Categorieën
AI@WORK

AI verandert meer dan alleen onze taken​

Ai verandert meer dan alleen onze taken​

Waar zit mijn meerwaarde nog?

Je opent ChatGPT en typt een vraag in over iets waar jij jaren voor gestudeerd hebt. Een paar seconden later staat er een antwoord. Niet perfect, misschien zie jij meteen drie nuances die ontbreken. Maar toch behoorlijk goed, en vooral behoorlijk snel. Dat doet iets met je. Niet noodzakelijk omdat je denkt dat AI morgen je volledige job overneemt, maar omdat je je plots afvraagt wat er gebeurt met al die kennis en ervaring die je de voorbije jaren hebt opgebouwd. Want als een machine in enkele seconden iets kan produceren waar jij vroeger uren voor nodig had, waar zit jouw meerwaarde dan nog?

In onze vorige blog hadden we het over de krimp van het heden. De periode waarin wat we weten, kunnen en gewend zijn bruikbaar blijft, wordt korter. AI verandert niets aan dat mechanisme, het duwt alleen stevig op het gaspedaal.

hans-lLMypmz1yeA-unsplash

AI zet onze houvast aan twee kanten onder druk

Tot nu toe hadden we bij verandering meestal twee vormen van houvast. Ten eerste: onze ervaring. We konden terugvallen op wat we al geleerd en gedaan hadden. Ten tweede: een min of meer voorspelbare toekomst. We konden redelijk inschatten welke kennis en vaardigheden nuttig zouden blijven. AI zet nu beide vormen van houvast onder druk.

Kijk eerst even achterom. Veel van wat we vandaag goed kunnen, hebben we opgebouwd door het jarenlang zelf te doen. Schrijven, programmeren, analyseren, vertalen, ontwerpen, diagnoses stellen, dossiers doorploegen… Je deed het opnieuw en opnieuw, werd beter en bouwde gaandeweg expertise op. Maar een deel van dat werk kan AI intussen ook. Wil dat zeggen dat al die ervaring minder waard wordt? Zeker niet. Want net dankzij die ervaring merk je wanneer AI de bal misslaat, een belangrijke nuance over het hoofd ziet of iets voorstelt waarvan jij weet: zo werkt het niet.

Je ervaring verdwijnt dus niet, maar krijgt wel een andere rol. En hoe die rol eruitziet, hangt af van hoeveel van het werk we aan AI overlaten.

Want nakijken is iets anders dan maken. Controleren is iets anders dan beslissen. En een tekst oppoetsen die een machine heeft geschreven, kan heel anders voelen dan zelf zoeken naar de juiste woorden.

Wat is nog van jou als AI meewerkt?

We praten over AI vaak alsof er maar twee opties zijn: de mens doet het werk of de machine neemt het over. Zo zwart-wit is het natuurlijk niet. In veel jobs zullen mens en AI naast elkaar werken, al kan die verdeling er heel anders uitzien. AI kan bijvoorbeeld het grootste deel van een tekst, vertaling of beeld maken, waarna iemand er de laatste hand aan legt. Of AI doet een eerste voorstel en de mens controleert. In andere gevallen stuurt een algoritme het proces en komt er pas iemand tussen als iets afwijkt. En je kan het ook omdraaien: de mens blijft zelf het werk doen en gebruikt AI vooral om mee te denken.

Hoe je die verdeling maakt, heeft gevolgen voor meer dan alleen het werkproces. Het verandert ook wat je zelf nog doet en hoe je je job ervaart. Want nakijken is iets anders dan maken. Controleren is iets anders dan beslissen. En een tekst oppoetsen die een machine heeft geschreven, kan heel anders voelen dan zelf zoeken naar de juiste woorden. 

Daarom is er bij elke AI-toepassing een vraag die minstens even belangrijk is als wat kan de technologie hier overnemen?: hoe verdelen we het werk tussen mens en machine, en waarom? Daar staan we niet altijd bewust bij stil. Een tool kan iets, dus beginnen we hem daarvoor te gebruiken. Pas gaandeweg merken we hoe daardoor ook de inhoud van onze job en onze eigen rol veranderen. En wat gebeurt er wanneer AI net die taken overneemt die we graag doen en waar we voldoening uit halen?

nii-shu-ZpbtNpPG8_4-unsplash

Automatiseren wat we graag doen

De belofte van automatisering klonk jarenlang aantrekkelijk. Laat technologie het saaie, repetitieve werk overnemen, zodat mensen meer tijd overhouden voor het interessante werk. Alleen houdt AI zich niet netjes aan die afspraak. Want generatieve AI blijkt behoorlijk goed in taken die we lang als typisch menselijk zagen, zoals schrijven, ideeën bedenken, beelden maken, analyseren, programmeren. Daardoor kan technologie plots niet alleen het werk wegnemen waar je vanaf wilde, maar ook een stuk van het werk waarvoor je ooit voor je vak koos.

Voor de ene is dat een verademing. Een programmeur die vooral complexe problemen wil oplossen, zal misschien blij zijn dat AI een deel van de code uitschrijft. Voor iemand anders verdwijnt net het leukste stuk van de job. En dan gaat de discussie niet langer alleen over efficiëntie, maar ook over zingeving: welk deel van mijn werk maakt dat ik dit werk graag doe? En hoeveel maakt het uit dat ik dat werk zélf doe?

Net doordat je er zoveel werk hebt ingestoken, voelt het resultaat ook meer als “van jou”.

Zelfgemaakt smaakt anders

Stel dat je een IKEA-kast helemaal zelf in elkaar hebt gezet. Objectief gezien is ze identiek aan de kast die iemand anders kant-en-klaar geleverd kreeg. Toch is de kans groot dat jij nét iets trotser bent op die van jou. In de psychologie heet dat het IKEA-effect: we hechten meer waarde aan dingen waarin we zelf moeite hebben gestoken. Op het werk gebeurt iets gelijkaardigs. Een presentatie waar je zelf uren aan hebt geschaafd, een analyse die je helemaal hebt opgebouwd, een tekst waarin je eindelijk de juiste formulering vond… Net doordat je er zoveel werk hebt ingestoken, voelt het resultaat ook meer als “van jou”.

Met AI verandert dat. Het eindresultaat kan uitstekend zijn, maar toch voelt het niet altijd hetzelfde. Niet noodzakelijk omdat de kwaliteit slecht is, maar omdat je minder het gevoel hebt dat jij het gemaakt hebt. Dat verklaart misschien waarom gesprekken over AI-output soms zo snel vastlopen op ja, maar het is toch niet hetzelfde. Dat kan klinken als weerstand tegen technologie, terwijl het ook over eigenaarschap kan gaan. Want misschien willen we sommige taken helemaal niet uit handen geven, ook al kan AI ze perfect overnemen.

barbara-zandoval-fhEkwsRgMNQ-unsplash

En wat moeten we straks kunnen?

We hadden het over twee vormen van houvast. Onze ervaring was de eerste. De tweede is dat we min of meer kunnen inschatten welke kennis en vaardigheden later nog nuttig zullen zijn. Ook dat wordt met AI moeilijker. Voor HR en L&D is dat geen eenvoudige oefening. Iedereen heeft het over ‘skills of the future’, maar welke zijn dat als de technologie sneller verandert dan onze opleidingsplannen? Vroeger leerde je een nieuw systeem en kon je daar vaak jaren mee verder. Nu leer je werken met een AI-model, krijg je bepaalde prompts en werkwijzen onder de knie en kort daarna verschijnt er alweer een nieuwe versie die meer kan of anders werkt.

En zelfs met de AI van vandaag is het niet eenvoudig om te bepalen welke vaardigheden belangrijk blijven. AI presteert bij sommige taken heel goed en bij andere veel minder. Daar komt bij dat AI bij sommige taken heel goed presteert en bij andere veel minder. Onderzoekers spreken over een jagged technological frontier, letterlijk een gekartelde grens. In een onderzoek bij 758 consultants bleek AI een grote meerwaarde voor taken die binnen die grens vielen. Bij een taak die buiten de mogelijkheden van AI lag, presteerden deelnemers mét AI gemiddeld 19 procent slechter dan deelnemers zonder AI. Bij de ene taak helpt AI je dus vooruit, bij een andere kan het je net de verkeerde richting uitsturen. En het vervelende is dat je vooraf niet altijd weet met welke van de twee je te maken hebt. Bovendien blijft die grens verschuiven. Probeer dan maar eens met zekerheid te zeggen: hierin moeten onze mensen de komende vijf jaar investeren…

Tegen de tijd dat je een nieuwe vaardigheid onder de knie hebt, is de technologie alweer verder geëvolueerd en ziet je job er misschien opnieuw anders uit. Mensen hebben daarom meer nodig dan nieuwe skills.

Nieuwe skills zijn niet genoeg

Voor HR en L&D lijkt de opdracht voor de hand te liggen: als jobs veranderen, moeten mensen nieuwe vaardigheden leren. Dat blijft belangrijk, maar daarmee zijn we er niet. Een opleiding leert je iets nieuws, maar geeft je niet noodzakelijk opnieuw houvast. Tegen de tijd dat je een nieuwe vaardigheid onder de knie hebt, is de technologie alweer verder geëvolueerd en ziet je job er misschien opnieuw anders uit. Mensen hebben daarom meer nodig dan nieuwe skills.

Om te beginnen moeten ze opnieuw hun plaats kunnen vinden in het werk. Een plaats waar hun expertise nog telt, ook als AI een deel van het werk overneemt. Waar ze trots kunnen zijn op wat ze maken en het gevoel houden dat het ook hún werk is. Waar ze weten waarom hun werk ertoe doet en waar ze kunnen blijven leren.

Maar zelfs die nieuwe plaats zal niet voor altijd dezelfde blijven. Technologie blijft veranderen, taken blijven verschuiven en wat vandaag houvast geeft, kan morgen opnieuw ter discussie staan. Mensen hebben dus ook een manier nodig om met die voortdurende beweging om te gaan, zonder telkens opnieuw alle houvast kwijt te raken. Dat gaat verder dan iedereen leren prompten. Vragen als wat ben ik nog waard, waar ben ik trots op, wat betekent mijn werk nog en waarop kan ik nog bouwen? hebben invloed op hoe we verandering ervaren en ermee omgaan.

En daarmee komen we bij het volgende deel van dit dossier rond ‘Versnelde verandering’: wat doet die voortdurende stroom van verandering eigenlijk met ons brein? 

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
AI@WORK

Van FOMO naar FOBO

Van FOMO naar FOBO

Wat verandermoeheid echt voedt en hoe je het brein opnieuw in beweging krijgt

FOMO kennen we ondertussen allemaal: de angst om iets te missen. Maar op de werkvloer duikt steeds vaker een andere angst op. Stiller, maar daarom niet minder voelbaar: FOBO. Fear Of Becoming Obsolete. De angst om niet meer mee te zijn, om irrelevant te worden. Door AI. Door snelle verandering. Door het gevoel dat je voortdurend moet blijven leren om je plek te behouden.

DE KLASSIEKE AANPAK LOOPT VAST

Bijna elke HR-afdeling voelt vandaag dezelfde druk. Fusies, reorganisaties, AI, nieuwe tools, nieuwe verwachtingen… Veranderingen volgen elkaar sneller op dan ooit. Geen wonder dus dat bedrijven op zoek gaan naar manieren om daarmee om te gaan. Workshops en opleidingen rond veerkracht, change management-modellen zoals ADKAR… ze proberen allemaal hetzelfde te doen: mensen helpen zich aan te passen aan een nieuwe realiteit.

Alleen merken veel organisaties dat die klassieke aanpak niet altijd volstaat. Want klassieke change management-modellen zijn gebouwd voor verandering die je kan plannen, trainen en afronden. Maar AI raakt niet alleen processen of tools. Het raakt ook identiteit, expertise en bestaanszekerheid. En het is op dat punt dat de klassieke aanpak begint te wringen.

Dat zien we niet alleen in de weerstand die verandertrajecten oproepen. Het komt ook naar boven in de bredere signalen die organisaties vandaag opvangen: meer burn-out, meer langdurig psychisch verzuim, meer cognitieve klachten en een groeiende groep medewerkers die emotioneel afhaakt. Niet omdat mensen zwakker geworden zijn, maar omdat de optelsom biologisch zwaar geworden is.

"Een identiteitsverschuiving laat zich niet uitrollen, trainen en afvinken. Je kan geen einddatum plakken op de vraag: “Ben ik straks nog nodig?” "

AI is geen gewone implementatie

De meeste organisaties hebben een vaste manier om verandering aan te pakken. Er komt een plan, een tijdlijn, een opleiding, een lanceringsmoment en een datum waarop alles ‘rond’ moet zijn. Die aanpak is op zich niet verkeerd. Voor veel veranderingen werkt het klassieke change management prima. Maar AI is niet zomaar een volgende verandering in het rijtje.

Het wordt problematisch wanneer we AI behandelen als een ‘gewone’ tool-implementatie. Een nieuw systeem uitrollen heeft een begin, een opleiding en een eindpunt – en dat is precies wat een projectplan goed kan managen. Maar AI raakt niet alleen de tool. Het raakt ook identiteit: je rol, je expertise, je plek in de organisatie. En een identiteitsverschuiving laat zich niet uitrollen, trainen en afvinken. Je kan geen einddatum plakken op de vraag: “Ben ik straks nog nodig?” Als je dat tweede proces behandelt als een gewone implementatie, probeer je eigenlijk iets te managen wat geen project is.

Een tool leren is iets anders dan jezelf heruitvinden

Het probleem is dat we vaak doen alsof alle verandering hetzelfde is, terwijl het brein fundamenteel anders reageert op verschillende soorten verandering. Een nieuwe tool leren gebruiken vraagt iets anders van ons brein dan twijfelen aan je toekomstige rol of meerwaarde.

Een nieuwe tool leren gebruiken is vooral een cognitief proces. Dat kost in het begin energie, maar na voldoende oefening verhuist die vaardigheid naar automatische circuits. Zoals autorijden: eerst is het uitputtend, later doe je het bijna moeiteloos.

Maar veel veranderingen op de werkvloer raken ondertussen meer dan alleen een nieuwe vaardigheid. Voor veel medewerkers is leren werken met AI-tools niet eens het moeilijkste deel. Achter veel weerstand schuilt namelijk niet FOMO (de angst om iets te missen) maar FOBO: de angst om irrelevant te worden:

  • “Waar ligt mijn meerwaarde nog?”
  • “Ben ik binnen enkele jaren nog nodig?”
  • “Wat blijft er over van mijn expertise?”

Dat zijn geen praktische vragen meer. Dat zijn identiteitsvragen. En die werken anders voor je brein. Ze hebben geen duidelijk eindpunt. Een tool kan je leren. Een identiteitsvraag blijft terugkomen. Een nieuwsartikel over AI, een collega die sneller werkt met een nieuwe tool, een meeting over efficiëntie… het dossier gaat telkens opnieuw open. En daar zit veel van wat we vandaag ‘verandermoeheid’ noemen.

Het brein moet eerst voldoende veiligheid voelen vooraleer het nieuwe informatie echt binnenlaat. Daarom werkt ‘meer communicatie’ soms averechts.

Meer communicatie is niet altijd de oplossing

Nog een reden waarom klassieke change management-aanpakken botsen op hun limieten, is omdat ze vaak in de verkeerde volgorde werken. Veel verandertrajecten starten bij informatie. Er komt een presentatie, een Q&A, een mail, een roadmap… in de hoop dat begrip vanzelf leidt tot acceptatie. Maar het brein werkt niet altijd zo rationeel als we hopen. “Ik begrijp niet waarom” is iets anders dan “dit voelt niet goed”. Dat lijken gelijkaardige reacties, maar biologisch zijn het twee verschillende processen.

Cognitieve weerstand kan je vaak aanpakken met uitleg, context of argumenten. Emotionele weerstand werkt anders: het laat zich niet zomaar ‘wegpraten’ met extra uitleg. Het brein moet eerst voldoende veiligheid voelen vooraleer het nieuwe informatie echt binnenlaat. Daarom werkt ‘meer communicatie’ soms averechts. Voor iemand die de verandering niet begrijpt, helpt extra uitleg. Maar voor iemand die zich niet gehoord voelt, bevestigt elke extra presentatie net dat gevoel: jullie blijven uitleggen, maar jullie zien niet wat dit met mij doet.

Nieuwsgierigheid als biologisch tegengewicht

Wat helpt er dan wel? Opvallend genoeg is nieuwsgierigheid een van de sterkste tegenhangers van angst in het brein. Een nieuwsgierig brein activeert andere netwerken dan een brein in paniekmodus. Het helpt mensen opnieuw kleine stappen te zetten en nieuwe ervaringen toe te laten. En dat hoeft niet groots te zijn. Een tool testen, een collega iets vragen, samen experimenteren, een opleiding volgen zonder meteen alles perfect te moeten kunnen: dat lijken kleine acties, maar biologisch zijn ze belangrijk. Elke stap geeft het brein nieuwe data: “dit is blijkbaar hanteerbaar.”

Voor HR ligt hier een belangrijke opdracht. Niet alleen verandering uitleggen, maar ook ruimte creëren waarin mensen opnieuw durven onderzoeken, proberen en leren, zonder dat elke stap meteen perfect moet zijn.

Vier soorten ruimte die verandering werkbaar maken

Voor HR ligt hier een belangrijke opdracht. Niet alleen verandering uitleggen, maar ook ruimte creëren waarin mensen opnieuw durven onderzoeken, proberen en leren, zonder dat elke stap meteen perfect moet zijn:

  • Ruimte in gesprek, zodat onzekerheid benoemd mag worden, ook in 1-op-1’s of teammomenten. Laat medewerkers bijvoorbeeld mee nadenken over welke taken ze graag uit handen geven aan AI en welke ze als kern van hun vak willen behouden. Mensen gaan doorgaans beter om met verandering wanneer ze daar zelf invloed op hebben.
  • Ruimte in tijd, zodat leren geen extra taak wordt boven op het echte werk. Nieuwe vaardigheden ontwikkelen vraagt mentale ruimte. Daarom loont het om tijdens verandertrajecten bewust tijd vrij te maken voor leren, oefenen en herstellen. Dat sluit ook aan bij wat we eerder al schreven over het belang van deconnectie en herstel.
  • Ruimte om te falen, zodat experimenteren mag, ook wanneer het niet meteen lukt. Psychologische veiligheid gaat niet over fouten goedpraten, maar over durven proberen, vragen stellen en leren. Leidinggevenden spelen daarin een belangrijke rol door zelf te tonen dat niet elk experiment meteen succesvol hoeft te zijn.
  • Ruimte in tempo, omdat niet iedereen even snel mee kan of moet. Verandering gaat niet alleen over snelheid, maar ook over volgorde. Medewerkers die eerst begrijpen wat AI is en ermee kunnen experimenteren, ervaren nieuwe toepassingen vaak minder als een bedreiging en meer als een kans om hun werk anders vorm te geven.

De boodschap die we vanuit How’s Work graag meegeven is heel simpel: verandering hoeft niet volledig stressvrij te zijn om werkbaar te blijven. Maar hoe organisaties ermee omgaan, bepaalt wel of mensen zich kunnen aanpassen… of langzaam beginnen afhaken.

 

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing Digitaal welzijn AI@WORK

Slimmer werken met generatieve AI

Slimmer werken met generatieve AI

AI als behulpzame partner

Artificiële intelligentie roept anno 2024 vaak nog vragen op: “Haal ik nu wel écht alles uit AI? Of heeft het allemaal geen zin, want die nieuwe technologie gaat mij uiteindelijk toch vervangen?” In deze blog shiften we graag het perspectief: AI kan ons werk verlichten én leuker maken, zolang je leert hoe je er het beste mee omgaat. 

Een korte stand van zaken

Je hoort tegenwoordig over de ene interessante AI-toepassing na de andere. Iedereen heeft er de mond van vol, en intussen gaat het al lang niet meer over wat kunstmatige intelligentie nu precies ís. Daar gaan wij toch nog even eerst dieper op in. Dan begrijp je achteraf nog beter hoe deze technologie ons kan versterken.


Ons menselijke brein past zich continu aan op basis van de (nieuwe) informatie die het binnenkrijgt. Dat heet neuroplasticiteit. AI-systemen, gebaseerd op neurale netwerken, werken op een heel gelijkaardige manier: ze worden getraind om te leren en te evolueren. Het is dus niet gewoon een krachtig hulpmiddel, maar een echte cognitieve partner.

AI als cognitieve uitbreiding

ChatGPT en consorten bekijk je dus best als een uitbreiding van je eigen cognitieve capaciteiten. AI-toepassingen kunnen je helpen bij het verwerken van complexe gegevens, en ze kunnen routineuze of tijdsintensieve taken uit handen nemen (van je medewerkers). Maar er is meer.

Generatieve AI (specifiek gericht op het creëren van nieuwe inhoud) kan ook best creatief uit de hoek komen, in de zin dat het zaken bedenkt waar je zelf misschien nooit was opgekomen. Daar kan jij dan weer verder mee aan de slag.

Beschouw AI-powered toepassingen dus liever als een soort partner in je denkproces. Het maakt je niet vervangbaar, je versterkt er jezelf gewoon mee.

AI transformeert de manier waarop we werken, en deze samenwerking vraagt ook om nieuwe vaardigheden. Want om effectief de juiste en relevante resultaten te krijgen, is het belangrijk om gerichte prompts te formuleren.

Werk slimmer, niet harder

Als je die mindshift maakt, dan begrijp je meteen de echte kracht van deze nieuwe technologie. Het valt het beste samen te vatten als ‘werk slimmer, niet harder’. De productiviteit van je organisatie gaat er potentieel sterk op vooruit met de hulp van AI, wat de werkstress tastbaar kan doen verminderen. 

Een bijkomend voordeel: doordat je het soms minder leuke werk kan ‘uitbesteden’ aan kunstmatige intelligentie, kunnen jij en je medewerkers focussen op het meer ‘menselijke’ werk en eerder creatieve of strategische taken. Kortweg: het helpt je potentieel om voorop te (blijven) lopen in jouw sector.

Nood aan nieuwe vaardigheden

AI transformeert dus de manier waarop we werken, en deze samenwerking vraagt ook om nieuwe vaardigheden. Want om effectief de juiste en relevante resultaten te krijgen, is het belangrijk om gerichte prompts te formuleren.

We moeten met andere woorden optimaal leren omgaan met AI. En dat wordt een work in progress, want de ontwikkeling van deze technologie staat niet stil. (Zei er daar iemand ‘levenslang leren’?)

 

Voorbeeld van een goede prompt

We doen meteen even een voorzet, om het wat concreter te maken. Het is niet voldoende om gewoon een instructie te geven zoals: “Schrijf een uitnodiging voor mensen die deelnemen aan de opleiding ‘Slimmer werken met AI’.”


Voorlopig kunnen AI-toepassingen je gedachten nog niet lezen. Breng je achterliggende denkproces dus liever in kaart, zodat ChatGPT of Microsoft Copilot zoveel mogelijk context en input heeft. Dan krijg je eerder zoiets als prompt:

Wil je een zo goed mogelijk resultaat, denk dan minstens even goed na over de parameters van je prompt.

“Je bent een learning consultant en je gaat een beknopte, aantrekkelijke tekst schrijven die bedoeld is als uitnodiging voor een opleiding die gericht is op [specifiek vakgebied of vaardigheid]. Alle praktische info vind je in het document in bijlage. De tekst moet de unieke voordelen van de opleiding benadrukken, belangrijke details bevatten zoals de datum, locatie, en hoe men zich kan aanmelden, en vooral, de lezer overtuigen dat deelname hun carrière of persoonlijke ontwikkeling zal verrijken. Gebruik overtuigende taal die enthousiasme en nieuwsgierigheid opwekt bij de doelgroep, die voornamelijk bestaat uit [omschrijving van de doelgroep, bijvoorbeeld ‘jonge professionals’, ‘ervaren marketeers’, etc.].”

Kortom: wil je een zo goed mogelijk resultaat, denk dan minstens even goed na over de parameters van je prompt. Het is een hele boterham, maar het werkt véél beter. Probeer het zelf eens uit!

Belangrijke disclaimers

Het is aan bedrijven en overheden om te zorgen voor transparante en eerlijke AI-systemen die de privacy en waarden van gebruikers respecteren,.

Met gevoelige data moet je bijvoorbeeld altijd opletten – technologie is niet onfeilbaar. Denk ook altijd kritisch na: klopt wat er hier staat nu écht? Vraag gerust na welke bronnen of methoden er gebruikt werden om het antwoord of resultaat te genereren. En check deze bronnen dan ook.

Maak je organisatie futureproof

Wil je meer weten over alle mogelijkheden die de samensmelting van menselijke en kunstmatige intelligentie biedt? How’s Work helpt jouw organisatie met plezier om slimmer te werken met AI.

Van inspirerende keynote tot hands-on workshop en alles ertussen: jij kiest. Ons AI@Work aanbod bouwt mee aan het futureproof maken van jouw organisatie. 

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief