Categorieën
Lifelong Learning Digitaal welzijn

De dubbele impact van AI op werk en welzijn

De dubbele impact van AI op werk en welzijn

Het verschil tussen ‘duur’ en ‘duurzaam’ werken

AI is al lang geen buzzwoord meer – het maakt vandaag gewoon deel uit van ons werk. Het helpt organisaties onder andere met rekrutering en selectie, rapportering, klantcontact en finance. Dat voelt als vooruitgang, en tegelijk schuurt het. Want met elke tool die werk lichter maakt, komt ook de vraag: maakt het ons werk ook béter?

TWEE VERHALEN BINNEN 1 TEAM

Op de werkvloer lopen vandaag twee verhalen door elkaar.

  • Het optimistische verhaal: AI maakt het werk sneller, beter en soms zelfs leuker. Het haalt repetitie eruit, laat je vlotter starten en opent kansen voor wie minder ervaring heeft.
  • Het voorzichtige verhaal: AI verhoogt de mentale belasting. Meer tools, meer schakelen, meer leren en dat knagende gevoel van “doe ik dit wel goed?” of “hoelang blijft mijn rol nog bestaan?”

Beide verhalen zijn waar. En ze spelen zich tegelijk af: in hetzelfde team, op dezelfde werkplek. Denk aan AI als zonlicht: waar het goed valt, groeit snelheid en kwaliteit. Waar obstakels staan (zoals bijkomende technostress), ontstaat schaduw – een donkere vlek op vlak van welzijn en energie.

De opdracht is niet “meer AI” of “minder AI”, maar: werk zó herontwerpen dat AI nut en betrouwbaarheid toevoegt, terwijl je de energielekken dicht.

Drie hefbomen: productiviteit, tevredenheid, balans

Je medewerkers herkennen ongetwijfeld die dubbelheid, en recent onderzoek (o.a. Chuang et al., 2025) bevestigt het ook: AI heeft een dubbele impact op drie vlakken – productiviteit, jobtevredenheid en werk-privébalans.

Elk van die domeinen kent een zonzijde én een schaduwzijde: de technologie is vaak tegelijk een hulpbron en een belasting. Precies daar zit jouw vraag als HR professional of leidinggevende. Hoe oogst je de winst zonder mensen leeg te trekken? We lichten de paradoxen verder toe en geven ineens wat praktische tips mee.

1. Dure of duurzame productiviteit?

AI kan de productiviteit doen omhoog schieten. Zeker wanneer de technologie voelbaar nuttig en betrouwbaar is: een eerste draft staat er sneller, doorlooptijden dalen, en de output stijgt.

Maar… diezelfde cijfers kunnen ook op een “dure” manier omhoog gaan: met te veel tools, extra reviewrondes, onduidelijke rollen en/of baanonzekerheid (een vorm van technostress). De uitkomst lijkt dezelfde, maar het energieniveau krijgt wel een deuk in dit scenario. Oog voor duurzame oplossingen is dus van tel.

 

Wat werkt morgen:

  • Definieer “winst” per taak: bijvoorbeeld “30% minder revisierondes.” Zet een voor/na neer en schrap werk dat AI goed en snel kan overnemen.
  • Stippel een golden path uit: één voorkeursapp per taak, met duidelijke stappen van prompt tot review. Zo is er geen gokwerk nodig.

Standaardiseer de kwaliteitsloop: maker = AI, checker = collega, beslisser = owner. Zo houd je snelheid en betrouwbaarheid in balans.

Voorbeeld:
Een recruiter gebruikt AI voor vacatureteksten. De eerste versie staat er sneller dan ooit, maar door gebrek aan afspraken volgen er vier reviewrondes. Resultaat: de cijfers zijn goed, maar het team is moe.

 

Mensen zijn meer tevreden over hun job wanneer ze merken dat AI het werk lichter en zinvoller maakt.

2. Tevredenheid begint bij eigenaarschap

Zodra de productiviteit stijgt, is de volgende vraag: hoe voelen mensen zich daarbij? AI verhoogt enkel de tevredenheid als het werk lichter en zinvoller maakt. Als repetitieve taken wegvallen en er meer ruimte komt voor het menselijke verschil, stijgt het gevoel van betrokkenheid binnen iemands job.

Maar als AI vooral extra controles, versies en onzekerheid toevoegt? Dan daalt de energie én de tevredenheid. Zeker als het voelt alsof AI het tempo bepaalt, maar niemand nog weet wie het overzicht bewaart.

Wat werkt morgen:

  • Maak nut zichtbaar: laat elk teamlid maandelijks een “AI-win” delen.
  • Leg rollen vast: wie bewaakt de kwaliteit, wie beslist?

Investeer in leerpaden: voorzie korte, rolgebonden training met badge of mini-assessment. Zo voelt groei echt en voorspelbaar in plaats van diffuus.

Voorbeeld:
Een team gebruikt AI om verslagen en visuals te maken. Pas toen er een checklist kwam voor feiten en context, groeide het vertrouwen en de trots. Zonder die vaste reviewchecklist voelde AI eerder als werk erbij – iets wat zorgt voor twijfel en frustratie.

 

3. AI en je (avond)rust

Wat tijdens de werkuren voldoening geeft, kan na de uren voor onrust zorgen. Want ja, AI-tools werken altijd en overal. Dat is tegelijk hun kracht en hun valkuil. Zonder duidelijke afspraken sluipt werk makkelijk de avond in. Denk aan pushmeldingen, AI-updates of het gevoel dat je nog “even” iets moet checken. 

Die vage grens tussen werk en privé verhoogt de stress, verlaagt het herstel en veroorzaakt wrijving thuis. Vooral als mensen het gevoel hebben dat ze geen controle meer hebben over wanneer ze werken of evaluaties krijgen.

Toch is er ook een zonzijde: generatieve AI kan druk wegnemen. Als het werk minder ‘stroperig’ wordt (lees: minder rework, minder tool-hoppen, minder onduidelijkheid) dan daalt ook de mentale belasting. 

 

Voorbeeld:
In een team van een klantendienst bleven AI-notificaties ook na de werkuren binnenkomen. Sinds ze batch-runs tussen 8u en 18u plannen en pushmeldingen uitzetten buiten die uren, daalde de avondbelasting terwijl de snelheid bleef.

Wat werkt morgen:

  • Beperk de complexiteit: één tool per taaktype, anders win je tijd met AI en verlies je die tegelijkertijd aan tool-hoppen.
  • Communiceer AI-veranderingen: geef in klare taal aan wat er wanneer gebeurt en voorzie sandbox-tijd. Zo voelt “techno-uncertainty” als leren in plaats van stress.

Definieer één escalatie-kanaal: zorg ervoor dat mensen weten wanneer iets écht urgent is, maar neem ook ruis weg. Zet meldingen van tools bijvoorbeeld standaard uit na de werktijd.

De sleutel? Niet “meer AI”, maar beter werk

AI op zich is niet het probleem, noch een gemakkelijke oplossing. Het is het werkontwerp dat bepaalt of AI welzijn voedt of uitput.

Daarom ontwikkelden we bij How’s Work een eenvoudige gesprekskaart voor teams. Met drie kernvragen – inclusief toelichting – die je helpen om scherp te zien waar AI waarde toevoegt en waar het energie kost:

  1. Winst – Waar won je tijd of kwaliteit dankzij AI?
  2. Frictie – Waar lekte energie?
  3. Buffer – Welke check of afspraak maakt het lichter?

Gebruik deze vragen in je 1-op-1’s of teammeetings. Zo krijg je snel zicht op patronen, kan je gerichter bijsturen en evolueer je richting duurzame productiviteit, hogere tevredenheid en een werkbalans die werkt.

Omdat we jou ook frictie willen besparen: download hier de gesprekskaart – zonder dat je je e-mailadres hoeft achter te laten. Graag gedaan!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Categorieën
Wellbeing

Waarom we vooral in bed piekeren

Waarom we vooral in bed piekeren

Piekerpieken: ‘s avonds laat en ‘s ochtends vroeg

Hoe komt het toch dat nét wanneer je hoofd op je kussen ploft in bed, je brein besluit: “Perfect moment om nog even die ongemakkelijke meeting van vorige week te herbeleven!”? Of nog erger: wanneer je wakker wordt voor je alarm? De wetenschap heeft eigenlijk een verrassend logische verklaring.

Neurowetenschapper Job van den Hurk legt het haarfijn uit in de Universiteit van Nederland podcast, en wij kaderen het hier in de context van werk. Inclusief enkele tips tegen piekeren.

Je brein als gevarensimulator

Lang geleden had ons brein één prioriteit: overleven. En daar is het dus ook evolutionair op afgestemd geraakt. De koppeling tussen emoties en geheugen hielp ons te onthouden wat gevaarlijk was. Als we ons indertijd op de savanne te pletter schrokken wanneer we ergens een leeuw tegenkwamen, gingen we die plek bewust vermijden.

Zo beschermden we onszelf tegen dreigende gevaren. We zijn mettertijd zo geëvolueerd dat we die beangstigende situaties niet meer afwachten, maar ze proactief in ons hoofd al bedenken. Die gevarensimulator kan absoluut voordelen bieden, maar er is ook een keerzijde.

De meeste ‘gevaren’ van vandaag zijn namelijk een pak minder harig. Nu spelen we mentale horrorfilms af met confronterende feedback of vervelende to do’s in de hoofdrol. Op een eenvoudige “Hey, alles goed?” van je leidinggevende op Teams reageer je uit puur instinct misschien even angstig als wanneer je een leeuw voor je neus krijgt.

Controlekamer van ons brein

Gelukkig beschikt ons brein ook over een soort interne ‘filter’ die voorkomt dat we door dat soort gevoelens continu overspoeld raken: de prefrontale cortex. Die helpt je bij het maken van rationele afwegingen, het temperen van emoties en het aanbrengen van nuance. Anders zouden we een speelbal zijn van onze gevarensimulator.

Alleen… Heb je al gemerkt dat je overdag dingen beter kan relativeren dan ‘s avonds? Dat is geen toeval. Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand. In je slaap hoef je dan ook geen emoties te reguleren – daarom kunnen dromen soms vrij heftig zijn.

Wanneer je je klaarmaakt om te slapen, schakelt je prefrontale cortex langzaam over naar een soort sluimerstand.

Sluimerstand aan, nachtalarm aan

Omgekeerd blijven de emotionele gebieden in je hersenen dus wél aan staan. ‘s Nachts blijkt je amygdala zelfs nog actiever dan overdag. Dat is zeg maar je interne rookmelder die alles in de gaten houdt wat met dreiging en angst te maken heeft. Met andere woorden: je controlekamer slaapt, maar je alarmsysteem blijft aan.

Ook dat valt evolutionair te verklaren trouwens: het is donker ‘s nachts, dus je ziet dreigingen niet aankomen. En tijdens je slaap ben je erg kwetsbaar natuurlijk. Daarom schakelt de amygdala ‘s nachts naar een hoger standje.

Hallo piekergedachten

Resultaat? Elke gedachte die zich aandient op dat moment, kan als een potentieel gevaar gezien worden. Relativeren lukt niet, want je filter staat uit. Je hersenen maken geen onderscheid meer tussen een belangrijke presentatie of een moeilijke feedbackronde en een levensbedreigende situatie.

Je neigt naar doemdenken en blijft hangen in het negatieve. Je voelt een soort alertheid en angst die je overdag helemaal niet hebt. En het wordt nog interessanter.

4u26: het perfecte piekermoment

De meeste mensen rapporteren twee piekerpieken:

  1. Net nadat je in bed ligt – je rationele brein dooft langzaam uit, maar je emotionele systeem blijft paraat. De ideale mix voor piekergedachten.
  2. Tussen 4u en 5u ’s ochtends – je lichaam begint zich stilaan klaar te maken om wakker te worden en maakt alvast wat cortisol aan (het stresshormoon dat je helpt opstaan). Alleen is je slaap dan minder diep, word je makkelijker wakker, en zit je prefrontale cortex nog in die sluimermodus. En de amygdala? Die draait nog altijd op volle toeren.

Dan krijg je dus de klassieke situatie: je wordt wakker rond 4u26, kijkt naar het plafond en begint te piekeren. Over dat rapport dat nog af moet. Over een foutje dat je gisteren maakte. Over of je collega misschien iets bedoelde met die ene opmerking.

 

Wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou - het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

’s Nachts voelt alles groter

Wat je best onthoudt: wat je ’s nachts denkt, is niet per se waar. ’s Nachts nemen we onszelf veel te serieus. We voelen emoties intenser, schatten risico’s verkeerd in, en blijven hangen in doemscenario’s. Maar dat ligt niet aan jou – het ligt aan je breinconfiguratie op dat moment.

Overdag ziet diezelfde situatie er vaak veel minder dramatisch uit. Dan is je filter weer actief. Je amygdala rustiger. Je nuance terug. En denk je: “Waar maakte ik me in godsnaam druk om?”

Wat kan je doen?

Een magische truc om het piekeren volledig te stoppen, is er helaas niet. Maar als je weet wat er gebeurt, kan je er misschien wel anders mee omgaan. Een paar concrete ideeën:

  • Wees mild voor jezelf. Piekeren is geen teken van zwakte. Het is je brein dat z’n job iets té goed doet.
  • Herken het patroon. Word je wakker met een hoofd vol rampscenario’s? Herinner jezelf eraan: dit is je amygdala die ongefilterd overuren draait.
  • Vertrouw op de ochtend. Zeg tegen jezelf: “Ik kom hier morgen op terug, met een wakker hoofd.” Grote kans dat het dan al veel minder belangrijk voelt.

En misschien wel de belangrijkste tip: deel dit ook met je collega’s. Want laten we eerlijk zijn, wie heeft er níét al eens in bed liggen tobben over werk? Hopelijk lukt het de volgende keer tóch om wat te relativeren. Voor wie meer wil weten over dit thema: lees zeker onze blog over de impact van piekeren op het werk (en andersom).

Speciaal voor HR- en Learning & Development-professionals organiseren we trouwens op 29 september het webinar “Van piekeren naar veerkracht”. Daarin gaan we dieper in op de kunst van loslaten op de werkvloer. Inschrijven is gratis, maar de plaatsen zijn beperkt. Hopelijk tot dan!

ONZE EVENTS

UP TO DATE BLIJVEN ROND DEZE THEMA'S?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief