Verandert alles echt sneller dan vroeger?

Waarom kennis, gewoontes en ervaring steeds minder lang houvast bieden

Alweer een nieuw systeem. Een nieuwe structuur. Een andere leidinggevende. Een AI-tool die we vanaf nu allemaal moeten gebruiken. En o ja, ondertussen loopt dat vorige verandertraject natuurlijk ook nog… We horen het vaak in gesprekken met organisaties: er verandert zoveel. En het gaat alleen maar sneller. Maar is dat eigenlijk wel zo? We praten tenslotte al jaren over VUCA, BANI en learning agility. Elke generatie lijkt ervan overtuigd dat de wereld sneller draait dan vroeger. Misschien is er vandaag helemaal niet méér verandering. Misschien zijn we er gewoon wat minder goed tegen bestand? Het is een terechte vraag. Alleen: de cijfers lijken dat gevoel te bevestigen.

Dat voelt als gebrek aan wilskracht. Maar het is iets anders. Het heet beslissingsmoeheid, en het is biologie, geen karakter.

Ja, er verandert meer. Veel meer zelfs

Volgens onderzoek van Gartner maakte de gemiddelde medewerker in 2022 zo’n tien geplande organisatiebrede veranderingen per jaar mee. Denk aan herstructureringen, cultuurtrajecten of grote technologieprojecten. In 2016 waren dat er nog maar twee. Tel voor de lol eens hoeveel veranderingen er de voorbije drie jaar in jouw organisatie zijn aangekondigd. Een nieuw systeem? Een reorganisatie? Andere processen? Een nieuwe leidinggevende? Een andere manier van samenwerken? De kans is groot dat je vingers tekortkomt.

 

Toch zou het te gemakkelijk zijn om daaruit te besluiten dat al die versnelling slecht nieuws is. Want als je naar de geschiedenis van de mens kijkt, zie je net een behoorlijk indrukwekkend verhaal. We proberen al eeuwen om dingen beter, sneller en makkelijker te maken. We leven langer. We reizen sneller. Huishoudelijke taken die vroeger een groot deel van de week opslokten, kosten ons dankzij technologie een fractie van die tijd. Een brief werd een mail. Een overschrijving werd een instant betaling. Een foto ontwikkelen werd een selfie nemen. Een route zoeken werd Google Maps…

 

Wie wil er eigenlijk terug? Naar de tijd waarin je voor elke betaling naar de bank moest? Naar reizen zonder navigatie? Naar wassen zonder wasmachine? Naar werken zonder zoekfunctie? Wij alvast niét.

We omarmen die veranderingen omdat ze ons vooruithelpen, maar houden daarmee ook de versnelling in stand.

Als iets sneller kán, moét het plots ook sneller

Alleen zit er een vreemde paradox in al die vooruitgang. Zodra iets sneller of makkelijker kán, verwachten we namelijk ook dat het sneller of makkelijker gebeurt. De mail verving de brief, maar creëerde tegelijk de verwachting dat we sneller antwoorden. De smartphone maakte ons altijd bereikbaar, maar daardoor werd onbereikbaar zijn minder vanzelfsprekend. Een kalenderlink maakt een afspraak plannen makkelijker – en voor je het weet, zit je agenda nog wat voller.

 

Die verwachtingen komen bovendien niet alleen van klanten, collega’s of leidinggevenden. We hebben ze zelf ook. We vinden het doodnormaal dat een betaling onmiddellijk lukt. Dat we een pakket van magazijn tot voordeur kunnen volgen. Dat een website meteen laadt. Dat informatie altijd beschikbaar is. Ook jouw organisatie zet dus mee het tempo. Meestal met heel goede redenen. Technologie maakt samenwerken makkelijker, informatie toegankelijker en processen efficiënter. Ze creëert ruimte voor innovatie en flexibiliteit. We omarmen die veranderingen omdat ze ons vooruithelpen, maar houden daarmee ook de versnelling in stand.

Het luidste effect is niet noodzakelijk het belangrijkste

Van die versnelling voelen we één effect heel duidelijk: drukte. Fastfood, speeddaten, powernaps, podcasts op sneltempo, flitsbezorging… Voor zowat alles bestaat ondertussen een snellere variant. Onze agenda’s zitten weken vooruit vol en zelfs ontspanning proberen we zo efficiënt mogelijk in te plannen.

Maar er is nog een tweede effect. Een veel stiller effect. Onzekerheid. Want hoe sneller de wereld verandert, hoe moeilijker hij wordt om te voorspellen. Zal mijn job er over twee jaar nog hetzelfde uitzien? Welke vaardigheden heb ik straks nodig? Moet ik me bijscholen? En waarin dan? Bereid ik mijn kinderen wel voor op de juiste dingen? Dat maakt het er voor HR en L&D niet eenvoudiger op. Want hoe bepaal je waarin mensen vandaag moeten investeren als niemand precies weet wat morgen van hen verwacht wordt?

Om te begrijpen waarom dat zo hard binnenkomt, moeten we even weg van het werk. Je kinderen zijn boven. En plots wordt het stil. Niet het gewone stil, maar dát stil. Je hoeft niet eerst een grondige analyse te maken om te weten dat er mogelijk iets aan de hand is. Je staat waarschijnlijk al half recht voor je goed en wel beseft waarom… Of je partner komt thuis, doet de deur op een bepaalde manier dicht en zegt amper iets. Je weet meteen: geen goeie dag. Niemand heeft je dat verteld. Je leidt het af uit honderden eerdere momenten. En vaak weet je meteen ook wat je nu beter wel – en vooral níét – zegt.

Dat is een van de handigste dingen aan ervaring. Je hoeft niet elke dag opnieuw uit te zoeken hoe de wereld werkt. Alles wat je meemaakt, helpt je een soort model op te bouwen. Daardoor kan je situaties herkennen én voorspellen wat er waarschijnlijk gaat gebeuren. Je ervaring van gisteren helpt je vandaag en morgen. Maar alleen onder één voorwaarde: morgen moet nog voldoende op gisteren lijken. En laat dat nu net zijn waar het vandaag begint te wringen.

Dat roept een veel fundamentelere vraag op dan: hoe werkt die nieuwe tool? Wat betekent dit voor alles wat ik de voorbije twintig jaar heb opgebouwd?

Welkom bij de krimp van het heden

De Duitse filosoof Hermann Lübbe gaf dat fenomeen een naam: de krimp van het heden, of Gegenwartsschrumpfung. Klinkt ingewikkeld. Het idee erachter is dat gelukkig niet. Het ‘heden’ is in deze betekenis niet één moment. Het is de periode waarin wat je uit het verleden hebt geleerd nog bruikbaar is om vooruit te kijken. En die periode wordt korter. Wat vandaag nieuw is, is sneller oud. Wat vandaag werkt, moet morgen misschien alweer worden aangepast. Wat vandaag normaal voelt, kan over enkele jaren achterhaald zijn.

Op het werk zie je dat heel concreet. Een verandering is eigenlijk pas echt geland wanneer je opnieuw weet hoe alles werkt zonder er voortdurend over na te denken. Je kent het systeem, begrijpt de afspraken en hebt nieuwe gewoontes opgebouwd. Dat kost tijd. Alleen haalt de volgende verandering je soms al in voor je zover bent. Hetzelfde gebeurt met expertise. Je bent misschien twintig jaar bezig geweest om ergens bijzonder goed in te worden. Een sterke tekst schrijven, een complex dossier opbouwen, data analyseren, programmeren… En plots verschijnt er technologie die in enkele seconden iets produceert dat er op het eerste gezicht behoorlijk vergelijkbaar uitziet.

Dat roept een veel fundamentelere vraag op dan: hoe werkt die nieuwe tool? Wat betekent dit voor alles wat ik de voorbije twintig jaar heb opgebouwd? Zelfs thuis gebeurt hetzelfde. Je kind maakt huiswerk met AI. Voor je ouders was spieken duidelijk: je keek af bij je buur. Vandaag moet jij bepalen waar hulp ophoudt en vals spelen begint. Je bedenkt een regel op basis van een situatie waarvoor je zelf geen ervaring hebt. En tegen volgend schooljaar kan de technologie alweer veranderd zijn.

Misschien bedoelen we dát met ‘het gaat te snel’

En zo komen we terug bij die medewerker die zucht dat er alweer iets verandert. Het is verleidelijk om daar vooral werkdruk in te horen. Of veranderingsmoeheid. Misschien zelfs wat weerstand. Maar er kan iets anders onder zitten. Mensen krijgen steeds minder tijd om opnieuw het gevoel te krijgen: oké, ik snap hoe het hier werkt. De kennis, routines en ervaring waarop ze vertrouwen, bieden minder lang houvast. Hun kaart van de wereld is niet waardeloos geworden. Alleen moet ze steeds vaker opnieuw getekend worden. Het verschil zit dus niet alleen in hoeveel er verandert. Ook de houdbaarheid van wat we weten en kunnen, wordt korter.

Betekent dit dat ervaring straks niets meer waard is en we voortdurend achter de feiten aan zullen lopen? Gelukkig niet. Maar het vraagt wel dat we anders naar verandering kijken

Verandering vraagt ook iets anders van ons

Betekent dit dat ervaring straks niets meer waard is en we voortdurend achter de feiten aan zullen lopen? Gelukkig niet. Maar het vraagt wel dat we anders naar verandering kijken. Veel klassieke verandertrajecten vertrekken immers vanuit een vrij duidelijk eindpunt. We weten waar we naartoe willen, leggen uit waarom, leren mensen nieuwe vaardigheden aan en geven hen tijd om aan de nieuwe situatie te wennen. Alleen is dat eindpunt vandaag niet altijd zo helder. Soms verandert de context alweer terwijl je nog onderweg bent… Dan heb je niet alleen nood aan antwoorden, maar ook aan andere gesprekken. Wat zien we gebeuren? Wat betekent dat voor ons werk? Wat weten we al en wat nog niet? Waar maken mensen zich zorgen over? En wat kunnen we vandaag wél doen, ook al weten we niet precies hoe morgen eruitziet?

 

Dat is ook waar sensemaking belangrijk wordt: samen proberen te begrijpen wat er verandert en wat dat voor jou, je team en je organisatie betekent. Niet één keer bij de start van een verandertraject, maar telkens opnieuw. Want als de kaart sneller veroudert, heeft het weinig zin om mensen alleen maar een nieuwe kaart te geven. Je kan hen beter helpen om samen de weg te blijven zoeken.

En dan is er natuurlijk nog AI

Een van de ontwikkelingen die dat smallere heden momenteel sterk voelbaar maakt, is artificiële intelligentie. AI zet bestaande kennis en ervaring sneller ter discussie en maakt tegelijk moeilijker voorspelbaar welke vaardigheden we straks nodig zullen hebben. Dat hoeft geen reden tot pessimisme te zijn. Wel een reden om het gesprek over verandering anders te voeren. Niet alleen: wat moeten mensen bijleren? Maar ook: wat betekent dit voor ons werk, welke vragen roept het op en hoe vinden we samen onze weg in iets wat nog volop in beweging is?

Want soms gaat verandering niet alleen over nieuwe kennis of ander gedrag. Ze raakt ook aan persoonlijkere vragen: ben ik hier straks nog nodig? Is wat ik kan nog waardevol? En waarin moet ik investeren als ik niet weet wat er komt?

Die vragen laten we niet los. Deze blog is het eerste van vier stukken in ons dossier Versnelde verandering, waarin we uitzoeken wat AI aan deze versnelling verandert, waarom je brein er zoveel energie aan verliest, en hoe je richting geeft aan een ploeg terwijl je zelf ook niet alles weet.

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief