maakt een wereld van verschil.

Dé boodschap die elke leidinggevende best ter harte neemt: check regelmatig in bij je medewerkers, vraag waar het schuurt en wat hen energie kost. Zo ontstaat er ruimte om zaken te delen. En hoe vroeger signalen op tafel komen, hoe kleiner de kans dat ziekte de enige uitweg wordt.

Wil je de leidinggevenden in jouw organisatie ondersteunen in het voeren van moeilijke gesprekken? Dan is onze masterclass “Leiderschap bij werkdruk en stress” op 10 maart misschien wel iets voor jou.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Een andere kijk op leiderschap bij werkdruk

Longread: leiderschap bij werkdruk

Waarom minder werk niet altijd minder druk betekent

Elke leidinggevende weet: werkdruk is er altijd. In golven, in pieken, en soms gewoon permanent. Je probeert de druk te verlagen door werk te herverdelen, prioriteiten te stellen of tijdelijk iets over te nemen. En toch… merk je dat het niet altijd helpt.

Sterker nog: soms lijkt het de frustratie net te vergroten. Wat helpt er dan wél? Daarvoor moet je wat dieper graven: kijk eens naar wat voor stressoren aan de basis liggen. Daar gaan we in deze longread dieper op in. Zo helpen we je graag werkdruk in je team bespreekbaar én behapbaar te maken.

ray-harrington-SZLzXxbCTD0-unsplash

Werkdruk: het nieuwe normaal?

Misschien merk je het al in je eigen team, maar ook op grotere schaal zijn de signalen duidelijk: werkdruk neemt toe. Redenen genoeg daarvoor: zo is er de arbeidsmarktkrapte, het stijgend absenteïsme en het hogere verloop. Voeg daar nog de komst van AI bij, en je krijgt een werkcontext die tegelijk sneller én complexer is.

Volgens de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor (SERV, 2023) ervaart 36,1% van de werknemers een hoge werkdruk – een forse stijging tegenover 31% in 2004. En die cijfers dateren nog van vóór corona, de hybride shift en de AI-revolutie. Werkdruk is dus niet langer een uitzondering, maar een realiteit voor velen.

En dat brengt jou als leidinggevende in een lastige positie. Want hoe weet je wanneer je moet ingrijpen? Of loslaten? Wanneer helpt een duwtje in de rug, en wanneer duwt het net richting overbelasting? Het antwoord begint bij het verschil tussen objectieve en ervaren werkdruk.

Hoe weet je als leidinggevende wanneer je moet ingrijpen? Of loslaten? Wanneer helpt een duwtje in de rug, en wanneer duwt het net richting overbelasting? Het antwoord begint bij het verschil tussen objectieve en ervaren werkdruk.

Waarom werkdruk niet altijd zichtbaar is

Werkdruk wordt klassiek gemeten aan de hand van drie vragen:

  1. Heb je te veel werk?
  2. Heb je te weinig tijd om je werk te doen?
  3. Heb je achterstand op het werk?

Op papier is dat een handige manier om trends te meten tussen sectoren of over de jaren heen. Maar jij als leidinggevende hebt daar weinig aan. Want zelfs als iemand op alle drie de vragen “nee” kan antwoorden, kan die zich toch totaal overbelast voelen.

Laten we dat even concreet maken met een (fictief) voorbeeld: Tom, een verpleegkundige, verzorgt op maandag tien patiënten in een shift van acht uur. Op dinsdag doet hij exact hetzelfde, maar loopt er iets mis bij een patiënt: een emotioneel gesprek volgt, en er is extra administratie nodig. Hij haalt het einde van zijn to-dolijst, maar voelt zich ’s avonds compleet leeg.

Volgens de klassieke meting: geen verschil. Volgens Tom? Een wereld van verschil

Strain: de tol van inspanning

Wat Tom voelt, noemen we strain: de fysieke of mentale belasting die werk op je legt. Denk aan vermoeidheid, spanning, piekergedrag of het gevoel dat je hoofd niet meer mee wil. Strain is onvermijdelijk als je je inspant. Maar hoe zwaar die belasting voelt, hangt niet alleen af van de hoeveelheid werk, maar ook van het soort druk.

Sommige dagen vragen veel, maar geven ook energie. Andere dagen kosten je vooral energie. Het verschil zit ‘m in het onderscheid tussen twee soorten stressoren.

Challenge of hindrance?

In de wetenschap maken we het onderscheid tussen:

CHALLENGE STRESSOREN

Denk aan complexiteit, verantwoordelijkheid, deadlines. Zwaar, maar zinvol. Als mensen hiermee goed kunnen omgaan – met duidelijke kaders, erkenning en ondersteuning – dan kunnen ze floreren. Deze uitdagingen zorgen voor meer motivatie, jobtevredenheid en verbondenheid.

Concreet voorbeeld: je zwoegt (en vloekt misschien ook) op een belangrijke keynote. Hoewel het project je slaap en energie kost, voel je je na het geven van de presentatie toch ongelofelijk voldaan en zelfverzekerd. Hoewel het veel van je vroeg, zou je het achteraf gezien zo opnieuw doen.

HINDERANCE STRESSOREN

Typische voorbeelden zijn bureaucratie, rolonduidelijkheid, vage prioriteiten, te veel administratie. Dit soort druk blokkeert of frustreert. Mensen hebben het gevoel dat hun inzet weinig zin heeft, wat leidt tot gelatenheid, afstand en uiteindelijk misschien ook uitval.

Concreet voorbeeld: je krijgt de vraag om dringend een keynote in elkaar te boksen. Hoewel de input vaag is en niemand antwoorden heeft, probeer je er toch het beste van te maken. Eens je presentatie klaar is, blijkt er maandenlang niets mee te gebeuren. Uit frustratie wil je even niemand meer horen.

 

Beide stressoren zorgen voor strain. Maar alleen challenges kunnen ook positief uitwerken; ze vormen een kans om te groeien. Hindrances daarentegen trekken energie weg én ondermijnen motivatie.

marcin-simonides-GYZ9F3U1gBk-unsplash

Wat je als leidinggevende kan doen

Het verschil zit vaak niet in de hoeveelheid werk, maar in de beleving ervan. En daar kan jij impact op hebben.

Bij challenge stressoren laat je werkdruk positief uitwerken door hulpbronnen aan te reiken. Ondersteun bij prioriteiten, geef erkenning, bied ruimte voor reflectie. Laat mensen het gevoel krijgen dat hun inspanning gezien wordt en dat ze erdoor groeien. En niet te vergeten: zorg ook voor voldoende deconnectie.

Met hindrance stressoren ga je dan weer anders om: probeer vooral ballast te schrappen. Kijk kritisch naar processen, administratieve rompslomp, rolverdeling en bureaucratie. Hier helpt geen compliment – hier helpt actie. Leiderschap is dan: blokkades benoemen én wegnemen. Zodat werk weer werk wordt, en geen frustratie.

Werkdrukkwadranten: een gesprekskompas

Hoe weet je welk type stressor speelt? Door het gesprek aan te gaan. Een praktisch hulpmiddel daarvoor zijn de werkdrukkwadranten. Ze brengen twee dimensies in kaart:

  • Intensiteit – Hoe zwaar is de belasting? (veel werk, hoge complexiteit, krappe timing) 
  • Duidelijkheid – Hoe helder zijn de verwachtingen? (wie doet wat, in welke volgorde, volgens welk proces)

De combinatie van die twee levert vier scenario’s op:

 

Duidelijk

Onduidelijk

Hoog intens

Uitdagend, kan motiveren mits herstel

Chaotisch, meer kans op stress en fouten

Laag intens

Productief, ruimte om te groeien

Demotiverend, minder energie en betrokkenheid

Natuurlijk valt niet elke stressor midden in een kwadrant. Het is vooral een tool om het gesprek aan te gaan en werkdruk concreet te maken, zodat je samen kan bespreken welke acties nodig zijn om naar een gunstiger kwadrant te verschuiven.

Enkele handig gespreksankers

Aan de hand van herkenbare zinnen kan je detecteren waar iemand zich bevindt:

  • “Er ligt zoveel tegelijkertijd” → hoog intens, duidelijk
  • “Ik weet niet waar te beginnen” → hoog intens, onduidelijk
  • “Ik kan ermee aan de slag” → laag intens, duidelijk
  • “Dat verandert toch weer” → laag intens, onduidelijk 

Wil je hier verder mee aan de slag binnen jouw organisatie? We maakten een eenvoudig werkdrukkompas dat je gratis kan downloaden, inclusief gespreksankers. Zo maak je werkdruk bespreekbaar – zonder dat je moet gokken wat er écht speelt.

Van druk naar daadkracht

Leidinggevenden hoeven niet in het duister te tasten als het over werkdruk gaat. Door te begrijpen welke soorten druk er spelen en hoe medewerkers die beleven, krijg je een veel gerichter zicht op wat helpt – en wat niet.

Is het een uitdaging? Dan is jouw rol: ondersteunen.
Is het een hinderpaal? Dan is jouw rol: blokkades wegnemen.

Zo wordt werkdruk niet alleen hanteerbaar, maar zelfs een hefboom voor motivatie en groei. Wil je naast het werkdrukkompas extra ondersteuning om er een krachtig en haalbaar gesprek van te maken? Laat het ons weten, we helpen je graag.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Waarom we vooral in bed piekeren

Waarom we vooral in bed piekeren

Piekerpieken: ‘s avonds laat en ‘s ochtends vroeg

Hoe komt het toch dat nét wanneer je hoofd op je kussen ploft in bed, je brein besluit: “Perfect moment om nog even die ongemakkelijke meeting van vorige week te herbeleven!”? Of nog erger: wanneer je wakker wordt voor je alarm? De wetenschap heeft eigenlijk een verrassend logische verklaring.

Neurowetenschapper Job van den Hurk legt het haarfijn uit in de Universiteit van Nederland podcast, en wij kaderen het hier in de context van werk. Inclusief enkele tips tegen piekeren.

Je brein als gevarensimulator

Lang geleden had ons brein één prioriteit: overleven. En daar is het dus ook evolutionair op afgestemd geraakt. De koppeling tussen emoties en geheugen hielp ons te onthouden wat gevaarlijk was. Als we ons indertijd op de savanne te pletter schrokken wanneer we ergens een leeuw tegenkwamen, gingen we die plek bewust vermijden.

Zo beschermden we onszelf tegen dreigende gevaren. We zijn mettertijd zo geëvolueerd dat we die beangstigende situaties niet meer afwachten, maar ze proactief in ons hoofd al bedenken. Die gevarensimulator kan absoluut voordelen bieden, maar er is ook een keerzijde.

De meeste ‘gevaren’ van vandaag zijn namelijk een pak minder harig. Nu spelen we mentale horrorfilms af met confronterende feedback of vervelende to do’s in de hoofdrol. Op een eenvoudige “Hey, alles goed?” van je leidinggevende op Teams reageer je uit puur instinct misschien even angstig als wanneer je een leeuw voor je neus krijgt.

Controlekamer van ons brein

Gelukkig beschikt ons brein ook over een soort interne ‘filter’ die voorkomt dat we door dat soort gevoelens continu overspoeld raken: de prefrontale cortex. Die helpt je bij het maken van rationele afwegingen, het temperen van emoties en het aanbrengen van nuance. Anders zouden we een speelbal zijn van onze gevarensimulator.

Alleen… Heb je al gemerkt dat je overdag dingen beter kan relativeren dan ‘s avonds? Dat is geen toeval. Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand. In je slaap hoef je dan ook geen emoties te reguleren – daarom kunnen dromen soms vrij heftig zijn.

Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand.

Sluimerstand aan, nachtalarm aan

Omgekeerd blijven de emotionele gebieden in je hersenen dus wél aan staan. ‘s Nachts blijkt je amygdala zelfs nog actiever dan overdag. Dat is zeg maar je interne rookmelder die alles in de gaten houdt wat met dreiging en angst te maken heeft. Met andere woorden: je controlekamer slaapt, maar je alarmsysteem blijft aan.

Ook dat valt evolutionair te verklaren trouwens: het is donker ‘s nachts, dus je ziet dreigingen niet aankomen. En tijdens je slaap ben je erg kwetsbaar natuurlijk. Daarom schakelt de amygdala ‘s nachts naar een hoger standje.

Hallo piekergedachten

Resultaat? Elke gedachte die zich aandient op dat moment, kan als een potentieel gevaar gezien worden. Relativeren lukt niet, want je filter staat uit. Je hersenen maken geen onderscheid meer tussen een belangrijke presentatie of een moeilijke feedbackronde en een levensbedreigende situatie.

Je neigt naar doemdenken en blijft hangen in het negatieve. Je voelt een soort alertheid en angst die je overdag helemaal niet hebt. En het wordt nog interessanter.

4u26: het perfecte piekermoment

De meeste mensen rapporteren twee piekerpieken:

  1. Net nadat je in bed ligt – je rationele brein dooft langzaam uit, maar je emotionele systeem blijft paraat. De ideale mix voor piekergedachten.
  2. Tussen 4u en 5u ’s ochtends – je lichaam begint zich stilaan klaar te maken om wakker te worden en maakt alvast wat cortisol aan (het stresshormoon dat je helpt opstaan). Alleen is je slaap dan minder diep, word je makkelijker wakker, en zit je prefrontale cortex nog in die sluimermodus. En de amygdala? Die draait nog altijd op volle toeren.

Dan krijg je dus de klassieke situatie: je wordt wakker rond 4u26, kijkt naar het plafond en begint te piekeren. Over dat rapport dat nog af moet. Over een foutje dat je gisteren maakte. Over of je collega misschien iets bedoelde met die ene opmerking.

 

Wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou - het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

’s Nachts voelt alles groter

Wat je best onthoudt: wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou – het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

Overdag ziet diezelfde situatie er vaak veel minder dramatisch uit. Dan is je filter weer actief. Je amygdala rustiger. Je nuance terug. En denk je: “Waar maakte ik me in godsnaam druk om?”

Wat kan je doen?

Een magische truc om het piekeren volledig te stoppen, is er helaas niet. Maar als je weet wat er gebeurt, kan je er misschien wel anders mee omgaan. Een paar concrete ideeën:

  • Wees mild voor jezelf. Piekeren is geen teken van zwakte. Het is je brein dat z’n job iets té goed doet.
  • Herken het patroon. Word je wakker met een hoofd vol rampscenario’s? Herinner jezelf eraan: dit is je amygdala die ongefilterd overuren draait.
  • Vertrouw op de ochtend. Zeg tegen jezelf: “Ik kom hier morgen op terug, met een wakker hoofd.” Grote kans dat het dan al veel minder belangrijk voelt.

En misschien wel de belangrijkste tip: deel dit ook met je collega’s. Want laten we eerlijk zijn, wie heeft er níét al eens in bed liggen tobben over werk? Hopelijk lukt het de volgende keer tóch om wat te relativeren. Voor wie meer wil weten over dit thema: lees zeker onze blog over de impact van piekeren op het werk (en andersom).

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Lifelong Learning Wellbeing

Wat je brein écht doet leren

Wat je brein écht doet leren

De sleutel tot slimmer leren

Wanneer je iets nieuws wil leren, hoor je al snel dat het ‘een kwestie is van veel oefenen’. Tienduizend uur lang, meer bepaald – zo lang zou het duren om een vaardigheid perfect onder de knie te krijgen. Maar klopt dat wel? En is herhaling echt het fundament van leren, of gebeurt er in je brein iets anders dat belangrijker is?

De kracht van herhaling: mythe of waarheid?

De tienduizend uren-regel stelt dat je veel herhaling nodig hebt om de patronen van een vaardigheid of gewoonte stevig in je hersenen te verankeren (en je iets dus écht goed kan). Maar wie wat dieper graaft, ontdekt al snel dat dit eerder een mythe is. 

Zonder herhaling kunnen zich natuurlijk geen nieuwe hersenbanen vormen: er is dus wel iéts van aan. Maar je kan tienduizend uur oefenen en er alsnog weinig van opsteken als je brein niet ‘begrijpt’ waarom het belangrijk is. Context, betekenis en motivatie bepalen welke informatie blijft plakken. Niet de stopwatch.

Leren is geen kwestie van je brein ‘vullen’ met kennis, maar van het activeren en herschikken van netwerken.

Case study: het succes van de Polgar-zussen

Drie Hongaarse meisjes zijn hier een mooi voorbeeld van: Susan, Sofia en Judit Polgar groeiden op in een gezin dat gek was op schaken. Ze kregen het spel met de paplepel ingegeven en oefenden elke dag (urenlang!) met hun vader.

Maar er was meer dan herhaling: het gezin creëerde een motiverende context waarin oefenen leuk en betekenisvol was. Met resultaat, want elk van de drie zussen werd op jonge leeftijd schaakkampioen. Judit Polgar wordt zelfs beschouwd als de sterkste vrouwelijke schaker aller tijden.

Wat gebeurt er in je brein bij leren?

Leren is geen kwestie van je brein ‘vullen’ met kennis, maar van het activeren en herschikken van netwerken. Dat proces heet neuroplasticiteit. Ons brein is geen onwrikbare baksteen, maar eerder een pak plasticine: het vormt zich voortdurend op basis van onze – kleine of grote – ervaringen. Het is ook nooit ‘af’; ons brein blijft zich levenslang vormen.

Een cruciale rol hierin speelt de neurotransmitter acetylcholine. Die werkt als een vuurtoren in je brein: het signaleert wat belangrijk is om te onthouden. 

Bij levensnoodzakelijke gedragingen (zoals je hand niet op een hete kookplaat leggen) gebeurt dat automatisch. Maar voor andere vaardigheden – zoals schaken of projectmanagement – heeft je brein een extra duwtje nodig. Dat komt in de vorm van motivatie en beloning.

De rol van relevantie en beloning in leerprocessen

Wie ooit een taalcursus volgde om ‘gewoon iets bij te leren’, weet: als het je eigenlijk niets kan schelen, blijft er weinig hangen. Zonder betekenis en motivatie is leren als roeien zonder water. Het is pas wanneer iets enigszins belangrijk aanvoelt – omdat het aansluit bij onze waarden, doelen of identiteit – dat acetylcholine ervoor zorgt dat je brein beter oplet en informatie actiever verwerkt.

Intrinsieke motivatie is dus cruciaal. Niet alleen helpt het je volhouden, het zorgt er ook voor dat je brein effectief aan het werk gaat. Beloning (denk: succeservaringen, erkenning of gewoon het plezier van iets nieuws kunnen) versterkt het leerproces nog eens.

Leidinggevenden doen er goed aan om leerprocessen zo relevant mogelijk te maken. Geef medewerkers het waarom achter een opleiding, erken hun vooruitgang, en geef feedback die betekenisvol is.

Wat betekent dit voor leren op het werk?

Voor organisaties betekent dit dat klassieke opleidingen – met veel eenrichtingsverkeer en weinig betekenis – niet echt een duurzaam effect hebben. Wil je mensen écht iets bijbrengen? Zorg dan voor context, autonomie en connectie. Laat medewerkers kiezen wat ze willen leren, koppel leerdoelen aan hun persoonlijke groei of teamdoelstellingen, en voorzie ruimte om te experimenteren.

Leidinggevenden doen er goed aan om leerprocessen zo relevant mogelijk te maken. Geef medewerkers het waarom achter een opleiding, erken hun vooruitgang, en geef feedback die betekenisvol is. Stimuleer niet alleen de herhaling, maar vooral het inzicht en de betrokkenheid.

Leren is meer dan een kwestie van tijd

Herhaling helpt, dat is zeker. Maar het is niet de heilige graal. Je brein leert vooral wat het belangrijk vindt, en dat wordt bepaald door de heilige drievuldigheid van context, betekenis en motivatie. Of je nu een schaakkampioen wil worden of je team sterker wil maken: zonder een betrokken brein, geen blijvend effect.

Leren is dus niet gewoon een kwestie van ergens genoeg uren in kloppen. Het is een proces dat begint met nieuwsgierigheid, gevoed wordt door motivatie en pas écht effect heeft als het brein denkt: dit doet ertoe. Kortom: wil je dat je mensen écht blijven leren, voorzie dan meer dan tijd in hun agenda.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Focus Wellbeing

How to: procrastinatie doorbreken

How to: procrastinatie doorbreken

Uitstelgedrag? Ontdek de kunst van… starten

Je wéét dat je ergens aan moet beginnen. Je wíl er ook echt aan beginnen. En toch… blijf je hangen. Je opent doelloos je mails, ruimt je bureau op of zoekt plots dringend een nieuwe koffiemok op bol.com. En hoe langer je uitstelt, hoe zwaarder het voelt om eraan te beginnen. Waarom doen we dit (allemaal!), en hoe doorbreek je dat patroon?

Waarom je brein op slot gaat

Je brein is geen fan van grote, vage of complexe taken. Denk aan “scriptie schrijven”, “website vernieuwen” of “presentatie maken”. Als je denkt aan zo’n taak, probeert je brein alles tegelijk te overzien: inhoud, concrete stappen, verwachtingen, mogelijke uitkomsten.

En dan komen al snel angsten en twijfels opzetten: Wat als ik niet goed genoeg voorbereid ben? Wat als ik fouten maak? Je brein simuleert wat er allemaal zou kunnen gebeuren, en focust daarbij – vanuit een oud overlevingsmechanisme – vooral op risico’s, obstakels en fouten.

Mañana, mañana: uitstelgedrag

Gevolg van al dat gepieker: je werkgeheugen raakt overbelast nog vóór je begint, wat zorgt voor een soort mentale verlamming of freeze. Je motivatie zakt meteen weg: je start niet, en blijft hangen in uitstelmodus.

En dat is precies het probleem, want zonder concrete actie blijft je beloningssysteem (lees: dopamine) uitgeschakeld*. Je krijgt géén motivatieboost zolang je niet begint. Zo lijkt de taak in je hoofd alleen maar groter, zwaarder en onmogelijker.

One small step for your task. One giant leap for your focus.

Procrastinatie is geen tijdmanagementprobleem

Uit onderzoek blijkt dat uitstelgedrag helemaal niet gaat over luiheid of slechte planning. Het is een emotieregulatieprobleem. Je brein probeert niet de taak zelf te vermijden, maar de onaangename gevoelens die erbij komen kijken: onzekerheid, twijfel, faalangst, verveling of overweldiging.

Je eigen hersenen proberen je te beschermen tegen mogelijke pijn of mislukking. Maar ironisch genoeg maakt dat het alleen maar zwaarder. Het voelt allemaal als te veel. En dus stel je uit.

De oplossing? Van abstract naar concreet gaan

Je brein houdt niet van vaagheid. De gevoelens die we net aanhaalden, ontstaan omdat de taak abstract en onbehapbaar aanvoelt. Maar op het moment dat je beslist om één kleine, concrete actie te doen, verandert alles. Je opent een document. Je schrijft een titel. Je schetst een ruwe indeling.

Neurowetenschappelijk gezien gebeurt er dan iets belangrijks: Ons brein schakelt tussen verschillende netwerken, afhankelijk van wat we doen. Als je blijft hangen in gepieker, planning of perfectionisme, is je default mode network (DMN) actief. Dat is het netwerk dat aangaat als je nadenkt over jezelf, de toekomst of wat anderen van je denken — vaak vaag, intern gericht en eindeloos repeterend.

Maar zodra je een kleine, concrete actie onderneemt, komt een ander systeem op gang: het task positive network (TPN). Dat helpt je focussen op één taak tegelijk, in het hier en nu. Je krijgt als het ware mentale oogkleppen die de ruis dempen.

Bij die eerste mini-actie komt er meteen een beetje dopamine vrij – het stofje dat motivatie voedt. Niet als beloning achteraf, maar al meteen bij het gevoel van: ik ben op weg.

De beste manier om een overweldigende taak aan te pakken is dus… gewoon beginnen. Niet met de perfecte planning. Niet met “zodra ik in de juiste flow zit”. Maar gewoon met één kleine stap.

ZO PAK JE HET CONCREET AAN

De beste manier om een overweldigende taak aan te pakken is dus eigenlijk… gewoon beginnen. Niet met de perfecte planning. Niet met “zodra ik in de juiste flow zit”. Maar gewoon met één kleine stap. Twee minuten tijd. Iets tastbaars dat je brein terug op de grond zet. Een paar concrete handvaten:

  • Maak het behapbaar
    Splits de taak op in mini-stappen. Formuleer de allereerste actie zó klein dat je er meteen aan kan beginnen. Geen “rapport schrijven”, maar “nieuw bestand openen en het een titel geven” of “een prompt formuleren voor AI“.
  • Geef jezelf 2 minuten
    Je hoeft niet gemotiveerd te zijn om te starten – motivatie volgt vaak na de eerste actie. Zeg tegen jezelf: “Ik doe dit twee minuten”, dan krijgt je brein het signaal: “Ik ben begonnen.” Zo activeer je je dopaminesysteem, waardoor je gemotiveerd blijft om verder te gaan.
  • Kies het juiste moment van de dag
    De meeste mensen hebben de meeste mentale energie in de ochtend, of net na een pauze. Complexe of cognitief zware taken vragen om die ‘heldere uren’ – niet om je laatste restje aandacht aan het einde van de dag.

Focus vraagt bewuste regie

Procrastinatie onder controle krijgen en je focus verbeteren begint bij het (beter) leren kennen van je eigen brein. Wanneer dwaal je af? Wanneer blokkeer je? En wat helpt om jou uit te dagen – zonder té veel te vragen? Wie dat onder controle krijgt, wint niet alleen aan productiviteit, maar ook aan werkplezier.

PS. Een kleine nuancering

Wat vandaag overweldigend voelt, kan morgen helemaal anders aanvoelen. Je energieniveau, mentaal welzijn, deadlines, werkomgeving en zelfs je humeur spelen allemaal mee. Het gaat dus niet enkel om de taak zelf, maar om jouw beleving van dat moment. Wees mild voor jezelf en blijf afstemmen op wat je nú nodig hebt.

*Je dopaminesysteem is niet helemaal ‘uit’ als je uitstelt. Dopamine is een anticipatiehormoon, dus zelfs bij het plannen of denken aan een beloning (zoals ‘straks even scrollen’) komt er al dopamine vrij. Het is dus niet zo dat dopamine enkel volgt na actie, maar de kwaliteit en richting van die dopamine verschilt.

Bronnen:

Pychyl, T. A., & Sirois, F. M. (2016). Procrastination, Emotion Regulation, and Well-Being. In Elsevier eBooks (pp. 163–188).  

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

Een ander perspectief op piekergedrag

Piekeren wordt vaak als een ‘persoonlijk probleem’ gezien, als ‘gewoon wat blijven hangen in je gedachten’. Het is eigenlijk een hapering in je probleemoplossend vermogen. En dat maakt het net zo relevant op de werkvloer. In deze blog zoomen we in op welke vormen piekeren precies kan aannemen, waarom het ontstaat en welke 3 stappen je als organisatie kan ondernemen om je medewerkers te ondersteunen.

Piekeren: geen persoonlijk falen, maar een systeemfoutje

Ons brein is van nature oplossingsgericht. We zijn gebouwd om problemen te detecteren én op te lossen. Dat was evolutionair gezien handig: als er gevaar dreigde, moest je snel kunnen schakelen. Vandaag merk je dat mechanisme misschien bij jezelf op als een collega zijn hart lucht over een lastige situatie: je hebt vaak al een oplossing klaar nog voor hij is uitgepraat.

Maar dat systeem hapert ook wel eens. Zeker wanneer er veel onzekerheid is, wanneer we emoties voelen waar we moeilijk mee om kunnen, of wanneer er gewoon te veel tegelijk op ons bord ligt. Dan loopt het probleemoplossingsproces op een bepaald moment vast. En dan ga je dus piekeren.

Het is iets wat (bijna) iedereen doet, en laat het ook duidelijk zijn dat piekeren geen teken van zwakte is. Integendeel, het toont dat je brein actief probeert grip te krijgen op iets wat je nog niet kan plaatsen of oplossen. Alleen: het lukt niet. Je geraakt vast in een soort mentale draaikolk. En net dát maakt het zo vermoeiend.

Ons brein is van nature oplossingsgericht. Maar dat systeem hapert ook wel eens. En dan ga je dus piekeren.

De vier gezichten van piekeren

Laten we het wat concreter maken met een eenvoudig voorbeeld. Stel: je hebt er een lange werkdag op zitten. Je ploft neer in de zetel, wil ontspannen met een aflevering van je favoriete serie, drukt op de afstandsbediening… en er gebeurt niets. 

Op zo’n moment schiet – normaal gezien – je probleemoplossend denken in actie. Maar dat proces kan soms dus ontsporen. Afhankelijk van waar het fout loopt, kan één van de volgende vier types piekergedachten opduiken:

1. Geen aanvaarding: “Waarom overkomt mij dit altijd?”

Je blijft drukken op de knop. Harder. Sneller. Want dit zou gewoon moeten werken. Tot de frustratie het overneemt en je hoofd volloopt met ‘waarom-ik’ gedachten. Je vecht tegen de realiteit, in plaats van die te aanvaarden. Je brein blijft malen over hoe het had moeten zijn.

Op de werkvloer klinkt dit bijvoorbeeld als: “Waarom krijg ik altijd de lastigste projecten?” of “Waarom loopt het net bij mij altijd fout?” Zolang je in deze fase blijft hangen, is er geen ruimte voor een oplossing. Want die komt pas nadat je erkent dat er effectief een probleem is.

2. Geen analyse: “Wat als ik dit niet kan?”

Terug naar onze afstandsbediening. Je accepteert dat die niet werkt, maar onderzoekt niet écht wat er aan de hand is. Zijn de batterijen leeg? Ligt het aan de tv? In plaats van het probleem te achterhalen, blijf je in rondjes denken zonder vooruitgang te boeken. Je voelt je overweldigd en zit vast in een vage onrust, die vaak voortkomt uit de angst om te falen.

Op het werk zie je dit terug bij medewerkers die worstelen met een taak, maar niet helder krijgen wat hen precies tegenhoudt. De deadline komt dichterbij en de stress stijgt, maar het probleem blijft mistig. En dus blijft ook de oplossing uit. Zolang je het probleem niet concreet maakt, blijf je vastzitten in deze piekergedachten.

3. Geen plan: “Had ik dit maar anders gedaan.”

Je weet wat er mis is (de batterijen van de afstandsbediening zijn plat), maar je kan precies geen beslissing bedenken. Ga je nu nieuwe zoeken? Wat als je de verkeerde soort koopt? Je blijft liever denken aan hoe het anders had kunnen lopen, zonder echt te beslissen wat je nu gaat doen.

Sommige situaties zijn nu eenmaal geworteld in het verleden, buiten je controle. Energie steken in het vinden van een ‘oplossing’ (voor iets dat onveranderlijk is), leidt dan alleen maar tot frustratie.

Op de werkvloer merk je dit bij mensen die in kringetjes blijven denken: ze weten wat er fout liep, maar raken niet verder omdat ze blijven hangen in spijt of zich focussen op wat niet meer te veranderen valt.

4. Geen actie: “Is dit wel de beste oplossing?”

Je weet wat het probleem is. Je weet wat de oplossingen zijn. Maar je kan niet kiezen; je blijft alles overdenken en zoekt eindeloos naar de ‘perfecte’ oplossing. Je brein blijft maar nieuwe mogelijkheden en scenario’s bedenken, waardoor je je steeds meer overweldigd voelt. Je raakt verlamd door de illusie dat er één ideale keuze is.

In een professionele context is dit schadelijk voor de focus en energie. Medewerkers blijven mentaal hangen in iets wat ze ‘nog moeten doen’, waardoor ze niet volledig beschikbaar zijn voor hun huidige taak.

Andere typische voorbeelden: blijven twijfelen over strategische beslissingen, plannen oneindig herwerken, of blijven hangen in voorbereidingen – zonder dat er écht iets verandert.

Hoe meer negatieve affecten iemand ervaart op het werk, hoe groter de kans op piekeren​. Het is dus geen puur individueel gegeven - ook de werkcontext speelt een bepalende rol.

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

Vastzitten in zo’n mentale draaikolk klinkt niet alleen vermoeiend, het is dat ook letterlijk: hoe meer we piekeren, hoe minder we herstellen

Piekergedachten nemen ruimte in in je hoofd, ook (en zelfs vooral) na de werkuren. Ze verstoren je slaap, verhogen je stressniveau, en verlagen je cognitieve flexibiliteit – wat je minder creatief en innovatief maakt. Ook focus en productiviteit lijden eronder​.

Uit recent onderzoek (Basinska et al, 2024) blijkt trouwens dat het gaat om een wisselwerking: hoe meer negatieve affecten iemand ervaart op het werk (denk: stress, frustratie, onzekerheid), hoe groter de kans op piekeren​. Het is dus geen puur individueel gegeven – ook de werkcontext speelt een bepalende rol.

Wat kan je doen binnen je organisatie?

Piekeren heeft impact op het probleemoplossend vermogen van je medewerkers – en dat is net wat organisaties in snel veranderende tijden écht nodig hebben. Neem het dus vooral serieus als signaal.

Zoals altijd is bewustwording en (h)erkenning een belangrijke eerste stap. Als leidinggevende of HR-verantwoordelijke kan je op de volgende manier het verschil maken:

  • Creëer ruimte voor open gesprekken over werkdruk
  • Veranker (mentaal) welzijn in leiderschap en cultuur
  • Erken piekeren als een collectieve uitdaging, niet als een individueel falen

Samen piekeren doorbreken

Voor een stuk hoort piekeren bij het leven. Maar als het in de weg zit van mentaal herstel, werkplezier en prestaties, dan is het tijd om in te grijpen. Anders vormt de betrokkenheid van je medewerkers een tweesnijdend zwaard.

Hoe beter je begrijpt waar het vastloopt, hoe makkelijker jullie samen de weg terugvinden – naar helder denken, naar mentale rust, en naar focus. Geef ons een seintje als je op zoek bent naar de juiste technieken om piekergedachten op de werkvloer aan te pakken.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Digitaal welzijn Wellbeing

De vicieuze cirkel van werkdruk

De vicieuze cirkel van werkdruk

De recovery paradox uitgelegd

Je kent het gevoel wel: een lange, drukke werkdag achter de rug en eindelijk tijd om te ontspannen. Maar daar heb je eigenlijk geen fut meer voor. Of je denkt al voorsprong te nemen door nog even verder te werken. Echt opladen doe je dus niet, en de volgende ochtend begin je uitgeput aan een dag die je weer geen voldoening geeft. 

Waarom is het toch zo moeilijk om bewust te kiezen voor herstel, net op de momenten dat we het het hardst nodig hebben? Dat heeft te maken met de recovery paradox, en het beïnvloedt je welzijn meer dan je denkt.

De nood aan herstel... en de valkuil

Elke (werk)dag vraagt energie. Of het nu deadlines, meetings of complexe taken zijn: ons brein en lichaam verwerken constant prikkels. Dat is op zich geen probleem, zolang je tussendoor en na je werk voldoende herstelt. Pauzes, ontspanning en activiteiten die je loskoppelen van je werk, helpen om belasting af te bouwen en je batterijen weer op te laden.

En daar wringt het schoentje. Want wie zich na een werkdag gespannen of uitgeput voelt, heeft net méér nood aan een opkikker… Maar paradoxaal genoeg zijn we in die toestand minder geneigd om actief te investeren in ons herstel. In plaats daarvan kiezen we vaker voor passieve ontspanning, zoals eindeloos scrollen of gedachteloos series kijken.

De vicieuze cirkel van stress

Stress en negatieve emoties zoals frustratie en angst halen je energie en motivatie omlaag. Gaan sporten, tokkelen op je gitaar, afspreken met vrienden of uitgebreid koken thuis? Ook al zijn het dingen die kunnen helpen om je gedachten écht te verzetten en je net energie kunnen geven, je hebt er simpelweg geen fut voor. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Onvoldoende herstel in je vrije tijd zorgt ervoor dat je de volgende werkdag vermoeid begint, waardoor je ’s avonds opnieuw comfort zoekt in snelle, gemakkelijke ontspanning – die je opnieuw niet oplaadt. En we zijn vertrokken. Het wordt moeilijker en moeilijker om de juiste keuzes te maken.

Onvoldoende herstel in je vrije tijd zorgt ervoor dat je de volgende werkdag vermoeid begint, waardoor je 's avonds opnieuw comfort zoekt in snelle, gemakkelijke ontspanning - die je opnieuw niet oplaadt.

Doorbreek de paradox

Die vicieuze cirkel kan op termijn leiden tot een chronisch energietekort, allostatische overbelasting en gezondheidsproblemen. Dat willen we natuurlijk vermijden. Hoe? Door deze neerwaartse spiraal bewust te doorbreken

Wij tippen een paar concrete handvaten daarvoor – niet alleen voor het individu, maar ook voor de leidinggevende(n) en organisatie.

Wat kan je als medewerker zelf doen?

  • Maak van herstel een bewuste gewoonte – Plan herstelmomenten in op voorhand, zodat je er niet over hoeft na te denken. Een vaste sportavond, een korte wandeling na het eten of een boek lezen voor het slapengaan kunnen helpen om je brein te ‘resetten’.
  • Focus op kleine stappen – Denk niet te groot. Je hoeft niet meteen een uur te gaan hardlopen. Zelfs vijf minuten beweging, een korte ademhalingsoefening of een telefoontje met een vriend(in) kan al een verschil maken.
  • Creëer een duidelijke overgang tussen werk en privé – Zorg voor een ritueel dat je helpt om mentaal los te koppelen van je werkdag. Dat kan een wandeling zijn, andere kleren aantrekken of je dag afsluiten met een korte reflectie.
  • Leg de lat niet te hoog – Herstellen is geen extra taak op je to-dolijst. Het draait niet om presteren, maar om opladen. Kies iets wat je oprecht plezier en ontspanning geeft – het gaat niet enkel om wat je doet, maar ook om hoe je je erbij voelt.

De verantwoordelijkheid voor herstel ligt niet alleen bij het individu. Werkgevers en leidinggevenden hebben een niet te onderschatten impact op hoe makkelijk of moeilijk het is om écht te herstellen.

Wat kunnen leidinggevenden en organisaties doen?

De verantwoordelijkheid voor herstel ligt niet alleen bij het individu. Werkgevers en leidinggevenden hebben een niet te onderschatten impact op hoe makkelijk of moeilijk het is om écht te herstellen.

  • Normaliseer pauzes en herstelmomenten – Als leidinggevende geef je het goede voorbeeld door zelf pauzes te nemen en je team aan te moedigen om hetzelfde te doen. Creëer een cultuur waarin herstel geen zwakte is, maar een noodzaak.
  • Zorg voor realistische werkdruk en verwachtingen – Werknemers die constant over hun grenzen moeten gaan, hebben minder kans om goed te herstellen. Bespreek werkdruk en kijk waar je als organisatie kan bijsturen.
  • Stimuleer psychologische deconnectie – Moedig medewerkers aan om buiten werkuren niet bereikbaar te zijn en creëer een omgeving waarin dat ook effectief kan. Een ‘recht op deconnectie’ moet meer zijn dan een mooie intentie.
  • Bied ondersteuning aan – Workshops over het beter managen van werkdruk en stress, fysieke activiteit stimuleren of informele check-ins kunnen helpen om werknemers bewust te maken van het belang van herstel en mentaal welzijn.

Wisselwerking tussen welzijn en werkdruk

Als je na een werkdag wél nog energie over hebt, is de kans groot dat je kiest voor iets dat je helpt om te herstellen van alle werkgerelateerde stressoren. Lees: iets waarvan je tot ontspanning komt en waarbij je helemaal gedeconnecteerd bent van je job. Zo start je de volgende dag opnieuw met opgeladen batterijen.

Je kan de wisselwerking tussen welzijn en werkdruk dus ook naar je hand zetten – ze werkt in beide richtingen. Daarom is het zo belangrijk om bewust te kiezen hoe je gaat herstellen van een baaldag ’s avonds (of van een baalweek in het weekend).

De 'recovery paradox' is een val waar we allemaal wel eens intrappen. Neerploffen in de zetel met je gsm in de hand of je laptop op je schoot is verleidelijk én gemakkelijk.

Herstel begint met bewust kiezen

De ‘recovery paradox’ (Sonnentag, Cheng & Parker, 2022) is een val waar we allemaal wel eens intrappen. Neerploffen in de zetel met je gsm in de hand of je laptop op je schoot is verleidelijk én gemakkelijk. En soms is zo’n avondje niksen (of zelfs werk inhalen) misschien exact wat je nodig hebt – you do you.

De boodschap die we vanuit How’s Work graag meegeven is heel simpel: probeer bewust om te gaan met je ontspanning. En probeer vanuit je organisatie ook een omgeving te creëren waarin herstel mogelijk is. Want wie welzijn op de agenda zet, zorgt voor fitte mensen die zich beter voelen – en uiteindelijk ook beter presteren.

Klaar om dieper te duiken?

Op zoek naar meer strategieën om je mensen te helpen beter te deconnecteren? Geef ons een seintje!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

De paradox van de werk-privébalans

DE PARADOX VAN DE WERK-PRIVéBALANS

Is de perfecte balans tussen werk en privé een mythe?

Het recht op deconnectie klinkt als dé oplossing voor werkstress. “Gewoon de servers om 18 uur platleggen en iedereen verplichten om zijn mailbox te sluiten.” Maar dat is, ten eerste, niet wat ermee bedoeld wordt. Ten tweede: zo’n strikte afbakening tussen werk en privé is niet voor iedereen een zegen. Wat voor de ene werkt, is voor de ander juist contraproductief. Hoe zit dat precies, en wat werkt er dan wél?

Vervagende grenzen

Grenzen tussen werk en privé lijken steeds meer te vervagen in onze moderne, drukke levens. Dat is het meest zichtbaar bij thuiswerk (de naam alleen al!), denk maar aan “snel een wasje draaien” tijdens de uren, maar het gaat ook over WhatsApp-berichtjes van collega’s op de meest onmogelijke momenten.

De manier waarop we werk en privé balanceren, is al decennialang onderwerp van onderzoek. De boundary theory (Ashforth & Kreiner, 2000) omschrijft twee strategieën: duidelijke grenzen trekken om conflicten te minimaliseren, of net zoeken naar manieren om de twee te combineren en de overlap te omarmen.

Twee uitersten: separators en integrators

Aan de ene kant heb je dus ‘separators’: mensen die duidelijke grenzen trekken tussen werk en privé. Voor hen stopt de werkdag zodra ze de deur van hun werkplek sluiten (of hun laptop dichtklappen). Privézaken regelen tijdens werkuren? Geen sprake van. Als het toch eens gebeurt, bekruipt hen al snel een schuldgevoel. En omgekeerd kan een bericht van een leidinggevende in hun vrije tijd stress veroorzaken.

Aan de andere kant staan de ‘integrators’: zij vinden het prima om werk en privé door elkaar te laten lopen. Overdag een privé-afspraak inplannen en ‘s avonds mails beantwoorden aan de kassa van de supermarkt? Geen probleem. Voor hen draait balans om flexibiliteit; integrators bepalen graag zelf hoe en wanneer ze werken.

DECONNECTEREN IS HOOGST PERSOONLIJK

Het is natuurlijk geen zwart-wit verhaal. De meesten bevinden zich ergens op een continuüm tussen beide stijlen. Waar je staat, wordt bepaald door factoren zoals je job, je persoonlijkheid en je levensfase. En dat kan ook veranderen door de jaren heen. 

Er is voor alle duidelijkheid geen ‘beste manier’. Het gaat om een persoonlijke voorkeur. Maar het is wel essentieel om te begrijpen dat deze voorkeuren een impact hebben op hoe mensen werken en ontspannen.

De uitdaging zit hem dan ook in het verenigen van die verschillende stijlen. Logisch dat veel organisaties worstelen met het implementeren van het recht op deconnectie.

Digital detox: one size does not fit all

De uitdaging zit hem dan ook in het verenigen van die verschillende stijlen. Logisch dat veel organisaties worstelen met het implementeren van het recht op deconnectie – des te meer omdat we collectief meer en meer afstappen van de 9 to 5 cultuur. Toch blijkt de reflex vaak om te grijpen naar standaardregels zoals “Geen mails na 18 uur.” Dat brengt rust voor separators, maar kan integrators net stress bezorgen.

Als een integrator ‘s avonds wil werken, voelt een ‘verplichte detox’ eerder als een beperking dan als een voordeel. Je merkt het al: een one-size-fits-all-aanpak werkt niet. Vaak staan zulke initiatieven ook meer ten dienste van separators, maar dan vraag je aan de rest om te veranderen wie ze zijn en hoe ze in het (werk)leven staan. 

Helemaal geen afspraken maken, is dan weer vaak in het nadeel van separators. Dat kan beter.

Maak deconnectie-stijlen bespreekbaar

Een goede balans in deconnectiebeleid gaat verder dan een universele regel. Het begint bij bewustzijn: benoem en erken de verschillen in het afbakenen van grenzen en laat je medewerkers begrijpen dat er geen juiste of foute manier is.

Transparantie en respect zijn hier de sleutelwoorden. Door de verschillende deconnectiestijlen bespreekbaar te maken en de verwachtingen duidelijke te communiceren, kan je spanningen en misverstanden helpen voorkomen. En dat komt de samenwerking natuurlijk ten goede.

Een goede balans in deconnectiebeleid gaat verder dan een universele regel. Het begint bij bewustzijn: benoem en erken de verschillen in het afbakenen van grenzen.

Hoe pak je het concreet aan?

Drie praktische tips die kunnen zorgen voor meer balans binnen je team of organisatie:

  • Breng de voorkeuren in kaart
    Organiseer een teamgesprek om te peilen naar de behoeften van je medewerkers. Wie heeft baat bij duidelijke grenzen, en wie wil meer flexibiliteit? Dit bespreken helpt om wederzijds begrip te creëren.
  • Maak afspraken op maat
    Creëer richtlijnen die zowel separators als integrators ruimte bieden. Bijvoorbeeld: “E-mails mogen buiten de werkuren worden verstuurd, maar zonder de verwachting van een direct antwoord.”
  • Communiceer verwachtingen
    Zorg ervoor dat iedereen weet wat er van hen wordt verwacht, inclusief situaties waarin tijdsgevoelige projecten spelen. Geef bijvoorbeeld aan: “Tijdens drukke periodes kan flexibiliteit gevraagd worden, maar we zorgen ervoor dat dit vooraf duidelijk wordt gecommuniceerd en in balans blijft met rustmomenten.” 

Een begripvolle werkomgeving voor iedereen

De kunst ligt in het vinden van een balans die voor iedereen werkt. Door deconnectie als een gedeelde verantwoordelijkheid te zien, versterk je niet alleen de samenwerking, maar ook het algemene welzijn binnen je team of organisatie. Meer weten over hoe je dit het beste aanpakt? Bij How’s Work helpen we je graag om te ontdekken wat werkt – voor separators, integrators en iedereen daartussenin.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief