Categorieën
Wellbeing

Een andere kijk op leiderschap bij werkdruk

Longread: leiderschap bij werkdruk

Waarom minder werk niet altijd minder druk betekent

Elke leidinggevende weet: werkdruk is er altijd. In golven, in pieken, en soms gewoon permanent. Je probeert de druk te verlagen door werk te herverdelen, prioriteiten te stellen of tijdelijk iets over te nemen. En toch… merk je dat het niet altijd helpt.

Sterker nog: soms lijkt het de frustratie net te vergroten. Wat helpt er dan wél? Daarvoor moet je wat dieper graven: kijk eens naar wat voor stressoren aan de basis liggen. Daar gaan we in deze longread dieper op in. Zo helpen we je graag werkdruk in je team bespreekbaar én behapbaar te maken.

ray-harrington-SZLzXxbCTD0-unsplash

Werkdruk: het nieuwe normaal?

Misschien merk je het al in je eigen team, maar ook op grotere schaal zijn de signalen duidelijk: werkdruk neemt toe. Redenen genoeg daarvoor: zo is er de arbeidsmarktkrapte, het stijgend absenteïsme en het hogere verloop. Voeg daar nog de komst van AI bij, en je krijgt een werkcontext die tegelijk sneller én complexer is.

Volgens de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor (SERV, 2023) ervaart 36,1% van de werknemers een hoge werkdruk – een forse stijging tegenover 31% in 2004. En die cijfers dateren nog van vóór corona, de hybride shift en de AI-revolutie. Werkdruk is dus niet langer een uitzondering, maar een realiteit voor velen.

En dat brengt jou als leidinggevende in een lastige positie. Want hoe weet je wanneer je moet ingrijpen? Of loslaten? Wanneer helpt een duwtje in de rug, en wanneer duwt het net richting overbelasting? Het antwoord begint bij het verschil tussen objectieve en ervaren werkdruk.

Hoe weet je als leidinggevende wanneer je moet ingrijpen? Of loslaten? Wanneer helpt een duwtje in de rug, en wanneer duwt het net richting overbelasting? Het antwoord begint bij het verschil tussen objectieve en ervaren werkdruk.

Waarom werkdruk niet altijd zichtbaar is

Werkdruk wordt klassiek gemeten aan de hand van drie vragen:

  1. Heb je te veel werk?
  2. Heb je te weinig tijd om je werk te doen?
  3. Heb je achterstand op het werk?

Op papier is dat een handige manier om trends te meten tussen sectoren of over de jaren heen. Maar jij als leidinggevende hebt daar weinig aan. Want zelfs als iemand op alle drie de vragen “nee” kan antwoorden, kan die zich toch totaal overbelast voelen.

Laten we dat even concreet maken met een (fictief) voorbeeld: Tom, een verpleegkundige, verzorgt op maandag tien patiënten in een shift van acht uur. Op dinsdag doet hij exact hetzelfde, maar loopt er iets mis bij een patiënt: een emotioneel gesprek volgt, en er is extra administratie nodig. Hij haalt het einde van zijn to-dolijst, maar voelt zich ’s avonds compleet leeg.

Volgens de klassieke meting: geen verschil. Volgens Tom? Een wereld van verschil

Strain: de tol van inspanning

Wat Tom voelt, noemen we strain: de fysieke of mentale belasting die werk op je legt. Denk aan vermoeidheid, spanning, piekergedrag of het gevoel dat je hoofd niet meer mee wil. Strain is onvermijdelijk als je je inspant. Maar hoe zwaar die belasting voelt, hangt niet alleen af van de hoeveelheid werk, maar ook van het soort druk.

Sommige dagen vragen veel, maar geven ook energie. Andere dagen kosten je vooral energie. Het verschil zit ‘m in het onderscheid tussen twee soorten stressoren.

Challenge of hindrance?

In de wetenschap maken we het onderscheid tussen:

CHALLENGE STRESSOREN

Denk aan complexiteit, verantwoordelijkheid, deadlines. Zwaar, maar zinvol. Als mensen hiermee goed kunnen omgaan – met duidelijke kaders, erkenning en ondersteuning – dan kunnen ze floreren. Deze uitdagingen zorgen voor meer motivatie, jobtevredenheid en verbondenheid.

Concreet voorbeeld: je zwoegt (en vloekt misschien ook) op een belangrijke keynote. Hoewel het project je slaap en energie kost, voel je je na het geven van de presentatie toch ongelofelijk voldaan en zelfverzekerd. Hoewel het veel van je vroeg, zou je het achteraf gezien zo opnieuw doen.

HINDERANCE STRESSOREN

Typische voorbeelden zijn bureaucratie, rolonduidelijkheid, vage prioriteiten, te veel administratie. Dit soort druk blokkeert of frustreert. Mensen hebben het gevoel dat hun inzet weinig zin heeft, wat leidt tot gelatenheid, afstand en uiteindelijk misschien ook uitval.

Concreet voorbeeld: je krijgt de vraag om dringend een keynote in elkaar te boksen. Hoewel de input vaag is en niemand antwoorden heeft, probeer je er toch het beste van te maken. Eens je presentatie klaar is, blijkt er maandenlang niets mee te gebeuren. Uit frustratie wil je even niemand meer horen.

 

Beide stressoren zorgen voor strain. Maar alleen challenges kunnen ook positief uitwerken; ze vormen een kans om te groeien. Hindrances daarentegen trekken energie weg én ondermijnen motivatie.

marcin-simonides-GYZ9F3U1gBk-unsplash

Wat je als leidinggevende kan doen

Het verschil zit vaak niet in de hoeveelheid werk, maar in de beleving ervan. En daar kan jij impact op hebben.

Bij challenge stressoren laat je werkdruk positief uitwerken door hulpbronnen aan te reiken. Ondersteun bij prioriteiten, geef erkenning, bied ruimte voor reflectie. Laat mensen het gevoel krijgen dat hun inspanning gezien wordt en dat ze erdoor groeien. En niet te vergeten: zorg ook voor voldoende deconnectie.

Met hindrance stressoren ga je dan weer anders om: probeer vooral ballast te schrappen. Kijk kritisch naar processen, administratieve rompslomp, rolverdeling en bureaucratie. Hier helpt geen compliment – hier helpt actie. Leiderschap is dan: blokkades benoemen én wegnemen. Zodat werk weer werk wordt, en geen frustratie.

Werkdrukkwadranten: een gesprekskompas

Hoe weet je welk type stressor speelt? Door het gesprek aan te gaan. Een praktisch hulpmiddel daarvoor zijn de werkdrukkwadranten. Ze brengen twee dimensies in kaart:

  • Intensiteit – Hoe zwaar is de belasting? (veel werk, hoge complexiteit, krappe timing) 
  • Duidelijkheid – Hoe helder zijn de verwachtingen? (wie doet wat, in welke volgorde, volgens welk proces)

De combinatie van die twee levert vier scenario’s op:

 

Duidelijk

Onduidelijk

Hoog intens

Uitdagend, kan motiveren mits herstel

Chaotisch, meer kans op stress en fouten

Laag intens

Productief, ruimte om te groeien

Demotiverend, minder energie en betrokkenheid

Natuurlijk valt niet elke stressor midden in een kwadrant. Het is vooral een tool om het gesprek aan te gaan en werkdruk concreet te maken, zodat je samen kan bespreken welke acties nodig zijn om naar een gunstiger kwadrant te verschuiven.

Enkele handig gespreksankers

Aan de hand van herkenbare zinnen kan je detecteren waar iemand zich bevindt:

  • “Er ligt zoveel tegelijkertijd” → hoog intens, duidelijk
  • “Ik weet niet waar te beginnen” → hoog intens, onduidelijk
  • “Ik kan ermee aan de slag” → laag intens, duidelijk
  • “Dat verandert toch weer” → laag intens, onduidelijk 

Wil je hier verder mee aan de slag binnen jouw organisatie? We maakten een eenvoudig werkdrukkompas dat je gratis kan downloaden, inclusief gespreksankers. Zo maak je werkdruk bespreekbaar – zonder dat je moet gokken wat er écht speelt.

Van druk naar daadkracht

Leidinggevenden hoeven niet in het duister te tasten als het over werkdruk gaat. Door te begrijpen welke soorten druk er spelen en hoe medewerkers die beleven, krijg je een veel gerichter zicht op wat helpt – en wat niet.

Is het een uitdaging? Dan is jouw rol: ondersteunen.
Is het een hinderpaal? Dan is jouw rol: blokkades wegnemen.

Zo wordt werkdruk niet alleen hanteerbaar, maar zelfs een hefboom voor motivatie en groei. Wil je naast het werkdrukkompas extra ondersteuning om er een krachtig en haalbaar gesprek van te maken? Laat het ons weten, we helpen je graag.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Digitaal welzijn Focus

Precrastinatie: niet uitstellen, maar té snel afwerken

Precrastinatie: niet uitstellen, maar té snel afwerken

Niet alles hoeft NU: prioriteiten stellen is een kunst

We kennen allemaal procrastinatie: irrationeel uitstelgedrag. Precrastinatie is het tegenovergestelde, en minstens even verraderlijk. Het betekent dat je dingen te snel wil afhandelen, zonder erbij stil te staan of dat wel nodig of efficiënt is. In deze blog gaan we dieper in op waarom we dat doen, inclusief tips om die reflex bij te sturen.

Precrastinatie in actie: twee voorbeelden

Je ziet thuis dat de vaatwasser klaar is en laadt die nog snel uit, ook al kom je daardoor te laat op je werk. Of je krijgt een vraag van je collega die helemaal niet dringend is (dat staat zelfs letterlijk in de mail), maar je stuurt toch meteen een uitgebreid antwoord – ten koste van de taak die écht prioriteit had. Herkenbaar?

Waarom ‘makkelijk’ soms moeilijker is

Psycholoog David Rosenbaum onderzocht dit fenomeen in een experiment. Hij liet studenten één van twee emmers water verplaatsen. De ene stond vlakbij, de andere veel dichter bij de eindbestemming.

Het is natuurlijk logisch om de laatste emmer te kiezen, want dat spaart je wat energie. Maar wat deden de meeste studenten? Ze pakten direct de eerste emmer op. En dat heeft alles te maken met hoe onze hersenen in elkaar zitten: je krijgt namelijk een dopamineboost omdat je een (deel van een) taak kan afvinken.

Snel wat mails checken en versturen geeft je een zekere kick, in tegenstelling tot je urenlang concentreren op een belangrijk rapport.

Ons brein kiest voor snelle beloning

Een belangrijke reden waarom we zo gevoelig zijn voor precrastinatie, is dat ons brein ingesteld is op genot dat we op korte termijn kunnen bereiken. Taken ‘oppakken’ voelt goed doordat er dopamine vrijkomt. Dat onderdrukt even ongemakkelijke gevoelens, zoals de stress of onzekerheid van een grotere taak die eigenlijk je aandacht verdient.

Daardoor kiezen we vaak niet voor wat belangrijk is, maar voor wat ons nu direct oplucht. Snel wat mails checken en versturen geeft je een zekere kick, in tegenstelling tot je urenlang concentreren op een belangrijk rapport. Dat verklaart waarom het zo moeilijk is om de verleiding van kleine taakjes te weerstaan – zelfs als we rationeel weten dat ze ons niet verder helpen.

Kleine taken ontlasten je geheugen

Naast die dopamineboost is er nog een belangrijke reden waarom we ons laten verleiden door ‘quick wins’. Wanneer je een taak afrondt (hoe klein die ook is), hoef je ze niet meer te onthouden. Er valt een cognitieve last weg, waardoor je werkgeheugen terug ruimte krijgt. Alsof je een openstaand tabblad in je hoofd kan sluiten.

Dat zou wel eens de reden kunnen zijn waarom mensen vaak taken met korte deadlines verkiezen boven taken met een lange deadline, ook al zijn ze even moeilijk. We kiezen liever voor ‘snelle winst’, want ons brein wil gewoon af van dat rammelende taakje op de achtergrond. Logisch? Ja. Help je jezelf er echt mee? Niet altijd.

Als je steeds het ‘laaghangend fruit’ bent aan het plukken, schuif je de échte appels - de belangrijke, inhoudelijke taken - altijd maar voor je uit.

Mentale ruimte creëren… ten koste van de juiste focus

Grotere taken verdwijnen natuurlijk niet. Als je steeds het ‘laaghangend fruit’ bent aan het plukken, schuif je de échte appels – de belangrijke, inhoudelijke taken – altijd maar voor je uit.

Paradoxaal genoeg leidt precrastinatie zo alsnog tot… procrastinatie. Of je krijgt misschien het gevoel dat je een chronisch tijdsgebrek hebt. Want je bent eigenlijk wel de hele dag bezig, maar raakt niet vooruit met wat er écht toe doet.

Competitie tussen doelen

Alsof het allemaal nog niet moeilijk genoeg is, speelt er ook nog een derde factor mee. Onderzoekers Ji Hoon Jhang en John Lynch ontdekten namelijk dat ons brein continu doelen tegen elkaar afweegt.

Concreet: de taak die je op een bepaald moment uitvoert, “concurreert” met andere taken en doelen die in je hoofd blijven sluimeren. Dat verklaart waarom we ons vaak rustelozer voelen naarmate we meer onafgewerkte taken meeslepen: elke dag lijkt druk, ook al valt je workload in de praktijk misschien best mee.

De prijs van kortetermijndenken

Het vervelende is dat mensen door die focus op de korte termijn soms ook plezierige of belangrijke momenten laten schieten. Denk maar aan de sportles die je afzegt, het inspirerende netwerkevent waar je uiteindelijk niet geraakt, of momenten met familie of vrienden die je aan je laat voorbijgaan. 

Je brein kiest instinctief voor gemak, ook al zou je op langere termijn veel meer baat hebben bij zulke activiteiten. Iets wat we eerder al uit de doeken deden in onze blog over de recovery paradox. Om niet te vervallen in precrastinatie, is het – net zoals bij herstel – nodig om bewuste keuzes te maken.

De voor- en nadelen van precrastinatie

Het klinkt misschien als een grote slecht-nieuws-show nu. Maar, ter herinnering, er zitten wel degelijk ook voordelen aan precrastinatie:

  • Mentale ontlasting: kleine taken meteen uitvoeren maakt ruimte vrij in je werkgeheugen. Dat kan rust geven.
  • Snelle actie: soms kan het helpen om momentum op te bouwen, bijvoorbeeld bij repetitieve of eenvoudige taken.

Alleen zijn de nadelen minstens even groot:

  • Verlies van focus: je wordt continu weggetrokken van je prioriteiten.
  • Schijnproductiviteit: je bent druk bezig, maar je boekt geen wezenlijke vooruitgang.

Uitputting: door telkens in te gaan op impulsen, put je je brein uit en blijft er minder energie over voor de écht belangrijke taken.

Precrastinatie is geen fout, het is een automatische respons van je brein. Maar je kan die reflex leren herkennen en bijsturen

Wat kan je concreet doen?

Zoals zo vaak, gaat het om het zoeken naar de juiste balans: erkennen dat precrastinatie soms verlichting geeft, maar tegelijk beseffen dat je er niet te vaak in mag meegaan. Een aantal concrete tips om daarin te slagen:

  • Zie precrastinatie voor wat het is: een mentale reflex, geen prioriteit.
  • Weersta de drang om kleine taken meteen af te vinken. Parkeer ze bewust op een to-do-lijst zodat ze je werkgeheugen niet blijven belasten.
  • Creëer duidelijke ‘singletasking’ momenten. Wat is nú het belangrijkste? Al de rest mag even wachten.
  • Beperk de triggers om je heen: sluit je inbox, zet meldingen uit, werk in focusblokken.

Bij How’s Work geloven we niet in schuldgevoel, wel in inzicht. Precrastinatie is geen fout, het is een automatische respons van je brein. Maar je kan die reflex leren herkennen en bijsturen. Zodat jij weer de taak oppakt die het meeste zín heeft. Niet de eerste die je tegenkomt.

LINK

Speciaal voor HR- en Learning & Development-professionals organiseren we trouwens op 20 oktober het webinarVan FOMO naar Focus”. Daarin gaan we dieper in op de kunst van focus op de werkvloer. Inschrijven is gratis, maar de plaatsen zijn beperkt. Hopelijk tot dan!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Lifelong Learning Digitaal welzijn

De dubbele impact van AI op werk en welzijn

De dubbele impact van AI op werk en welzijn

Het verschil tussen ‘duur’ en ‘duurzaam’ werken

AI is al lang geen buzzwoord meer – het maakt vandaag gewoon deel uit van ons werk. Het helpt organisaties onder andere met rekrutering en selectie, rapportering, klantcontact en finance. Dat voelt als vooruitgang, en tegelijk schuurt het. Want met elke tool die werk lichter maakt, komt ook de vraag: maakt het ons werk ook béter?

TWEE VERHALEN BINNEN 1 TEAM

Op de werkvloer lopen vandaag twee verhalen door elkaar.

  • Het optimistische verhaal: AI maakt het werk sneller, beter en soms zelfs leuker. Het haalt repetitie eruit, laat je vlotter starten en opent kansen voor wie minder ervaring heeft.
  • Het voorzichtige verhaal: AI verhoogt de mentale belasting. Meer tools, meer schakelen, meer leren en dat knagende gevoel van “doe ik dit wel goed?” of “hoelang blijft mijn rol nog bestaan?”

Beide verhalen zijn waar. En ze spelen zich tegelijk af: in hetzelfde team, op dezelfde werkplek. Denk aan AI als zonlicht: waar het goed valt, groeit snelheid en kwaliteit. Waar obstakels staan (zoals bijkomende technostress), ontstaat schaduw – een donkere vlek op vlak van welzijn en energie.

De opdracht is niet “meer AI” of “minder AI”, maar: werk zó herontwerpen dat AI nut en betrouwbaarheid toevoegt, terwijl je de energielekken dicht.

Drie hefbomen: productiviteit, tevredenheid, balans

Je medewerkers herkennen ongetwijfeld die dubbelheid, en recent onderzoek (o.a. Chuang et al., 2025) bevestigt het ook: AI heeft een dubbele impact op drie vlakken – productiviteit, jobtevredenheid en werk-privébalans.

Elk van die domeinen kent een zonzijde én een schaduwzijde: de technologie is vaak tegelijk een hulpbron en een belasting. Precies daar zit jouw vraag als HR professional of leidinggevende. Hoe oogst je de winst zonder mensen leeg te trekken? We lichten de paradoxen verder toe en geven ineens wat praktische tips mee.

1. Dure of duurzame productiviteit?

AI kan de productiviteit doen omhoog schieten. Zeker wanneer de technologie voelbaar nuttig en betrouwbaar is: een eerste draft staat er sneller, doorlooptijden dalen, en de output stijgt.

Maar… diezelfde cijfers kunnen ook op een “dure” manier omhoog gaan: met te veel tools, extra reviewrondes, onduidelijke rollen en/of baanonzekerheid (een vorm van technostress). De uitkomst lijkt dezelfde, maar het energieniveau krijgt wel een deuk in dit scenario. Oog voor duurzame oplossingen is dus van tel.

 

Wat werkt morgen:

  • Definieer “winst” per taak: bijvoorbeeld “30% minder revisierondes.” Zet een voor/na neer en schrap werk dat AI goed en snel kan overnemen.
  • Stippel een golden path uit: één voorkeursapp per taak, met duidelijke stappen van prompt tot review. Zo is er geen gokwerk nodig.

Standaardiseer de kwaliteitsloop: maker = AI, checker = collega, beslisser = owner. Zo houd je snelheid en betrouwbaarheid in balans.

Voorbeeld:
Een recruiter gebruikt AI voor vacatureteksten. De eerste versie staat er sneller dan ooit, maar door gebrek aan afspraken volgen er vier reviewrondes. Resultaat: de cijfers zijn goed, maar het team is moe.

 

Mensen zijn meer tevreden over hun job wanneer ze merken dat AI het werk lichter en zinvoller maakt.

2. Tevredenheid begint bij eigenaarschap

Zodra de productiviteit stijgt, is de volgende vraag: hoe voelen mensen zich daarbij? AI verhoogt enkel de tevredenheid als het werk lichter en zinvoller maakt. Als repetitieve taken wegvallen en er meer ruimte komt voor het menselijke verschil, stijgt het gevoel van betrokkenheid binnen iemands job.

Maar als AI vooral extra controles, versies en onzekerheid toevoegt? Dan daalt de energie én de tevredenheid. Zeker als het voelt alsof AI het tempo bepaalt, maar niemand nog weet wie het overzicht bewaart.

Wat werkt morgen:

  • Maak nut zichtbaar: laat elk teamlid maandelijks een “AI-win” delen.
  • Leg rollen vast: wie bewaakt de kwaliteit, wie beslist?

Investeer in leerpaden: voorzie korte, rolgebonden training met badge of mini-assessment. Zo voelt groei echt en voorspelbaar in plaats van diffuus.

Voorbeeld:
Een team gebruikt AI om verslagen en visuals te maken. Pas toen er een checklist kwam voor feiten en context, groeide het vertrouwen en de trots. Zonder die vaste reviewchecklist voelde AI eerder als werk erbij – iets wat zorgt voor twijfel en frustratie.

 

3. AI en je (avond)rust

Wat tijdens de werkuren voldoening geeft, kan na de uren voor onrust zorgen. Want ja, AI-tools werken altijd en overal. Dat is tegelijk hun kracht en hun valkuil. Zonder duidelijke afspraken sluipt werk makkelijk de avond in. Denk aan pushmeldingen, AI-updates of het gevoel dat je nog “even” iets moet checken. 

Die vage grens tussen werk en privé verhoogt de stress, verlaagt het herstel en veroorzaakt wrijving thuis. Vooral als mensen het gevoel hebben dat ze geen controle meer hebben over wanneer ze werken of evaluaties krijgen.

Toch is er ook een zonzijde: generatieve AI kan druk wegnemen. Als het werk minder ‘stroperig’ wordt (lees: minder rework, minder tool-hoppen, minder onduidelijkheid) dan daalt ook de mentale belasting. 

 

Voorbeeld:
In een team van een klantendienst bleven AI-notificaties ook na de werkuren binnenkomen. Sinds ze batch-runs tussen 8u en 18u plannen en pushmeldingen uitzetten buiten die uren, daalde de avondbelasting terwijl de snelheid bleef.

Wat werkt morgen:

  • Beperk de complexiteit: één tool per taaktype, anders win je tijd met AI en verlies je die tegelijkertijd aan tool-hoppen.
  • Communiceer AI-veranderingen: geef in klare taal aan wat er wanneer gebeurt en voorzie sandbox-tijd. Zo voelt “techno-uncertainty” als leren in plaats van stress.

Definieer één escalatie-kanaal: zorg ervoor dat mensen weten wanneer iets écht urgent is, maar neem ook ruis weg. Zet meldingen van tools bijvoorbeeld standaard uit na de werktijd.

De sleutel? Niet “meer AI”, maar beter werk

AI op zich is niet het probleem, noch een gemakkelijke oplossing. Het is het werkontwerp dat bepaalt of AI welzijn voedt of uitput.

Daarom ontwikkelden we bij How’s Work een eenvoudige gesprekskaart voor teams. Met drie kernvragen – inclusief toelichting – die je helpen om scherp te zien waar AI waarde toevoegt en waar het energie kost:

  1. Winst – Waar won je tijd of kwaliteit dankzij AI?
  2. Frictie – Waar lekte energie?
  3. Buffer – Welke check of afspraak maakt het lichter?

Gebruik deze vragen in je 1-op-1’s of teammeetings. Zo krijg je snel zicht op patronen, kan je gerichter bijsturen en evolueer je richting duurzame productiviteit, hogere tevredenheid en een werkbalans die werkt.

Omdat we jou ook frictie willen besparen: download hier de gesprekskaart – zonder dat je je e-mailadres hoeft achter te laten. Graag gedaan!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Waarom we vooral in bed piekeren

Waarom we vooral in bed piekeren

Piekerpieken: ‘s avonds laat en ‘s ochtends vroeg

Hoe komt het toch dat nét wanneer je hoofd op je kussen ploft in bed, je brein besluit: “Perfect moment om nog even die ongemakkelijke meeting van vorige week te herbeleven!”? Of nog erger: wanneer je wakker wordt voor je alarm? De wetenschap heeft eigenlijk een verrassend logische verklaring.

Neurowetenschapper Job van den Hurk legt het haarfijn uit in de Universiteit van Nederland podcast, en wij kaderen het hier in de context van werk. Inclusief enkele tips tegen piekeren.

Je brein als gevarensimulator

Lang geleden had ons brein één prioriteit: overleven. En daar is het dus ook evolutionair op afgestemd geraakt. De koppeling tussen emoties en geheugen hielp ons te onthouden wat gevaarlijk was. Als we ons indertijd op de savanne te pletter schrokken wanneer we ergens een leeuw tegenkwamen, gingen we die plek bewust vermijden.

Zo beschermden we onszelf tegen dreigende gevaren. We zijn mettertijd zo geëvolueerd dat we die beangstigende situaties niet meer afwachten, maar ze proactief in ons hoofd al bedenken. Die gevarensimulator kan absoluut voordelen bieden, maar er is ook een keerzijde.

De meeste ‘gevaren’ van vandaag zijn namelijk een pak minder harig. Nu spelen we mentale horrorfilms af met confronterende feedback of vervelende to do’s in de hoofdrol. Op een eenvoudige “Hey, alles goed?” van je leidinggevende op Teams reageer je uit puur instinct misschien even angstig als wanneer je een leeuw voor je neus krijgt.

Controlekamer van ons brein

Gelukkig beschikt ons brein ook over een soort interne ‘filter’ die voorkomt dat we door dat soort gevoelens continu overspoeld raken: de prefrontale cortex. Die helpt je bij het maken van rationele afwegingen, het temperen van emoties en het aanbrengen van nuance. Anders zouden we een speelbal zijn van onze gevarensimulator.

Alleen… Heb je al gemerkt dat je overdag dingen beter kan relativeren dan ‘s avonds? Dat is geen toeval. Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand. In je slaap hoef je dan ook geen emoties te reguleren – daarom kunnen dromen soms vrij heftig zijn.

Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand.

Sluimerstand aan, nachtalarm aan

Omgekeerd blijven de emotionele gebieden in je hersenen dus wél aan staan. ‘s Nachts blijkt je amygdala zelfs nog actiever dan overdag. Dat is zeg maar je interne rookmelder die alles in de gaten houdt wat met dreiging en angst te maken heeft. Met andere woorden: je controlekamer slaapt, maar je alarmsysteem blijft aan.

Ook dat valt evolutionair te verklaren trouwens: het is donker ‘s nachts, dus je ziet dreigingen niet aankomen. En tijdens je slaap ben je erg kwetsbaar natuurlijk. Daarom schakelt de amygdala ‘s nachts naar een hoger standje.

Hallo piekergedachten

Resultaat? Elke gedachte die zich aandient op dat moment, kan als een potentieel gevaar gezien worden. Relativeren lukt niet, want je filter staat uit. Je hersenen maken geen onderscheid meer tussen een belangrijke presentatie of een moeilijke feedbackronde en een levensbedreigende situatie.

Je neigt naar doemdenken en blijft hangen in het negatieve. Je voelt een soort alertheid en angst die je overdag helemaal niet hebt. En het wordt nog interessanter.

4u26: het perfecte piekermoment

De meeste mensen rapporteren twee piekerpieken:

  1. Net nadat je in bed ligt – je rationele brein dooft langzaam uit, maar je emotionele systeem blijft paraat. De ideale mix voor piekergedachten.
  2. Tussen 4u en 5u ’s ochtends – je lichaam begint zich stilaan klaar te maken om wakker te worden en maakt alvast wat cortisol aan (het stresshormoon dat je helpt opstaan). Alleen is je slaap dan minder diep, word je makkelijker wakker, en zit je prefrontale cortex nog in die sluimermodus. En de amygdala? Die draait nog altijd op volle toeren.

Dan krijg je dus de klassieke situatie: je wordt wakker rond 4u26, kijkt naar het plafond en begint te piekeren. Over dat rapport dat nog af moet. Over een foutje dat je gisteren maakte. Over of je collega misschien iets bedoelde met die ene opmerking.

 

Wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou - het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

’s Nachts voelt alles groter

Wat je best onthoudt: wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou – het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

Overdag ziet diezelfde situatie er vaak veel minder dramatisch uit. Dan is je filter weer actief. Je amygdala rustiger. Je nuance terug. En denk je: “Waar maakte ik me in godsnaam druk om?”

Wat kan je doen?

Een magische truc om het piekeren volledig te stoppen, is er helaas niet. Maar als je weet wat er gebeurt, kan je er misschien wel anders mee omgaan. Een paar concrete ideeën:

  • Wees mild voor jezelf. Piekeren is geen teken van zwakte. Het is je brein dat z’n job iets té goed doet.
  • Herken het patroon. Word je wakker met een hoofd vol rampscenario’s? Herinner jezelf eraan: dit is je amygdala die ongefilterd overuren draait.
  • Vertrouw op de ochtend. Zeg tegen jezelf: “Ik kom hier morgen op terug, met een wakker hoofd.” Grote kans dat het dan al veel minder belangrijk voelt.

En misschien wel de belangrijkste tip: deel dit ook met je collega’s. Want laten we eerlijk zijn, wie heeft er níét al eens in bed liggen tobben over werk? Hopelijk lukt het de volgende keer tóch om wat te relativeren. Voor wie meer wil weten over dit thema: lees zeker onze blog over de impact van piekeren op het werk (en andersom).

Speciaal voor HR- en Learning & Development-professionals organiseren we trouwens op 29 september het webinar “Van piekeren naar veerkracht”. Daarin gaan we dieper in op de kunst van loslaten op de werkvloer. Inschrijven is gratis, maar de plaatsen zijn beperkt. Hopelijk tot dan!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing Lifelong Learning

Wat je brein écht doet leren

Wat je brein écht doet leren

De sleutel tot slimmer leren

Wanneer je iets nieuws wil leren, hoor je al snel dat het ‘een kwestie is van veel oefenen’. Tienduizend uur lang, meer bepaald – zo lang zou het duren om een vaardigheid perfect onder de knie te krijgen. Maar klopt dat wel? En is herhaling echt het fundament van leren, of gebeurt er in je brein iets anders dat belangrijker is?

De kracht van herhaling: mythe of waarheid?

De tienduizend uren-regel stelt dat je veel herhaling nodig hebt om de patronen van een vaardigheid of gewoonte stevig in je hersenen te verankeren (en je iets dus écht goed kan). Maar wie wat dieper graaft, ontdekt al snel dat dit eerder een mythe is. 

Zonder herhaling kunnen zich natuurlijk geen nieuwe hersenbanen vormen: er is dus wel iéts van aan. Maar je kan tienduizend uur oefenen en er alsnog weinig van opsteken als je brein niet ‘begrijpt’ waarom het belangrijk is. Context, betekenis en motivatie bepalen welke informatie blijft plakken. Niet de stopwatch.

Leren is geen kwestie van je brein ‘vullen’ met kennis, maar van het activeren en herschikken van netwerken.

Case study: het succes van de Polgar-zussen

Drie Hongaarse meisjes zijn hier een mooi voorbeeld van: Susan, Sofia en Judit Polgar groeiden op in een gezin dat gek was op schaken. Ze kregen het spel met de paplepel ingegeven en oefenden elke dag (urenlang!) met hun vader.

Maar er was meer dan herhaling: het gezin creëerde een motiverende context waarin oefenen leuk en betekenisvol was. Met resultaat, want elk van de drie zussen werd op jonge leeftijd schaakkampioen. Judit Polgar wordt zelfs beschouwd als de sterkste vrouwelijke schaker aller tijden.

Wat gebeurt er in je brein bij leren?

Leren is geen kwestie van je brein ‘vullen’ met kennis, maar van het activeren en herschikken van netwerken. Dat proces heet neuroplasticiteit. Ons brein is geen onwrikbare baksteen, maar eerder een pak plasticine: het vormt zich voortdurend op basis van onze – kleine of grote – ervaringen. Het is ook nooit ‘af’; ons brein blijft zich levenslang vormen.

Een cruciale rol hierin speelt de neurotransmitter acetylcholine. Die werkt als een vuurtoren in je brein: het signaleert wat belangrijk is om te onthouden. 

Bij levensnoodzakelijke gedragingen (zoals je hand niet op een hete kookplaat leggen) gebeurt dat automatisch. Maar voor andere vaardigheden – zoals schaken of projectmanagement – heeft je brein een extra duwtje nodig. Dat komt in de vorm van motivatie en beloning.

De rol van relevantie en beloning in leerprocessen

Wie ooit een taalcursus volgde om ‘gewoon iets bij te leren’, weet: als het je eigenlijk niets kan schelen, blijft er weinig hangen. Zonder betekenis en motivatie is leren als roeien zonder water. Het is pas wanneer iets enigszins belangrijk aanvoelt – omdat het aansluit bij onze waarden, doelen of identiteit – dat acetylcholine ervoor zorgt dat je brein beter oplet en informatie actiever verwerkt.

Intrinsieke motivatie is dus cruciaal. Niet alleen helpt het je volhouden, het zorgt er ook voor dat je brein effectief aan het werk gaat. Beloning (denk: succeservaringen, erkenning of gewoon het plezier van iets nieuws kunnen) versterkt het leerproces nog eens.

Leidinggevenden doen er goed aan om leerprocessen zo relevant mogelijk te maken. Geef medewerkers het waarom achter een opleiding, erken hun vooruitgang, en geef feedback die betekenisvol is.

Wat betekent dit voor leren op het werk?

Voor organisaties betekent dit dat klassieke opleidingen – met veel eenrichtingsverkeer en weinig betekenis – niet echt een duurzaam effect hebben. Wil je mensen écht iets bijbrengen? Zorg dan voor context, autonomie en connectie. Laat medewerkers kiezen wat ze willen leren, koppel leerdoelen aan hun persoonlijke groei of teamdoelstellingen, en voorzie ruimte om te experimenteren.

Leidinggevenden doen er goed aan om leerprocessen zo relevant mogelijk te maken. Geef medewerkers het waarom achter een opleiding, erken hun vooruitgang, en geef feedback die betekenisvol is. Stimuleer niet alleen de herhaling, maar vooral het inzicht en de betrokkenheid.

Leren is meer dan een kwestie van tijd

Herhaling helpt, dat is zeker. Maar het is niet de heilige graal. Je brein leert vooral wat het belangrijk vindt, en dat wordt bepaald door de heilige drievuldigheid van context, betekenis en motivatie. Of je nu een schaakkampioen wil worden of je team sterker wil maken: zonder een betrokken brein, geen blijvend effect.

Leren is dus niet gewoon een kwestie van ergens genoeg uren in kloppen. Het is een proces dat begint met nieuwsgierigheid, gevoed wordt door motivatie en pas écht effect heeft als het brein denkt: dit doet ertoe. Kortom: wil je dat je mensen écht blijven leren, voorzie dan meer dan tijd in hun agenda.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing Focus

How to: procrastinatie doorbreken

How to: procrastinatie doorbreken

Uitstelgedrag? Ontdek de kunst van… starten

Je wéét dat je ergens aan moet beginnen. Je wíl er ook echt aan beginnen. En toch… blijf je hangen. Je opent doelloos je mails, ruimt je bureau op of zoekt plots dringend een nieuwe koffiemok op bol.com. En hoe langer je uitstelt, hoe zwaarder het voelt om eraan te beginnen. Waarom doen we dit (allemaal!), en hoe doorbreek je dat patroon?

Waarom je brein op slot gaat

Je brein is geen fan van grote, vage of complexe taken. Denk aan “scriptie schrijven”, “website vernieuwen” of “presentatie maken”. Als je denkt aan zo’n taak, probeert je brein alles tegelijk te overzien: inhoud, concrete stappen, verwachtingen, mogelijke uitkomsten.

En dan komen al snel angsten en twijfels opzetten: Wat als ik niet goed genoeg voorbereid ben? Wat als ik fouten maak? Je brein simuleert wat er allemaal zou kunnen gebeuren, en focust daarbij – vanuit een oud overlevingsmechanisme – vooral op risico’s, obstakels en fouten.

Mañana, mañana: uitstelgedrag

Gevolg van al dat gepieker: je werkgeheugen raakt overbelast nog vóór je begint, wat zorgt voor een soort mentale verlamming of freeze. Je motivatie zakt meteen weg: je start niet, en blijft hangen in uitstelmodus.

En dat is precies het probleem, want zonder concrete actie blijft je beloningssysteem (lees: dopamine) uitgeschakeld*. Je krijgt géén motivatieboost zolang je niet begint. Zo lijkt de taak in je hoofd alleen maar groter, zwaarder en onmogelijker.

One small step for your task. One giant leap for your focus.

Procrastinatie is geen tijdmanagementprobleem

Uit onderzoek blijkt dat uitstelgedrag helemaal niet gaat over luiheid of slechte planning. Het is een emotieregulatieprobleem. Je brein probeert niet de taak zelf te vermijden, maar de onaangename gevoelens die erbij komen kijken: onzekerheid, twijfel, faalangst, verveling of overweldiging.

Je eigen hersenen proberen je te beschermen tegen mogelijke pijn of mislukking. Maar ironisch genoeg maakt dat het alleen maar zwaarder. Het voelt allemaal als te veel. En dus stel je uit.

De oplossing? Van abstract naar concreet gaan

Je brein houdt niet van vaagheid. De gevoelens die we net aanhaalden, ontstaan omdat de taak abstract en onbehapbaar aanvoelt. Maar op het moment dat je beslist om één kleine, concrete actie te doen, verandert alles. Je opent een document. Je schrijft een titel. Je schetst een ruwe indeling.

Neurowetenschappelijk gezien gebeurt er dan iets belangrijks: Ons brein schakelt tussen verschillende netwerken, afhankelijk van wat we doen. Als je blijft hangen in gepieker, planning of perfectionisme, is je default mode network (DMN) actief. Dat is het netwerk dat aangaat als je nadenkt over jezelf, de toekomst of wat anderen van je denken — vaak vaag, intern gericht en eindeloos repeterend.

Maar zodra je een kleine, concrete actie onderneemt, komt een ander systeem op gang: het task positive network (TPN). Dat helpt je focussen op één taak tegelijk, in het hier en nu. Je krijgt als het ware mentale oogkleppen die de ruis dempen.

Bij die eerste mini-actie komt er meteen een beetje dopamine vrij – het stofje dat motivatie voedt. Niet als beloning achteraf, maar al meteen bij het gevoel van: ik ben op weg.

De beste manier om een overweldigende taak aan te pakken is dus… gewoon beginnen. Niet met de perfecte planning. Niet met “zodra ik in de juiste flow zit”. Maar gewoon met één kleine stap.

Zo pak je het concreet aan

De beste manier om een overweldigende taak aan te pakken is dus eigenlijk… gewoon beginnen. Niet met de perfecte planning. Niet met “zodra ik in de juiste flow zit”. Maar gewoon met één kleine stap. Twee minuten tijd. Iets tastbaars dat je brein terug op de grond zet. Een paar concrete handvaten:

  • Maak het behapbaar
    Splits de taak op in mini-stappen. Formuleer de allereerste actie zó klein dat je er meteen aan kan beginnen. Geen “rapport schrijven”, maar “nieuw bestand openen en het een titel geven” of “een prompt formuleren voor AI“.
  • Geef jezelf 2 minuten
    Je hoeft niet gemotiveerd te zijn om te starten – motivatie volgt vaak na de eerste actie. Zeg tegen jezelf: “Ik doe dit twee minuten”, dan krijgt je brein het signaal: “Ik ben begonnen.” Zo activeer je je dopaminesysteem, waardoor je gemotiveerd blijft om verder te gaan.
  • Kies het juiste moment van de dag
    De meeste mensen hebben de meeste mentale energie in de ochtend, of net na een pauze. Complexe of cognitief zware taken vragen om die ‘heldere uren’ – niet om je laatste restje aandacht aan het einde van de dag.

Focus vraagt bewuste regie

Procrastinatie onder controle krijgen en je focus verbeteren begint bij het (beter) leren kennen van je eigen brein. Wanneer dwaal je af? Wanneer blokkeer je? En wat helpt om jou uit te dagen – zonder té veel te vragen? Wie dat onder controle krijgt, wint niet alleen aan productiviteit, maar ook aan werkplezier.

Als je meer wil te weten komen over hoe je grip krijgt op je aandacht (voor jezelf of voor je medewerkers), volg dan zeker ons gratis webinar ‘Van FOMO naar focus’ op 2 juni. Ineens ook het ideale moment om al je vragen hierover op ons af te vuren!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

Een ander perspectief op piekergedrag

Piekeren wordt vaak als een ‘persoonlijk probleem’ gezien, als ‘gewoon wat blijven hangen in je gedachten’. Het is eigenlijk een hapering in je probleemoplossend vermogen. En dat maakt het net zo relevant op de werkvloer. In deze blog zoomen we in op welke vormen piekeren precies kan aannemen, waarom het ontstaat en welke 3 stappen je als organisatie kan ondernemen om je medewerkers te ondersteunen.

Piekeren: geen persoonlijk falen, maar een systeemfoutje

Ons brein is van nature oplossingsgericht. We zijn gebouwd om problemen te detecteren én op te lossen. Dat was evolutionair gezien handig: als er gevaar dreigde, moest je snel kunnen schakelen. Vandaag merk je dat mechanisme misschien bij jezelf op als een collega zijn hart lucht over een lastige situatie: je hebt vaak al een oplossing klaar nog voor hij is uitgepraat.

Maar dat systeem hapert ook wel eens. Zeker wanneer er veel onzekerheid is, wanneer we emoties voelen waar we moeilijk mee om kunnen, of wanneer er gewoon te veel tegelijk op ons bord ligt. Dan loopt het probleemoplossingsproces op een bepaald moment vast. En dan ga je dus piekeren.

Het is iets wat (bijna) iedereen doet, en laat het ook duidelijk zijn dat piekeren geen teken van zwakte is. Integendeel, het toont dat je brein actief probeert grip te krijgen op iets wat je nog niet kan plaatsen of oplossen. Alleen: het lukt niet. Je geraakt vast in een soort mentale draaikolk. En net dát maakt het zo vermoeiend.

Ons brein is van nature oplossingsgericht. Maar dat systeem hapert ook wel eens. En dan ga je dus piekeren.

De vier gezichten van piekeren

Laten we het wat concreter maken met een eenvoudig voorbeeld. Stel: je hebt er een lange werkdag op zitten. Je ploft neer in de zetel, wil ontspannen met een aflevering van je favoriete serie, drukt op de afstandsbediening… en er gebeurt niets. 

Op zo’n moment schiet – normaal gezien – je probleemoplossend denken in actie. Maar dat proces kan soms dus ontsporen. Afhankelijk van waar het fout loopt, kan één van de volgende vier types piekergedachten opduiken:

1. Geen aanvaarding: “Waarom overkomt mij dit altijd?”

Je blijft drukken op de knop. Harder. Sneller. Want dit zou gewoon moeten werken. Tot de frustratie het overneemt en je hoofd volloopt met ‘waarom-ik’ gedachten. Je vecht tegen de realiteit, in plaats van die te aanvaarden. Je brein blijft malen over hoe het had moeten zijn.

Op de werkvloer klinkt dit bijvoorbeeld als: “Waarom krijg ik altijd de lastigste projecten?” of “Waarom loopt het net bij mij altijd fout?” Zolang je in deze fase blijft hangen, is er geen ruimte voor een oplossing. Want die komt pas nadat je erkent dat er effectief een probleem is.

2. Geen analyse: “Wat als ik dit niet kan?”

Terug naar onze afstandsbediening. Je accepteert dat die niet werkt, maar onderzoekt niet écht wat er aan de hand is. Zijn de batterijen leeg? Ligt het aan de tv? In plaats van het probleem te achterhalen, blijf je in rondjes denken zonder vooruitgang te boeken. Je voelt je overweldigd en zit vast in een vage onrust, die vaak voortkomt uit de angst om te falen.

Op het werk zie je dit terug bij medewerkers die worstelen met een taak, maar niet helder krijgen wat hen precies tegenhoudt. De deadline komt dichterbij en de stress stijgt, maar het probleem blijft mistig. En dus blijft ook de oplossing uit. Zolang je het probleem niet concreet maakt, blijf je vastzitten in deze piekergedachten.

3. Geen plan: “Had ik dit maar anders gedaan.”

Je weet wat er mis is (de batterijen van de afstandsbediening zijn plat), maar je kan precies geen beslissing bedenken. Ga je nu nieuwe zoeken? Wat als je de verkeerde soort koopt? Je blijft liever denken aan hoe het anders had kunnen lopen, zonder echt te beslissen wat je nu gaat doen.
Sommige situaties zijn nu eenmaal geworteld in het verleden, buiten je controle. Energie steken in het vinden van een ‘oplossing’ (voor iets dat onveranderlijk is), leidt dan alleen maar tot frustratie.
Op de werkvloer merk je dit bij mensen die in kringetjes blijven denken: ze weten wat er fout liep, maar raken niet verder omdat ze blijven hangen in spijt of zich focussen op wat niet meer te veranderen valt.

4. Geen actie: “Is dit wel de beste oplossing?”

Je weet wat het probleem is. Je weet wat de oplossingen zijn. Maar je kan niet kiezen; je blijft alles overdenken en zoekt eindeloos naar de ‘perfecte’ oplossing. Je brein blijft maar nieuwe mogelijkheden en scenario’s bedenken, waardoor je je steeds meer overweldigd voelt. Je raakt verlamd door de illusie dat er één ideale keuze is.

In een professionele context is dit schadelijk voor de focus en energie. Medewerkers blijven mentaal hangen in iets wat ze ‘nog moeten doen’, waardoor ze niet volledig beschikbaar zijn voor hun huidige taak.

Andere typische voorbeelden: blijven twijfelen over strategische beslissingen, plannen oneindig herwerken, of blijven hangen in voorbereidingen – zonder dat er écht iets verandert.

Hoe meer negatieve affecten iemand ervaart op het werk, hoe groter de kans op piekeren​. Het is dus geen puur individueel gegeven - ook de werkcontext speelt een bepalende rol.

De impact van piekeren op het werk (en andersom)

Vastzitten in zo’n mentale draaikolk klinkt niet alleen vermoeiend, het is dat ook letterlijk: hoe meer we piekeren, hoe minder we herstellen

Piekergedachten nemen ruimte in in je hoofd, ook (en zelfs vooral) na de werkuren. Ze verstoren je slaap, verhogen je stressniveau, en verlagen je cognitieve flexibiliteit – wat je minder creatief en innovatief maakt. Ook focus en productiviteit lijden eronder​.

Uit recent onderzoek (Basinska et al, 2024) blijkt trouwens dat het gaat om een wisselwerking: hoe meer negatieve affecten iemand ervaart op het werk (denk: stress, frustratie, onzekerheid), hoe groter de kans op piekeren​. Het is dus geen puur individueel gegeven – ook de werkcontext speelt een bepalende rol.

Wat kan je doen binnen je organisatie?

Piekeren heeft impact op het probleemoplossend vermogen van je medewerkers – en dat is net wat organisaties in snel veranderende tijden écht nodig hebben. Neem het dus vooral serieus als signaal.

Zoals altijd is bewustwording en (h)erkenning een belangrijke eerste stap. Als leidinggevende of HR-verantwoordelijke kan je op de volgende manier het verschil maken:

  • Creëer ruimte voor open gesprekken over werkdruk
  • Veranker (mentaal) welzijn in leiderschap en cultuur
  • Erken piekeren als een collectieve uitdaging, niet als een individueel falen

Samen piekeren doorbreken

Voor een stuk hoort piekeren bij het leven. Maar als het in de weg zit van mentaal herstel, werkplezier en prestaties, dan is het tijd om in te grijpen. Anders vormt de betrokkenheid van je medewerkers een tweesnijdend zwaard.

Hoe beter je begrijpt waar het vastloopt, hoe makkelijker jullie samen de weg terugvinden – naar helder denken, naar mentale rust, en naar focus. Geef ons een seintje als je op zoek bent naar de juiste technieken om piekergedachten op de werkvloer aan te pakken.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing Digitaal welzijn

De vicieuze cirkel van werkdruk

De vicieuze cirkel van werkdruk

De recovery paradox uitgelegd

Je kent het gevoel wel: een lange, drukke werkdag achter de rug en eindelijk tijd om te ontspannen. Maar daar heb je eigenlijk geen fut meer voor. Of je denkt al voorsprong te nemen door nog even verder te werken. Echt opladen doe je dus niet, en de volgende ochtend begin je uitgeput aan een dag die je weer geen voldoening geeft. 

Waarom is het toch zo moeilijk om bewust te kiezen voor herstel, net op de momenten dat we het het hardst nodig hebben? Dat heeft te maken met de recovery paradox, en het beïnvloedt je welzijn meer dan je denkt.

De nood aan herstel... en de valkuil

Elke (werk)dag vraagt energie. Of het nu deadlines, meetings of complexe taken zijn: ons brein en lichaam verwerken constant prikkels. Dat is op zich geen probleem, zolang je tussendoor en na je werk voldoende herstelt. Pauzes, ontspanning en activiteiten die je loskoppelen van je werk, helpen om belasting af te bouwen en je batterijen weer op te laden.

En daar wringt het schoentje. Want wie zich na een werkdag gespannen of uitgeput voelt, heeft net méér nood aan een opkikker… Maar paradoxaal genoeg zijn we in die toestand minder geneigd om actief te investeren in ons herstel. In plaats daarvan kiezen we vaker voor passieve ontspanning, zoals eindeloos scrollen of gedachteloos series kijken.

De vicieuze cirkel van stress

Stress en negatieve emoties zoals frustratie en angst halen je energie en motivatie omlaag. Gaan sporten, tokkelen op je gitaar, afspreken met vrienden of uitgebreid koken thuis? Ook al zijn het dingen die kunnen helpen om je gedachten écht te verzetten en je net energie kunnen geven, je hebt er simpelweg geen fut voor. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Onvoldoende herstel in je vrije tijd zorgt ervoor dat je de volgende werkdag vermoeid begint, waardoor je ’s avonds opnieuw comfort zoekt in snelle, gemakkelijke ontspanning – die je opnieuw niet oplaadt. En we zijn vertrokken. Het wordt moeilijker en moeilijker om de juiste keuzes te maken.

Onvoldoende herstel in je vrije tijd zorgt ervoor dat je de volgende werkdag vermoeid begint, waardoor je 's avonds opnieuw comfort zoekt in snelle, gemakkelijke ontspanning - die je opnieuw niet oplaadt.

Doorbreek de paradox

Die vicieuze cirkel kan op termijn leiden tot een chronisch energietekort, allostatische overbelasting en gezondheidsproblemen. Dat willen we natuurlijk vermijden. Hoe? Door deze neerwaartse spiraal bewust te doorbreken

Wij tippen een paar concrete handvaten daarvoor – niet alleen voor het individu, maar ook voor de leidinggevende(n) en organisatie.

Wat kan je als medewerker zelf doen?

  • Maak van herstel een bewuste gewoonte – Plan herstelmomenten in op voorhand, zodat je er niet over hoeft na te denken. Een vaste sportavond, een korte wandeling na het eten of een boek lezen voor het slapengaan kunnen helpen om je brein te ‘resetten’.
  • Focus op kleine stappen – Denk niet te groot. Je hoeft niet meteen een uur te gaan hardlopen. Zelfs vijf minuten beweging, een korte ademhalingsoefening of een telefoontje met een vriend(in) kan al een verschil maken.
  • Creëer een duidelijke overgang tussen werk en privé – Zorg voor een ritueel dat je helpt om mentaal los te koppelen van je werkdag. Dat kan een wandeling zijn, andere kleren aantrekken of je dag afsluiten met een korte reflectie.
  • Leg de lat niet te hoog – Herstellen is geen extra taak op je to-dolijst. Het draait niet om presteren, maar om opladen. Kies iets wat je oprecht plezier en ontspanning geeft – het gaat niet enkel om wat je doet, maar ook om hoe je je erbij voelt.

De verantwoordelijkheid voor herstel ligt niet alleen bij het individu. Werkgevers en leidinggevenden hebben een niet te onderschatten impact op hoe makkelijk of moeilijk het is om écht te herstellen.

Wat kunnen leidinggevenden en organisaties doen?

De verantwoordelijkheid voor herstel ligt niet alleen bij het individu. Werkgevers en leidinggevenden hebben een niet te onderschatten impact op hoe makkelijk of moeilijk het is om écht te herstellen.

  • Normaliseer pauzes en herstelmomenten – Als leidinggevende geef je het goede voorbeeld door zelf pauzes te nemen en je team aan te moedigen om hetzelfde te doen. Creëer een cultuur waarin herstel geen zwakte is, maar een noodzaak.
  • Zorg voor realistische werkdruk en verwachtingen – Werknemers die constant over hun grenzen moeten gaan, hebben minder kans om goed te herstellen. Bespreek werkdruk en kijk waar je als organisatie kan bijsturen.
  • Stimuleer psychologische deconnectie – Moedig medewerkers aan om buiten werkuren niet bereikbaar te zijn en creëer een omgeving waarin dat ook effectief kan. Een ‘recht op deconnectie’ moet meer zijn dan een mooie intentie.
  • Bied ondersteuning aan – Workshops over het beter managen van werkdruk en stress, fysieke activiteit stimuleren of informele check-ins kunnen helpen om werknemers bewust te maken van het belang van herstel en mentaal welzijn.

Wisselwerking tussen welzijn en werkdruk

Als je na een werkdag wél nog energie over hebt, is de kans groot dat je kiest voor iets dat je helpt om te herstellen van alle werkgerelateerde stressoren. Lees: iets waarvan je tot ontspanning komt en waarbij je helemaal gedeconnecteerd bent van je job. Zo start je de volgende dag opnieuw met opgeladen batterijen.

Je kan de wisselwerking tussen welzijn en werkdruk dus ook naar je hand zetten – ze werkt in beide richtingen. Daarom is het zo belangrijk om bewust te kiezen hoe je gaat herstellen van een baaldag ’s avonds (of van een baalweek in het weekend).

De 'recovery paradox' is een val waar we allemaal wel eens intrappen. Neerploffen in de zetel met je gsm in de hand of je laptop op je schoot is verleidelijk én gemakkelijk.

Herstel begint met bewust kiezen

De ‘recovery paradox’ (Sonnentag, Cheng & Parker, 2022) is een val waar we allemaal wel eens intrappen. Neerploffen in de zetel met je gsm in de hand of je laptop op je schoot is verleidelijk én gemakkelijk. En soms is zo’n avondje niksen (of zelfs werk inhalen) misschien exact wat je nodig hebt – you do you.

De boodschap die we vanuit How’s Work graag meegeven is heel simpel: probeer bewust om te gaan met je ontspanning. En probeer vanuit je organisatie ook een omgeving te creëren waarin herstel mogelijk is. Want wie welzijn op de agenda zet, zorgt voor fitte mensen die zich beter voelen – en uiteindelijk ook beter presteren.

Klaar om dieper te duiken?

Op zoek naar meer strategieën om je mensen te helpen beter te deconnecteren? Geef ons een seintje!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Lifelong Learning

Waarom engagement meer is dan je werk graag doen

Waarom engagement meer is dan je werk graag doen

En wat dat betekent voor jou als leider

Je team draait. De cijfers kloppen, de processen lopen, en toch knaagt er iets. Die energie waar je op hoopt? Die voel je niet altijd. De meetings zijn beleefd, maar niet bruisend. De taken worden gedaan, maar niet vastgegrepen. Wat ontbreekt? Precies datgene dat je niet kan afdwingen, maar wat alles verandert als het er is: engagement. Niet zomaar een mooie term op een slides, maar het verschil tussen een team dat tikt en een team dat leeft.

Yet Another Buzzword?

Engagement. Zo’n woord dat je vaker op een slide ziet dan in de praktijk. Het klinkt goed in de lift, het staat prachtig in strategiedocumenten, en het rolt vlot over de lippen tijdens inspiratiesessies. Maar voel je het ook echt in je team? Of blijft het bij mooie woorden terwijl de koffieautomaat het boeiendste gesprek van de dag oplevert? Het is makkelijk om over engagement te praten, maar moeilijker om het verder te laten gaan dan een vage belofte op papier.

De reden dat het zo’n buzzword is, is omdat het moeilijk te grijpen is. Voor de een gaat het om volledig opgaan in je werk, met volle focus en enthousiasme. Voor de ander draait het om actief meedenken over hoe het team of het bedrijf kan groeien. En precies dat maakt het zo lastig: engagement kan zich op verschillende manieren tonen.

Hoe herken jij engagement?

Dat betekent dat jij als leidinggevende het ook op verschillende manieren kunt herkennen. Zie je het in hoe iemand helemaal opgaat in z’n werk? Of juist in hoe iemand actief meedenkt over de toekomst van het team? Dat verschil is belangrijk, want het gaat over twee soorten engagement: bij het werk zelf én bij de organisatie.

Als we als leidinggevende willen werken aan engagement, is het daarom eerst en vooral belangrijk om te weten wat het precies is. Pas dan kunnen we ons team de ondersteuning geven die het nodig heeft.

De reden dat het zo’n buzzword is, is omdat het moeilijk te grijpen is. Engagement kan zich op verschillende manieren tonen.

Ga je op in je werk of je organisatie?

Engagement is niet één ding. Het heeft twee gezichten die we vaak door elkaar halen. Aan de ene kant herken je het bij mensen die zó opgaan in hun werk dat ze de tijd vergeten. Dat noemen we work engagement. Denk aan die collega die zo gefocust is dat zijn koffie koud wordt. Pure flow, vol energie en zichtbaar plezier in wat hij doet.

Maar je kan het ook zien wanneer mensen meedenken met het team of de organisatie. Dat is employee engagement. Het zijn die mensen die vragen stellen als: “Hoe kunnen we dit slimmer aanpakken?” of “Wat kunnen we verbeteren?” Ze zijn trots op waar ze werken en voelen zich betrokken bij het succes van het hele team, niet alleen hun eigen to-dolijstje.

Jouw rol in engagement

Beide vormen van engagement zijn waardevol en vullen elkaar aan. Maar het wordt pas echt interessant wanneer onze mensen niet alleen hun taken graag doen, maar ook meedenken, verantwoordelijkheid nemen en als intrapreneurs bijdragen binnen de organisatie.

Niet alleen omdat dit de organisatie ten goede komt, maar ook omdat wij gemiddeld zo’n 75.000 uur van ons leven door brengen op het werk. Als we die tijd beperken tot het simpelweg afvinken van taken die we leuk vinden, missen we iets fundamenteels: de kans om je eigen talenten en passies in te brengen om iets bijzonders neer te zetten. Om ervoor te zorgen dat jouw werk echt in lijn ligt met je eigen persoonlijke waarden en ambities en die van de organisatie.

En dat heeft dan weer effect op jou als leidinggevende. Want als mensen meedenken, verantwoordelijkheid nemen en hun ideeën delen, hoef jij niet voortdurend te trekken en te duwen. Je werkt samen aan doelen, met een team dat niet alleen aanwezig is, maar ook betrokken. En dat maakt het verschil.

Drie vragen Voor engagement

Natuurlijk zijn er heel wat factoren die ervoor zorgen dat je mensen geëngageerd zijn, maar jouw rol als leidinggevende is cruciaal. Hoe zorg je ervoor dat mensen niet alleen graag hun werk doen, maar zich ook echt verbonden voelen met de organisatie? Dat begint niet bij het zoeken naar kant-en-klare oplossingen, maar bij het stellen van de juiste vragen. Leiderschap draait niet om alle antwoorden te hebben. Het draait om de juiste vragen stellen. Hier zijn er drie die je helpen de vlam van engagement aan te wakkeren.

We brengen gemiddeld 75.000 uur van ons leven door op het werk. Als we die tijd beperken tot het simpelweg afvinken van taken die we leuk vinden, missen we iets fundamenteels.

  1. Hoe kan jij jouw talenten inzetten om een verschil te maken in de organisatie?
    Engagement groeit wanneer mensen het gevoel hebben dat hun talenten er toe doen. Stel je team de vraag hoe hun unieke vaardigheden kunnen bijdragen aan de doelen van de organisatie.
  2. Hoe kan jij een omgeving creëren waarin wij als team mogen experimenteren, leren en fouten maken? Engagement verdwijnt als mensen het gevoel hebben dat ze niet mogen falen. Stel je team de vraag hoe zij een cultuur kunnen helpen creëren waarin fouten worden gezien als leermomenten.
  3. Wie in jouw omgeving kan jou helpen om hierin te groeien?Engagement bloeit in verbinding met anderen. Stel je team de vraag wie hen kan inspireren, ondersteunen of uitdagen om verder te groeien.Engagement ontstaat vaak door samenwerking, feedback en het gevoel dat je er niet alleen voor staat.

En stel deze vragen niet alleen aan jezelf, maar ook aan je team. Je zult verrast zijn door de inzichten die het oplevert. Soms ligt de sleutel tot meer engagement dichterbij dan je denkt.

Klaar om dieper te duiken?

Engagement is dus niet iets dat vanzelf ontstaat. Het vraagt van jou als leidinggevende bewuste keuzes, aandachtige gesprekken en de bereidheid om zowel naar het individu als de organisatie te kijken.

Tijdens de opleiding Leiderschap voor engagement ontdek je hoe je je team zó betrokken krijgt dat jij niet meer de enige bent die de kar trekt. We delen concrete inzichten, praktische tools en beantwoorden je vragen. Ontdek hoe je als leidinggevende echt het verschil maakt!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

De Paradox van de werk-privébalans

DE PARADOX VAN DE WERK-PRIVéBALANS

Is de perfecte balans tussen werk en privé een mythe?

Het recht op deconnectie klinkt als dé oplossing voor werkstress. “Gewoon de servers om 18 uur platleggen en iedereen verplichten om zijn mailbox te sluiten.” Maar dat is, ten eerste, niet wat ermee bedoeld wordt. Ten tweede: zo’n strikte afbakening tussen werk en privé is niet voor iedereen een zegen. Wat voor de ene werkt, is voor de ander juist contraproductief. Hoe zit dat precies, en wat werkt er dan wél?

Vervagende grenzen

Grenzen tussen werk en privé lijken steeds meer te vervagen in onze moderne, drukke levens. Dat is het meest zichtbaar bij thuiswerk (de naam alleen al!), denk maar aan “snel een wasje draaien” tijdens de uren, maar het gaat ook over WhatsApp-berichtjes van collega’s op de meest onmogelijke momenten.

De manier waarop we werk en privé balanceren, is al decennialang onderwerp van onderzoek. De boundary theory (Ashforth & Kreiner, 2000) omschrijft twee strategieën: duidelijke grenzen trekken om conflicten te minimaliseren, of net zoeken naar manieren om de twee te combineren en de overlap te omarmen.

Twee uitersten: separators en integrators

Aan de ene kant heb je dus ‘separators’: mensen die duidelijke grenzen trekken tussen werk en privé. Voor hen stopt de werkdag zodra ze de deur van hun werkplek sluiten (of hun laptop dichtklappen). Privézaken regelen tijdens werkuren? Geen sprake van. Als het toch eens gebeurt, bekruipt hen al snel een schuldgevoel. En omgekeerd kan een bericht van een leidinggevende in hun vrije tijd stress veroorzaken.

Aan de andere kant staan de ‘integrators’: zij vinden het prima om werk en privé door elkaar te laten lopen. Overdag een privé-afspraak inplannen en ‘s avonds mails beantwoorden aan de kassa van de supermarkt? Geen probleem. Voor hen draait balans om flexibiliteit; integrators bepalen graag zelf hoe en wanneer ze werken.

De uitdaging zit hem dan ook in het verenigen van die verschillende stijlen. Logisch dat veel organisaties worstelen met het implementeren van het recht op deconnectie.

Digital detox: one size does not fit all

De uitdaging zit hem dan ook in het verenigen van die verschillende stijlen. Logisch dat veel organisaties worstelen met het implementeren van het recht op deconnectie – des te meer omdat we collectief meer en meer afstappen van de 9 to 5 cultuur. Toch blijkt de reflex vaak om te grijpen naar standaardregels zoals “Geen mails na 18 uur.” Dat brengt rust voor separators, maar kan integrators net stress bezorgen.

Als een integrator ‘s avonds wil werken, voelt een ‘verplichte detox’ eerder als een beperking dan als een voordeel. Je merkt het al: een one-size-fits-all-aanpak werkt niet. Vaak staan zulke initiatieven ook meer ten dienste van separators, maar dan vraag je aan de rest om te veranderen wie ze zijn en hoe ze in het (werk)leven staan. 

Helemaal geen afspraken maken, is dan weer vaak in het nadeel van separators. Dat kan beter.

Er is voor alle duidelijkheid geen ‘beste manier’. Het gaat om een persoonlijke voorkeur. Maar het is wel essentieel om te begrijpen dat deze voorkeuren een impact hebben op hoe mensen werken en ontspannen.

Maak deconnectie-stijlen bespreekbaar

Een goede balans in deconnectiebeleid gaat verder dan een universele regel. Het begint bij bewustzijn: benoem en erken de verschillen in het afbakenen van grenzen en laat je medewerkers begrijpen dat er geen juiste of foute manier is.

Transparantie en respect zijn hier de sleutelwoorden. Door de verschillende deconnectiestijlen bespreekbaar te maken en de verwachtingen duidelijke te communiceren, kan je spanningen en misverstanden helpen voorkomen. En dat komt de samenwerking natuurlijk ten goede.

Een goede balans in deconnectiebeleid gaat verder dan een universele regel. Het begint bij bewustzijn: benoem en erken de verschillen in het afbakenen van grenzen.

Hoe pak je het concreet aan?

Drie praktische tips die kunnen zorgen voor meer balans binnen je team of organisatie:

Breng de voorkeuren in kaart
Organiseer een teamgesprek om te peilen naar de behoeften van je medewerkers. Wie heeft baat bij duidelijke grenzen, en wie wil meer flexibiliteit? Dit bespreken helpt om wederzijds begrip te creëren.

Maak afspraken op maat
Creëer richtlijnen die zowel separators als integrators ruimte bieden. Bijvoorbeeld: “E-mails mogen buiten de werkuren worden verstuurd, maar zonder de verwachting van een direct antwoord.”

Communiceer verwachtingen
Zorg ervoor dat iedereen weet wat er van hen wordt verwacht, inclusief situaties waarin tijdsgevoelige projecten spelen. Geef bijvoorbeeld aan: “Tijdens drukke periodes kan flexibiliteit gevraagd worden, maar we zorgen ervoor dat dit vooraf duidelijk wordt gecommuniceerd en in balans blijft met rustmomenten.” 

EEN GEDEELDE VERANTWOORDELIJKHEID

De kunst ligt in het vinden van een balans die voor iedereen werkt. Door deconnectie als een gedeelde verantwoordelijkheid te zien, versterk je niet alleen de samenwerking, maar ook het algemene welzijn binnen je team of organisatie. Meer weten over hoe je dit het beste aanpakt? Bij How’s Work helpen we je graag om te ontdekken wat werkt – voor separators, integrators en iedereen daartussenin.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief